Recente Bijdragen

0

Beschadigde hersenverbindingen en toekomstige gezondheid

Beschadigde hersenverbindingen wijzen op toekomstige achteruitgang gezondheid

Minimale schade aan de verbindingen tussen verschillende hersengebieden wijzen niet alleen op een wat minder functioneren van de hersenen, maar lijken ook een indicatie van een toekomstige achteruitgang van de algehele gezondheid. Dit blijkt uit onderzoek van Nijmeegse neurologen in JAMA Neurology.

Running Buddha
Running Buddha
Ontketen je brein
Ontketen je brein
Laat je hersenen niet zitten
Laat je hersenen niet zi…
Superbrein
Superbrein
Wij zijn ons brein
Wij zijn ons brein
Het puberende brein
Het puberende brein

Onze hersenen functioneren optimaal als de verschillende hersengebieden snel en effectief met elkaar zijn verbonden. Die verbindingen worden bij het verouderen vaak wat minder, waardoor er enige ‘ruis’ op de lijn ontstaat. Dat kan leiden tot een vertraging van het denken of een tragere tred; wat langzamer lopen. Daarnaast kan het bij sommige mensen een teken zijn van een slechtere gezondheid, met de kans op ziekte en overlijden binnen afzienbare tijd.

Verborgen achteruitgang

“Wanneer mensen nog zelfstandig functioneren, is het moeilijk te voorspellen bij wie de veroudering van de hersenen binnen pakweg tien jaar zal leiden tot afhankelijkheid of overlijden”, zegt Frank Erik de Leeuw, neuroloog in het Radboudumc. “Die vraag wordt steeds actueler, omdat we met nieuwe scantechnieken steeds vroeger in het leven subtiele beschadigingen van de hersenverbindingen aantonen zonder dat mensen daar op dat moment al klachten van ondervinden, maar die mogelijk wel krijgen. Dat biedt eventueel mogelijkheden om die fase zonder klachten, toch al te behandelen om erger te voorkomen.”

Om meer zicht te krijgen op factoren die voorspellen wie relatief snel kans maakt op ziekte, afhankelijkheid of overlijden, heeft de afdeling Neurologie van het Radboudumc ruim vijfhonderd ouderen onderzocht. Daarbij werd gekeken naar hele uiteenlopende zaken zoals de leeftijd, het geslacht, de herseninhoud, de denksnelheid, de loopsnelheid en eventuele microscopische schade aan de hersenverbindingen.

Vroege indicatie

De Leeuw: “Veroudering is op zichzelf al een risicofactor. Maar we vonden ook dat een lagere loopsnelheid en meer microschade in de hersenen – wat staat voor een mindere kwaliteit van de verbindingen tussen hersengebieden – belangrijke voorspellers zijn voor een slechte prognose.” Het onderzoek, gepubliceerd in JAMA Neurology, is bijzonder omdat de gebruikte gegevens voor dit onderzoek al bijna tien jaar geleden werden verzameld, toen alle betrokkenen nog volledig zelfstandig waren en niet of nauwelijks klachten hadden.

Met nieuwe MRI technieken is de minieme schade aan de verbindingen tussen hersengebieden steeds beter in beeld te brengen. Die informatie geeft niet alleen informatie over de toestand van de hersenen zelf, zo wijst het onderzoek van de Nijmeegse neurologen uit. De Leeuw: “Het onderzoek wijst uit dat die microschade óók een maat is voor de algehele gezondheidstoestand. Duidelijke microschade is ook een risico voor een relatief snel naderende verslechtering van de totale gezondheid. Dat betekent dat met hersenscans de komende negatieve gevolgen al zijn op te sporen, met de mogelijkheid om behandelingen te ontwikkelen en te onderzoeken die de gezondheid langer op peil kunnen houden.”

bron: Radboudumc

 

0

Ultrarunning en een krimpend brein

Hardlopen levert veel voordelen op voor de gezondheid, maar kun je ook te ver gaan?

Europese wetenschappers volgden 44 ultralopers tijdens de Trans Europe Foot Race in 2009. Dit is een slopende lange afstandsrun waarbij de ultralopers in 64 dagen ruim 4300 kilometer afleggen, onderweg van Italië naar Noorwegen. Ze lopen daarmee gemiddeld bijna 70 kilometer per dag. Het team scande bij dit onderzoek de lopers periodiek met een draagbare MRI scanner. En lette daarbij op de benen, voeten, hart, hersenen en het cardiovasculaire systeem. Nam bloed- en urinemonsters af.

Hoofdonderzoeker Uwe Schütz van het Universitair Ziekenhuis van Ulm in Duitsland presenteerde zijn studie aan de Radiological Society of North America. Natuurlijk gaat het om een zeer extreme race, maar wat wetenschappers vonden was dan ook fascinerend. De hersenen van de ultralopers in het bijzonder. Deze waren gemiddeld van 6 procent gekrompen gedurende de race. Het waarom van deze krimp, kon hij niet echt verklaren. Mogelijk de extreme vermoeidheid en ondervoeding.

Maar Schütz denkt ook dat het gebrek aan stimulatie van de hersenen een rol kan spelen, omdat de ultralopers vrijwel steeds met het zelfde bezig zijn. Hardlopen, staren op de weg en dat gedurende 64 dagen. Hij had daarbij ook goed nieuws voor de ultralopers. De afname was niet permanent, want na zes maanden was er spraken van volledig herstel. Schütz schat in dat mensen die ‘normale’ marathons lopen, niet dezelfde gevolgen zullen ondervinden.

0

Depressieklachten verminderen door mindfulness

Mindfulness ook effectief bij actuele depressie

Een mindfulnesstherapie kan patiënten met een actuele depressie helpen in het verminderen van hun klachten. Dit blijkt uit onderzoek van Joël van Aalderen van het Radboudumc. Hij onderzocht voor het eerst de effecten van mindfulness bij een actuele depressie. Eerder was al bekend dat mindfulness behulpzaam is bij het voorkomen van terugval in depressie. De methode kan daarmee een goede aanvulling zijn op behandeling met antidepressiva. Op 8 januari 2016 promoveerde Joël van Aalderen in Nijmegen.

Handboek meditatief ontspannen
Handboek
meditatief
ontspannen
Thuiskomen bij jezelf
Thuiskomen bij jezelf
Wherever You Go, There You Are
Wherever You Go,
There You Are
Mindfulness
Mindfulness
Werken met Mindfulness + CD
Werken met
Mindfulness + CD
Steps Of Mindfulness
Steps Of
Mindfulness
Mindfulness
Mindfulness
Mindfulness en bevrijding van depressie
Mindfulness en
bevrijding van
depressie…
Mindfulness
Mindfulness
Mindfulness werkboek
Mindfulness
werkboek
Werken met Mindfulness - Emoties
Werken met
Mindfulness
– Emoties
Werken met mindfulness / Basisoefeningen + CD
Werken met
mindfulness-
Basisoefe…

Volgens cijfers van de Hersenstichting kampen 640.000 mensen in Nederland met depressie. Voor veel patiënten is dit een terugkerend fenomeen. Depressie is daarmee een potentieel chronische aandoening met een grote mate van lijden. Mindfulness-based cognitieve therapie (MBCT) is begin 2000 ontwikkeld om te voorkomen dat depressies terugkeren. Dit is een achtweekse training die bestaat uit aandachtsoefeningen en cognitieve therapie en kan een alternatief vormen voor (jarenlange) onderhoudsmedicatie met antidepressiva.

Drie depressies of meer
Meerdere studies hebben aangetoond dat MBCT helpt bij het voorkomen van terugval bij mensen die in het verleden drie of meer depressies hebben doorgemaakt. Joël van Aalderen wilde weten of de methode ook effectief is voor mensen die een actuele depressie doormaken. In een onderzoek met 205 deelnemers die allemaal drie of meer depressies hebben doorgemaakt, vergeleek hij de effecten van MBCT met de gebruikelijke behandeling die mensen kregen. Van de deelnemers had ongeveer een derde op het moment van het onderzoek last van depressieve klachten.

Positief effect
Joël van Aalderen vond dat de effectiviteit van MBCT bij het verminderen van depressieve klachten vergelijkbaar was tussen patiënten met een huidige depressie en patiënten zonder huidige depressie. De afname van depressieve klachten werd gestimuleerd door een positief effect van MBCT op piekeren en malen. De positieve werking bleef behouden tot een jaar na de training.

Experimentele behandeling
Joël van Aalderen: “Mensen met terugkerende depressies hebben blijkbaar ook baat bij MBCT tijdens een actuele depressie. Zij hoeven dus niet langer uitgesloten te worden voor deze psychologische behandeling. Vervolgonderzoek zal meer informatie moeten leveren voor wie MBCT wel en niet geschikt is.”

0

Veel informatie over Epilepsie

epilepsie-epilepsiefonds-2015-Brainquest

Maandag 9 februari 2015 is het Wereld Epilepsiedag, een dag waarop internationaal aandacht wordt gevraagd voor epilepsie. Een uitgelezen moment voor het Epilepsiefonds om deze onvoorspelbare aandoening die wereldwijd 65 miljoen mensen treft nog eens extra in de schijnwerpers te zetten. Op Wereld Epilepsiedag opent het Epilepsiefonds de Amsterdamse beurs, schuift ambassadeur Miryanna van Reeden aan in het programma Koffietijd en lanceren we de geheel vernieuwde website

Wat is epilepsie?

Epilepsie is een aandoening die zich uit in de vorm van aanvallen. Aanvallen ontstaan door een plotselinge, tijdelijke verstoring van de elektrische prikkeloverdracht in de hersenen. Er zijn veel verschillende soorten aanvallen. Ook zijn er veel verschillende oorzaken van epilepsie.

Wat gebeurt er tijdens een aanval?

Alles wat we doen, denken, voelen en waarnemen gebeurt in onze hersenen. In de hersenen bevinden zich een paar miljard grijze cellen. Deze cellen hebben zich georganiseerd in allerlei netwerken. Elk netwerk heeft zijn eigen taak. Zo is er een netwerk dat zich bezighoudt met het bewegen van de hand, een netwerk voor het zien en een voor taal, enzovoort. De cellen in de netwerken wisselen voortdurend boodschappen uit door middel van elektrische pulsjes. Bij epilepsie ontstaat er kortsluiting in een of meer van de netwerken. De verschijnselen bij een aanval hangen af van welke netwerken meedoen en kunnen per type aanval verschillen. Iemand kan vallen, schokken, vreemde bewegingen maken, iets vreemds ruiken, even afwezig zijn of buiten bewustzijn raken.

Meer informatie over Epilepsie en het Epilepsiefonds: www.epilepsie.nl

0

Het Gretige Brein bij VPRO’s Tegenlicht

Kunnen we uiteindelijk onze hersenen uitlezen? Kunnen we breinen direct met elkaar verbinden? Wat staat ons in de toekomst te wachten op het gebied van hersenonderzoek. De mogelijkheden lijken eindeloos. VPRO’s Tegenlicht maakte hierover een interessante documentaire.

Neuronen Im Gespräch

Neuronen Im Gespräch

Haal meer uit je hersenen

Haal meer uit je hersenen

Hersenen En Centraal Zenuwstelsel

Hersenen En Centraal Zenuwstelsel

Hersenen en gedrag

Hersenen en gedrag

Hersenen en gedrag - 100 vragen en antwoorden

Hersenen en gedrag – 100 vragen en.antwoorden..

Onze hersenen, drugs en verslaving

Onze hersenen, drugs en verslaving

Via website van VPRO’s Tegenlicht:

 

Via Youtube:

0

Nederlandse onderzoekers zetten waardevolle stap bij onderzoek hersencellen

onderzoekers-sturen-transport-in-zenuwcel-met-licht-Brainquest.nlNederlandse wetenschappers hebben het functioneren van hersencellen nog verder ontrafeld. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar hersenziekten als alzheimer en ALS, zo heeft de Universiteit Utrecht gemeld.

Utrechtse celbiologen zijn erin geslaagd om met licht onderdelen in levende cellen te sturen. Volgens hen is deze techniek waardevol bij zenuwcellen. In tegenstelling tot andere cellen worden die niet vervangen door nieuwe als ze zijn beschadigd. Ze worden van binnenuit gerepareerd. Bij ziekten als alzheimer en ALS gaat daarbij iets mis.

Herstel van schade

”Met de nieuwe techniek is het mogelijk te onderzoeken of het bevorderen van transport binnen de cel kan bijdragen aan het herstel van schade”, aldus onderzoeksleider Lukas Kapitein. Volgens de onderzoekers was het tot nu toe niet mogelijk om een bepaald celonderdeel op een bepaalde plek in de cel te krijgen. De Utrechtse celbiologen hebben inmiddels een artikel gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

De ontwikkelde techniek is interessant voor onderzoek naar alle cellen, maar in het bijzonder voor de honderd miljard zenuwcellen waarmee we denken, voelen, bewegen en waarnemen. In tegenstelling tot andere cellen worden beschadigde zenuwcellen meestal niet vervangen door nieuwe. Groei en reparatie van beschadigde cellen zijn voor een gezond zenuwstelsel dan ook cruciaal. Bij ziekten als Alzheimer en ALS gaat er hierbij iets mis, onder meer doordat het transport verstoord is. “Met onze techniek kunnen we nu onderzoeken of het bevorderen van het transport, kan bijdragen aan het herstel van schade. Vijf jaar geleden had ik niet durven dromen dat we dit nu al zo gericht zouden kunnen bestuderen”, aldus onderzoeksleider dr. Lukas Kapitein van de Universiteit Utrecht.

Selectief en lokaal sturen

Voor het goed functioneren van cellen zijn gespecialiseerde onderdelen nodig, zoals mitochondriën die energie leveren. “We hebben veel aanwijzingen dat de juiste positie van deze onderdelen essentieel is voor het goed functioneren van een cel”, licht Kapitein toe. “Tot nu toe was het echter niet mogelijk om selectief een bepaald celonderdeel op een bepaalde plek te krijgen of weg te halen. Met onze techniek is het nu voor het eerst mogelijk om het transportsysteem in een cel zo selectief en lokaal te sturen, dat dit wel kan.”

Blauw laserlicht
De Utrechtse celbiologen besturen de onderdelen die ze willen onderzoeken met blauw laserlicht. In het deel van de cel dat ze met het laserlicht beschijnen, koppelen de gewenste onderdelen zichzelf aan zogenaamde motoreiwitten. Deze moleculaire motoren kunnen over over het geraamte van de cel lopen en zo onderdelen transporteren. Elk type motoreiwit heeft zijn eigen bestemming. Door het lokaal koppelen en ontkoppelen van het juiste motoreiwit, kunnen de te onderzoeken onderdelen naar de gewenste plek worden gestuurd.

Gecontroleerde uitgroei
In de Nature-publicatie laten de Utrechtse celbiologen zien wat het effect is van de positie van een specifiek type transportblaasjes op de groei van een axon. Een axon is een uitloper van een zenuwcel die signalen uitstuurt en kan wel een meter lang kan worden. Aan het uiteinde van een axon zit een ‘groeikegel’. “Door de positie van de blaasjes te variëren, hebben wij nu voor het eerst aangetoond dat hun aanwezigheid in de groeikegel bijdraagt aan de groei van het axon. Als zij op een andere plek in het axon zitten, leidt dit niet tot groei”, aldus Kapitein.

Publicatie
Optogenetic control of organelle transport and positioning
Petra van Bergeijk, Max Adrian, Casper C. Hoogenraad, Lukas C. Kapitein
Nature 7 januari 2015, doi 10.1038/nature14128

Alle auteurs zijn werkzaam bij de groep Celbiologie van de Universiteit Utrecht.

Dit onderzoek van onder het strategische thema Life Sciences van de Universiteit Utrecht. Het is onder meer gefinancierd door STW, FOM, NWO en de European Research Council (ERC Starting Grant van Lukas Kapitein).

bron: Universiteit Utrecht

0

Werkwijzer Re-integratie van klanten met psychische aandoeningen

werkwijzer_reintegratie_klanten_met_psychische_aandoeningenWat is het arbeidsvermogen van klanten met psychische aandoeningen? Hoe kun je deze klanten het beste begeleiden bij hun re-integratie? Het is belangrijk dat klantmanagers en sociale diensten meer te weten komen over deze doelgroep en zich er meer dan nu voor gaan inzetten. Deze werkwijzer laat zien hoe sociale diensten hen kunnen helpen om te werken en participeren. Daarvoor is een andere aanpak nodig dan nu vaak gebruikelijk  is: kijk naar wat iemand kan, zet de deskundigheid van collega’s uit de geestelijke gezondheidszorg in en zoek samen naar een aanpak die werkt.

Link naar PDF werkwijzer

Divosa is de Nederlandse vereniging van gemeentelijke managers op het terrein van participatie, werk en inkomen. Divosa wil dat iedereen aan de samenleving deelneemt, het liefste door te werken. De vereniging ondersteunt haar leden bij deze missie. Dit doet Divosa door te lobbyen, het ondersteunen van professionele netwerken en het brengen van kennis en inspiratie. Zo publiceert Divosa vakliteratuur en onderzoek en is de vereniging gesprekspartner op bestuurlijk niveau.

www.divosa.nl

 

0

Happy games maken mensen met dementie vrolijker

Zorgprofessionals willen mensen met dementie graag ondersteunen bij het doen van activiteiten, maar voor één-op-één begeleiding ontbreekt het vaak aan tijd en middelen. Vanwege de toenemende behoefte van mensen met dementie aan individuele activiteiten is onderzocht of het spelen van eenvoudige computerspellen (happy games) op de iPad van invloed is op stemming en gedrag. Het project In Touch van Hogeschool Rotterdam heeft aangetoond dat mensen met dementie het spelen van happy games op de iPad een zinvolle en plezierige bezigheid vinden. Het spelen op de iPad gaf een gevoel van prestatie en droeg bij aan een positief zelfbeeld en een gevoel van verbondenheid. Ook zorgverleners zijn positief en zien de happy games als goede aanvulling op het reguliere activiteitenaanbod.

Boeken
De wonderlijke wereld van dementie

De wonderlijke wereld van dementie

 

Digitale dementie

Digitale dementie

 

Handig bij dementie

Handig bij dementie

 

Ergotherapie bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers

Ergotherapie bij ouderen met dementie en mantelzorgers.

 

De beleving van dementie

De beleving van dementie

Er is veel belangstelling voor de kwaliteit van zorg voor mensen met dementie. Daarbij krijgt ook de kwaliteit van leven krijgt steeds meer aandacht. Een zinvolle en plezierige dagbesteding hoort erbij. Het huidige activiteitenaanbod bestaat vooral uit groepsactiviteiten. Er is dan ook een toenemende behoefte aan individuele activiteiten. Voor het project In Touch van Kenniscentrum Zorginnovatie (Hogeschool Rotterdam) zijn nieuwe apps ontwikkeld en bestaande apps geselecteerd die speciaal gemaakt zijn voor ouderen met dementie.

Plezierige en zinvolle activiteit
Uit het project is gebleken dat mensen met dementie het spelen van happy games op de iPad zien als een plezierige en zinvolle activiteit. Ook de zorgverleners zijn positief over happy gaming en zien de games als aanvulling op het reguliere activiteitenaanbod. Belangrijk is dat de juiste match tussen het spel, de touchscreen-vaardigheden en de ambities en interesses van personen met dementie gevonden wordt. Het onderzoek is uitgevoerd binnen dagbehandelingen en kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie in drie gezondheidszorginstellingen in Rotterdam (Laurens, Aafje en Humanitas).

Eindproduct
Naast het eindrapport is er voor verzorgenden en mantelzorgers een instructiemodule gemaakt over het gebruik van de iPad en de spelletjes. Ook is een rapport voor spelontwikkelaars over het programmeren en designen voor mensen met dementie opgesteld. Deze rapporten staan op de website van Kenniscentrum Zorginnovatie. Voor de iPad is een behuizing ontworpen door een student van Hogeschool Rotterdam. Deze zorgt ervoor dat het gebruiksgemak van de iPad beter aansluit op de behoeftes van mensen met dementie. In het project hebben studenten van gezondheidszorg- en technische opleidingen van de hogeschool samengewerkt.

Samenwerking
Het project is een samenwerking tussen Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam, University of Sheffield, lectoraat Vraaggerichte Zorg van Hogeschool Utrecht, Aafje, Humanitas, Laurens en Dirkse Anders Zorgen (DAZ). Het project werd financieel mogelijk gemaakt door een subsidie van de Stichting Innovatie Alliantie (SIA).

0

Bijna zes ton voor noodzakelijk onderzoek naar epilepsie

epilepsie-epilepsiefonde-brainquest.Epilepsie is nog steeds niet te genezen en ook niet te voorkomen. Alleen wetenschappelijk onderzoek kan een oplossing dichterbij brengen. Daarom subsidieert het Epilepsiefonds jaarlijks een aantal onderzoeken. Op 18 juni 2014 maakt het fonds bekend welke ingediende onderzoeksprojecten vanaf 2015 subsidie ontvangen. Het gaat om drie veelbelovende projecten die voor een bedrag van in totaal 588.395 euro worden gefinancierd.

De collecteweek van het Epilepsiefonds is nog maar net achter de rug. Duizenden vrijwilligers hebben in de eerste week van juni geld ingezameld voor onder meer wetenschappelijk onderzoek. Mede dankzij hun inspanningen kan het Epilepsiefonds aankomend jaar drie epilepsieonderzoeken financieren. Helaas is ook een aantal kwalitatief zeer goede voorstellen afgewezen, omdat hiervoor onvoldoende geld beschikbaar is.

Toegekende projecten:

  • Hoog frequente trillingen (HFO’s) in de hersenen kunnen bij de diagnose het beloop van epilepsie voorspellen. Maeike Zijlmans (epilepsiecentrum SEIN in Heemstede en UMC Utrecht) gaat onderzoeken hoe de techniek om HFO’s te meten kan worden verbeterd.
  • Temporaalkwabepilepsie komt bij een derde van alle epilepsiepatiënten voor en is moeilijk behandelbaar. Ronald Pasterkamp (UMC Utrecht) gaat onderzoek naar deze vorm doen. Hopelijk kan hierdoor medicatie voor mensen ontwikkeld worden die nu geen baat hebben bij medicatie.
  • Roland Thijs (epilepsiecentrum SEIN in Heemstede) gaat onderzoek doen naar de relatie tussen hartritmestoornissen en het syndroom van Dravet, een syndroom waarbij het risico op plotseling overlijden groot is zonder dat de oorzaak bekend is. Dit onderzoek wil daar meer inzicht in geven om dit te kunnen voorkomen.

Het Epilepsiefonds is een belangrijke financier van epilepsieonderzoek in Nederland. Onderzoekers kunnen jaarlijks onderzoeksvoorstellen indienen. De Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) van het Epilepsiefonds adviseert het fonds in de subsidietoekenning van onderzoeksprojecten die naar haar mening de epilepsiebestrijding en –zorg het best dienen. De WAR bestaat uit deskundigen van binnen en buiten de epilepsiewereld.

Bron: Epilepsiefonds

0

CDH8 is een nieuw ‘autisme-gen’

Weet-jij-wat-autisme-is-ellen-sabin-BrainquestCDH8 is een nieuw ‘autisme-gen’. Mensen met een mutatie in dit gen hebben sterk overeenkomstige symptomen, waaronder een groot hoofd, obstipatie en bijna allemaal hebben ze autisme. Dat blijkt uit een groot internationaal onderzoek, waar verschillende wetenschappers van de afdeling Genetica van het Radboudumc bij betrokken waren. De resultaten verschijnen vandaag in het tijdschrift Cell.

Naar schatting heeft één procent van de bevolking een autismespectrumstoornis. Deze stoornis leidt tot verschillende gedragsproblemen en gaat soms gepaard met een verstandelijke beperking.

Over de oorzaken van autisme is nog niet veel bekend. Er zijn aanwijzingen dat genetische factoren een belangrijke rol spelen. Maar momenteel kan slechts bij een klein aantal van de autismepatiënten een verklarende diagnose worden gesteld. Klinisch geneticus Bert de Vries en zijn Nijmeegse en internationale collega’s voegen aan de mogelijke oorzaken nu een mutatie in het CDH8 gen toe.

Omgekeerd onderzoek

De Vries en collega’s voerden hun onderzoek anders uit dan gebruikelijk is. De Vries: “Traditioneel bekijken wetenschappers het DNA van een grote groep patiënten met dezelfde symptomen en hopen zo genetische afwijkingen te vinden die de symptomen veroorzaken.” Op die manier vinden ze heel wat mutaties in het DNA bij patiënten met autisme. Maar wat precies het effect van die mutaties is en of ze autisme veroorzaken, is veelal lastig te begrijpen. Daarom onderzochten de wetenschappers de symptomen van een groep mensen die allemaal dezelfde mutatie hebben: een niet werkzaam CDH8 gen.

Autismegen

CDH8, een gen dat de DNA-structuur regelt, werd in 2012 voor het eerst in verband gebracht met autisme. Bij negen mensen met autisme bleek het gen gemuteerd, terwijl geen een van hun niet-autistische familieleden deze mutatie had. Het gaat dus om de novo mutaties; een spontane genetische verandering tijdens de vorming van de eicel of zaadcel van de ouders. Hierdoor heeft het kind een genetisch foutje dat de ouders niet hebben. In de ‘autismegroep’ kwamen bijna twee keer zoveel de novo mutaties in het CDH8 gen voor dan in overige afzonderlijke genen.

De Vries en zijn collega’s bekeken in hun nieuwe onderzoek het DNA van 3730 kinderen met autisme en/of een ontwikkelingsachterstand, en vonden een gemuteerde versie van het CDH8 gen bij acht van hen. In de controlegroep van 9000 mensen was het gen niet één keer gemuteerd. “Een andere onderzoeksgroep vond nog eens drie individuen met deze mutatie.” Hiermee staat het aantal mensen met autisme en een mutatie in het gen momenteel op een twintigtal. ”Dat zijn er niet veel”, zegt De Vries, “maar we zijn er vrij zeker van dat het gen autisme kan veroorzaken en dat wij en andere onderzoekers er in de nabije toekomst meer gaan vinden. Andere artsen mailen ons bijvoorbeeld als een van hun patiënten precies dezelfde aandoening heeft. Dan bekijken wij of die patiënt een mutatie in hetzelfde gen heeft. Zo krijgen we steeds meer data bij elkaar, en kunnen we ook symptomen vaststellen die maar bij een klein aantal patiënten voorkomen.”

Groot hoofd en darmproblemen

Samen met de verschillende collega’s onderzocht De Vries vervolgens de symptomen van vijftien individuen. Opvallend was dat zij overeenkomstige gelaatskenmerken hadden zoals een prominent voorhoofd, ogen die relatief ver uit elkaar stonden en een puntige kin. Twaalf van de vijftien hadden een relatief groot hoofd. Ook opvallend was dat het merendeel last had van darmproblemen (waarvan negen ernstige constipatie) en een afwijkend slaappatroon. “Omdat dit een opvallende en specifieke groep symptomen is, kunnen we aan de hand hiervan eerder dit subtype van autisme vaststellen”, zegt De Vries.

Gemuteerde vissen

Om het effect van de mutatie verder te onderzoeken, keken de onderzoekers wat er gebeurde bij zebravissen waar het gen uitgeschakeld was. Ook bij de vissen kwamen de ogen verder uit elkaar te staan, een maat voor een groot hoofd. De vissen deden er uren langer over om hun voedsel te verteren dan hun gezonde soortgenoten. Opvallend was dat de gemuteerde dieren de helft minder neuronen in hun darmen hadden dan de vissen in de controlegroep. “Dat gaf voor ons de extra bevestiging dat de darmproblemen specifiek zijn voor dit subtype autisme. Of bij mensen het aantal neuronen verminderd is, weten we nog niet.”

Bron: Radboudumc

0

Meer neuronen, minder angst

Het brein van een volwassene maakt elke dag nieuwe hersencellen aan. Deze nieuwe cellen helpen ons bij het onderscheiden van herinneringen. Deze ontdekking maakt nieuwe behandelingen van angststoornissen mogelijk.

Ons brein vormt elke dag vormt zo’n 1400 nieuwe neuronen, onder andere in de hippocampus, een hersengebied dat bij leren, geheugen en emoties een rol speelt. In de hippocampus zorgen er de jonge cellen er hoogstwaarschijnlijk voor dat we herinneringen die op elkaar lijken, toch van elkaar kunnen onderscheiden. Zo herinneren we ons bijvoorbeeld wel waar we vanmorgen de auto geparkeerd hebben parkeerden, maar vaak niet waar we dat vorige week gedaan hebben. Dit ontdekten onderzoekers van Columbia University. Zij beschrijven dit in een artikel in de Scientific American-katern van Eos.

De onderzoekers voerden de studies uit bij muizen Konden die geen nieuwe neuronen aanmaken, dan konden ze ook geen onderscheid meer maken tussen situaties waarin ze echt bang moesten zijn (ze kregen een elektrische schok) en situaties die daar op leken. Ze reageerden angstig terwijl daar eigenlijk geen reden toe was.

Als dat ook bij mensen zo is, dan kan deze ontdekking nieuwe inzichten bieden voor psychologische aandoeningen zoals posttraumatisch stresssyndroom. Die worden gekenmerkt door overdreven angstreacties op redelijk gewone gebeurtenissen. Er zijn trouwens ook aanwijzingen dat antidepressiva effect hebben door de aanmaak van nieuwe hersencellen.

1

Oorzaak verstandelijke beperking bij meerderheid van kinderen ontrafeld

Screening van het hele genoom levert veel nieuwe diagnoses op

Met een nieuwe techniek, die in één keer het hele genoom in kaart brengt, is bij zes van de tien kinderen met een ernstige verstandelijke handicap direct de oorzaak te vinden. Daarmee is de methode veel succesvoller dan alle gebruikelijke methodes bij elkaar. Bovendien blijkt dat vrijwel alle verstandelijke beperkingen ontstaan door nieuwe mutaties die nog niet bij vader of moeder voorkwamen. Dit schrijven onderzoekers van het Radboudumc in een artikel dat verscheen op 5 juni 2014 in Nature.

Bijna een op de tweehonderd kinderen is ernstig verstandelijk beperkt. Vaak is de oorzaak moeilijk op te sporen, omdat wel duizend genen een rol kunnen spelen bij het ontstaan van verstandelijke handicaps. Ondanks uitgebreid onderzoek eindigt de zoektocht van ouders, die bijvoorbeeld willen weten hoe groot de kans is op herhaling bij een volgend kind, meestal zonder dat een aanwijsbare oorzaak is gevonden.

Het complete genoom

Basisboek ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking
Basisboek ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking…
Medische zorg voor patienten met een verstandelijke beperking
Medische zorg voor patienten met een verstandelijke beperking.
Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking..
Verzorgen Van Mensen Met Een Verstandelijke Beperking / 310 / Deel Leerboek
Verzorgen Van Mensen Met Een Verstandelijke Beperking.
Psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking
Psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking.
Mensen met een licht verstandelijke beperking
Mensen met een licht verstandelijke beperking

In samenwerking met het Amerikaanse bedrijf Complete Genomics (onderdeel van BGI) hebben onderzoekers van het Radboudumc nu een zeer krachtige, nieuwe techniek gebruikt – whole genome sequencing (WGS) – waarmee het complete genetische materiaal van een kind en zijn ouders in kaart wordt gebracht. “In vergelijking met exoom sequencing – een techniek die we eerder gebruikten – levert WGS bijna honderd keer meer gegevens op”, zegt Han Brunner, hoogleraar klinische genetica en hoofd van de afdelingen Genetica in zowel Nijmegen als Maastricht. “Voorheen konden we met een combinatie van alle beschikbare technieken bij maximaal 4 van de 10 kinderen de oorzaak van de verstandelijke handicap opsporen. Als we uitsluitend WGS gebruiken lukt dat nu al bij 6 van de 10 kinderen. Voor de patiëntenzorg is dat een enorme stap vooruit.”

Nieuwe mutaties

Joris Veltman, hoogleraar Translationele Genetica in het Radboudumc en tevens verbonden aan Maastricht UMC+: “Het WGS-onderzoek maakt duidelijk dat vrijwel alle nu bekende genetische oorzaken van een verstandelijke beperking berusten op nieuwe mutaties in het erfelijk materiaal van het kind. De ouders hebben de mutatie niet. Slechts in uitzonderlijke gevallen gaat het om een erfelijke oorzaak en is de oorsprong te vinden in de genen van vader, moeder of beiden. Om de resterende oorzaken op te sporen zullen we waarschijnlijk in het niet-coderende DNA van het genoom moeten gaan zoeken, iets wat we de komende jaren ook van plan zijn.”

Grootschalig gebruik

Bij verstandelijke beperkingen blijkt WGS enorm effectiviteit in het opsporen van de genetische oorzaken. Hoewel de kosten nu nog wat hoger zijn dan bij de traditionele technieken, dringt de vraag naar een grootschalig gebruik van de techniek zich op. “De prijs van WGS daalt nog steeds enorm snel”, zegt Veltman. “Tien jaar geleden kostte één genoom sequencen ongeveer honderd miljoen, nu enkele duizenden euro’s. Binnen enkele jaren daalt die prijs tot de magische grens van het 1000 dollar genome. Zeker als we WGS in Nederland op grotere schaal gaan gebruiken. Niet alleen voor verstandelijke beperkingen, maar bijvoorbeeld ook voor het diagnosticeren van kanker en andere aandoeningen.”

0

Slaap vermindert ‘alzheimereiwit’ – slaaptekort mogelijk groter risico op Alzheimer

Een normale nacht slapen vermindert de hoeveelheid amyloïd-bèta eiwit in hersenvocht. Een nachtje wakker blijven, verstoort deze daling en zorgt er voor dat de hoeveelheid eiwit nagenoeg constant blijft. Amyloïd-bèta speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van Alzheimer. Chronisch slaaptekort verhoogt dus mogelijk de kans op die ziekte. Dat concluderen wetenschappers van het Radboudumc op 2 juni 2014 in het tijdschrift JAMA Neurology.

Alzheimer
Alzheimer
De Magische Wereld Van Alzheimer
De Magische Wereld Van Alzheimer
Ik Heb Alzheimer
Ik Heb Alzheimer
The Myth of Alzheimer's
The Myth of Alzheimer’s
De taal van Alzheimer leren spreken
De taal van Alzheimer leren spreken.
Alzheimer en afscheid
Alzheimer en afscheid

Meerdere studies hebben aangetoond dat er bij muizen een verband is tussen slaapgebrek en de ziekte van Alzheimer. Door slaapgebrek neemt de hoeveelheid van het schadelijke eiwit amyloïd-bèta in de hersenen van de dieren toe. De stapeling van dit eiwit in de hersenen wordt gezien als een belangrijke oorzaak van Alzheimer bij de mens. Sharon Ooms en collega’s van onder andere het Radboud Alzheimer Centrum bekeken het effect van slaaponthouding bij mannen tussen de 40 en 60 jaar.

In totaal namen 26 gezonde mannen deel aan de studie. Allemaal bleven ze een nacht in het ziekenhuis. De helft van de groep mocht slapen, de andere helft moest 24 uur wakker blijven. Tijdens de nacht werd hun hersenactiviteit gemeten en werd een aantal keer hersenvocht afgenomen. Bij de mannen die gewoon mochten slapen, daalde de hoeveelheid amyloïd-bèta. Bij de mannen die wakker moesten blijven, bleef de eiwithoeveelheid nagenoeg constant. De wetenschappers vermoeden een relatie tussen neuronale activiteit en de amyloïd-bèta productie. De delen van het brein die in wakkere toestand de meeste activiteit vertonen, zijn ook de gebieden waar de kans op amyloïd afzetting het grootst is. “Een andere mogelijke verklaring is dat tijdens normale slaap het brein gezuiverd wordt van schadelijks stoffen, waaronder amyloïd-bèta. Gestoorde slaap zou deze zuivering in de weg staan”, zegt geriater Jurgen Claassen.

“We weten nu dat slaapgebrek een risicofactor kan zijn voor het ontstaan van Alzheimer”, concludeert Ooms. “Verder onderzoek moet het exacte mechanisme achterhalen.” Ooms en collega’s voerden hun onderzoek uit bij gezonde mannen en ze bekeken één nacht slaap(onthouding). In vervolgonderzoek willen ze het effect van slaaptekort in een grotere groep proefpersonen en tijdens een langere periode onderzoeken. Ooms werkt momenteel aan onderzoek naar de rol van specifieke diepe slaap op de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer aan Washington University School of Medicine.

0

Chemotherapie schaadt geheugen

Wie kanker overleeft, kan soms lang last hebben van geheugen- en concentratiestoornissen. Volgens diverse studies is chemotherapie de boosdoener.

Het zogenaamde ‘chemo-brein, waar veel mensen last van zeggen te hebben na chemotherapie, is geen verzinsel. Amerikaanse wetenschappers toonden dat aan op een congres van de Radiological Society of North America. Een chemo-brein wordt omschreven door hen omschreven als een soort ‘mentale mist’, waarbij verlies van geheugen en concentratie kenmerken zijn.

Het aantal kankerpatiënten dat geneest, neemt toe, zeker bij  bijvoorbeeld borstkanker. Van de mensen die chemotherapie ondergingen blijven velen na de behandeling last houden van bij-effecten. Moeilijk concentreren, geheugenproblemen en moeite met multitasken. Vaak langer slechter horen en lagere scoren op cognitieve tests dan patiënten die een andere behandeling (zoals bestraling) kregen of gezonde proefpersonen. Hersenscans tonen aan dat chemo inderdaad het brein fysiek verandert.

Eerdere onderzoeken met MRI-scans lieten zien dat het volume van de hersenen verandert na de chemotherapie. Deze onderzoekers richtten zich op het functioneren van het brein van 128 mensen. Vóór en na de behandeling voor borstkanker werden hersenscans gemaakt. Duidelijk werd dat delen, die verantwoordelijk zijn voor plannen en prioriteiten stellen, minder energie verbruikten dan voor de behandeling.

0

Geboren pessimist vatbaarder voor depressie

Manier van informatieverwerking gerelateerd aan aanleg voor depressie

Depressie is een veel voorkomende psychische ziekte waar één op de vijf Nederlanders mee te maken krijgt. Depressieve mensen geven negatieve informatie voorrang boven positieve informatie, ook nadat ze van een depressie zijn genezen. Andersom blijkt nu ook dat negatief ingestelde mensen een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van een depressie, ook al zijn ze nog nooit depressief geweest. Het is voor het eerst dat dit effect is aangetoond bij zowel gezonde proefpersonen, als patiënten en ex-patiënten. Vooral bij ex-patiënten die genetische aanleg hebben voor depressie en in het verleden traumatische ervaringen hebben gehad, is dit effect het grootst.

Genetische oorzaak

De kans op het ontwikkelen van een depressie is deels genetisch bepaald. Van meer dan honderd genen is een relatie met depressie bekend. Van deze genen is het SLC6A4-gen het best onderzocht. Dit gen is verantwoordelijk voor de aanmaak van serotoninetransporteiwitten. Deze eiwitten zorgen voor een goede signaaloverdracht in de hersenen. Een verstoring in dit systeem heeft een sterke relatie met depressie.

Brug tussen gen en stoornis

In haar onderzoek bij patiënten vond Vrijsen echter geen enkele relatie tussen de expressie van het SLC6A4-gen en depressie: “Een depressie is een complex samenspel van verschillende genetische en omgevingsfactoren. Het is niet terug te brengen naar een enkel gen. Wij hebben daarom gekeken naar zogenaamde endofenotypen. Dit zijn genetisch bepaalde hersenprocessen en gedragspatronen die de brug vormen tussen enkelvoudige genetische mutaties en een stoornis. In dit onderzoek hebben we specifiek naar geheugenbias gekeken. Dat is de aangeboren neiging om positieve dan wel negatieve informatie beter te onthouden.”

Aanleg en ervaring

Voor haar onderzoek onderwierp Vrijsen ongeveer 800 proefpersonen aan een geheugentest. Ongeveer de helft van de groep bestond uit mensen die gemiddeld vier depressies hebben doorgemaakt tijdens hun leven. De rest van de groep bestond uit gezonde vrijwilligers. De deelnemers aan het onderzoek moesten reageren op emotionele woorden en plaatjes. De uitkomsten hiervan werden naast de levensgeschiedenissen en de genetische profielen van de deelnemers gelegd. Uit de analyse van deze gegevens bleek dat een negatief geheugen sterker is bij mensen met genetische aanleg voor depressie en die ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt in hun jeugd. De bevindingen passen bij het al heersende beeld dat de combinatie van aanleg en jeugdervaringen mensen kwetsbaar kunnen maken voor een depressie.

Naar een persoonlijke behandeling

Het bepalen van de mate waarop een ex-patiënt informatie verwerkt, maakt het mogelijk om gerichter uitspraken te doen of iemand risico loopt op een terugval. Maar ook voor therapie opent dit inzicht mogelijkheden. Als negatieve informatieverwerking zo’n belangrijke voorspeller is voor depressie, zou beïnvloeding hiervan de kans op depressie kunnen verlagen. Bijvoorbeeld door met een training een positieve geheugenbias te vergroten. Vrijsen: “We hebben eerst onderzocht of we gezonde proefpersonen konden trainen om informatie negatiever te verwerken. Als dat werkt, kunnen we patiënten ook trainen om informatie positiever te verwerken. We waren benieuwd of de proefpersonen na de training depressie-achtige verschijnselen ontwikkelden. Dat viel nog niet mee. We konden mensen wel negatiever laten denken, maar dit leidde niet tot depressieve gedragspatronen. We willen in ons vervolgonderzoek hier beter naar kijken.”

bron: Radboudumc

0

Magnesium essentieel voor gezonde hersenontwikkeling

Patiënten met ernstige hersenafwijkingen hebben vaak een magnesiumtekort. Onderzoekers van het Radboudumc vonden bij patiënten met een verstandelijke beperking, epilepsie en magnesiumtekort, een defect in een gen dat de magnesiumopname regelt. Het gen blijkt essentieel voor een gezonde hersenontwikkeling. Hun resultaten verschenen gisteren in PLOS Genetics.

Magnesium is belangrijk voor ons lichaam. Het zorgt voor samentrekking van onze spieren, regelt de activering van zenuwen en zorgt voor botstevigheid. Wetenschappers van de afdeling Fysiologie toonden aan dat een bepaald eiwit: cycline M2 (CNNM2), de opname van magnesium in lichaamscellen regelt.

Cruciale rol

De wetenschappers onderzochten zes personen in vijf families met een grote ontwikkelingsachterstand. Onderzoeker Francisco Arjona: “Deze patiënten kunnen niet naar normale scholen en zijn hulpbehoevend. Sommige van hen kunnen zelfs niet lopen of praten. En allemaal hebben ze last van epilepsie.” Met MRI scans toonden de onderzoekers hersenafwijkingen aan bij deze patiënten. Collega Jeroen de Baaij: “Bij alle patiënten bleek een mutatie in het CNNM2 gen aanwezig te zijn.” De wetenschappers concluderen dat het CNNM2 gen ook bij mensen een cruciale rol speelt  bij een gezonde hersenontwikkeling en magnesiumhuishouding.

Magnesium
Magnesium de Oplossing
Marianne Moussain-Bosc
Vitamine E & Magnesium
Vitamine E & Magnesium
Maria-Elisabeth Lange-Ernst
Uw brein als medicijn
Uw brein als medicijn
Servan Schreiber
Het puberende brein
Het puberende brein
Eveline Crone

Zebravissen met epilepsie

Zebravissen waarbij de onderzoekers het CNNM2 gen uitschakelden, lieten dezelfde afwijkingen zien. Daarnaast ontwikkelden de hersenen van de vissen zich slecht, hadden de dieren een magnesiumtekort en ongecontroleerde samentrekkingen die op epilepsie lijken. Wanneer de vissen weer CNNM2 kregen, herstelden de hersenbeschadigingen.

Goed model

Niet eerder werd vermoed dat afwijkingen in het CNNM2 gen zulke ernstige gevolgen kunnen hebben. “De vis lijkt op het eerste gezicht ver van de mens te staan, maar is een geweldig model om de ontwikkeling van de ziekte te onderzoeken”, aldus hoogleraar Joost Hoenderop. Mogelijk kunnen zebravissen in de toekomst gebruikt worden om medicijnen te testen, die patiënten met CNNM2 afwijkingen kunnen helpen

bron: Radboudumc

0

Maagzuurremmer veroorzaakt tekort aan magnesium

Twee miljoen Nederlanders gebruiken dagelijks maagzuurremmers. Bij een deel van de gebruikers treedt een ernstig magnesiumtekort op dat pijnlijke spierkrampen en zelfs hartritmestoornissen kan veroorzaken. Anke Lameris onderzocht het moleculaire mechanisme dat ten grondslag ligt aan dit tekort en kwam met een mogelijke oplossing voor het probleem. 4 februari 2014 promoveert ze aan het Radboudumc met dit onderzoek.

Magnesium is essentieel voor ons lichaam. Het speelt een rol bij het samentrekken van spieren, bij de werking van zenuwen en zorgt voor botstevigheid.  De darmen, nieren en botten regelen de concentratie van magnesium in het bloed. Aangezien voedsel de enige bron van mineralen voor ons lichaam is, is opname via de darmen essentieel voor de magnesiumhuishouding. Het ionkanaal TRPM6 speelt hierbij een belangrijke rol. Via dit kanaal komt magnesium de darmcellen binnen en wordt het naar het bloed getransporteerd.

Magnesium
Magnesium de Oplossing
Marianne Moussain-Bosc
Vitamine E & Magnesium
Vitamine E & Magnesium
Maria-Elisabeth Lange-Ernst
Uw brein als medicijn
Uw brein als medicijn
Servan Schreiber
Het puberende brein
Het puberende brein
Eveline Crone

Oorzaak gevonden

De maagzuurremmer omeprazol is sinds een aantal jaar zonder recept verkrijgbaar. In de VS staat het in de top tien van meest gebruikte medicijnen. Maar jaarlijks belanden enkele veelgebruikers in het ziekenhuis met spierkrampen en hartritmestoornissen, veroorzaakt door een magnesiumtekort. Lameris onderzocht waardoor dit komt en concludeert dat omeprazol het transport van magnesium via het ionkanaal TRPM6 remt. Bij muizen zag ze dat als reactie hierop het aantal kanalen toenam , waardoor de magnesiumconcentratie in het bloed alsnog gelijk bleef. Vermoedelijk gebeurt dit bij mensen meestal ook. Soms blijft die reactie uit en dan gaat het mis. Lameris vermoedt dat een genetische component een rol speelt.

Ernstig tekort

“Er zijn nu wereldwijd zo’n honderd patiënten bekend bij wie een ernstig magnesiumtekort optrad. Maar gezien het aantal gebruikers vermoed ik dat veel meer mensen hier last van hebben. Het probleem bij een magnesiumtekort is dat je lang geen symptomen hebt. Daarnaast wordt het niet standaard gemeten bij een bloedonderzoek”, aldus Lameris. Toch is het belangrijk om vroegtijdig te detecteren want een magnesiumtekort speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de ontwikkeling van diabetes.

Behandeling

De onderzoeksresultaten van Lameris kunnen helpen bij de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor patiënten met een verstoorde mineralenhuishouding, door omeprazolgebruik.  Momenteel testen onderzoekers van het Radboudumc bij een kleine patiëntengroep een voedingssupplement dat de zuurgraad in de darm verlaagt waardoor het kanaal zijn werk weer kan doen. Lameris: “De eerste resultaten zien er heel goed uit.”

bron: Radboudumc

0

Geheugentechnieken die iedereen kan toepassen

Joshua Foer bij TED Talks: Feats of memory anyone can do

Er zijn mensen die in staat zijn om heel snel lijsten met duizenden getallen te herinneren, de rangorde van alle kaarten in het kaartspel, en veel meer. Wetenschapsauteur Joshua Foer beschrijft de techniek – genaamd het Geheugen Paleis – en laat ook nog zien dat iedereen kan leren om deze techniek te gebruiken.

Ik wil iets vertellen over een bizarre wedstrijd die iedere lente wordt gehouden in New York City. Die wedstrijd heet het Geheugenkampioenschap van de VS. Ik ging verslag doen van die wedstrijd, een paar jaar geleden, als een wetenschapsjournalist in de verwachting dat dit de Superbowl van de hoogbegaafden zou zijn. Dit was een stel heren en een paar dames, van uiteenlopende leeftijden, en met uiteenlopende hygiëne.

We hebben het vaak over mensen met een goed geheugen alsof het een aangeboren gave is, maar dat is niet het geval. Een goed geheugen is aangeleerd. Op het laagste niveau onthouden we als we opletten. We onthouden iets als we diep betrokken zijn. We onthouden wanneer we in staat zijn om een stukje informatie en ervaring te nemen en uit te vinden wat voor ons de strekking is, waarom het belangrijk is, waarom het kleurrijk is, als we in staat zijn om het om te zetten op zo’n manier dat het zinnig wordt als je nagaat dat er veel meer dingen in ons hoofd zitten.

Een mnemotechniek, mnemonische techniek of mnemotechnisch middeltje is een techniek of inventieve manier om bepaalde zaken gemakkelijker te onthouden. Dat kunnen bijvoorbeeld namen van mensen, jaartallen, boodschappenlijsten en stukjes tekst zijn. Gegevens die geen structuur hebben – of een structuur die te ingewikkeld is – kan men beter uit het hoofd leren als er een alternatieve structuur mee kan worden geassocieerd. bron: Wikipedia

0

Supergeheugen trainen met Google Glass

google-glass-super-geheugen-trainen-Radboud-Universiteit-Brainquest.nlOnderzoekers Radboudumc ontvangen Google Research Grant

Kun je met een Google Glass je kortetermijngeheugen enorm vergroten? Die vraag gaat onderzoeker Martin Dresler van het Donders Centre for Neuroscience beantwoorden. Hij kreeg hiervoor een Research Grant van Google.

De meeste mensen kunnen ongeveer zeven willekeurige getallen op korte termijn onthouden. Geheugenkampioenen komen echter makkelijk tot 100 getallen. Het wereldrecord ligt zelfs op het onthouden van 501 getallen binnen 5 minuten. Geheugenkampioenen hebben echter geen uitzonderlijk superbrein. Hun geheim ligt in het gebruik van geheugentrucs, zogenaamde mnemonische technieken.

Gedachten combineren

Mnemonische technieken bestaan al sinds de oudheid. Een van deze technieken is de plaatsmethode. Hierbij koppel je een reeks willekeurige informatie aan een visuele route, bijvoorbeeld plaatsen langs de weg van huis naar het werk. Deze methode gebruikt het feit dat mensen visuele informatie beter onthouden dan abstracte informatie. Willekeurige getallen zijn ook goed te onthouden met de fonetische methode. Hierbij krijgt elk nummer een klank. Een reeks getallen kun je op deze manier onthouden als één woord. Door het combineren van deze en andere mnemonische technieken leveren geheugenkampioenen hun superprestaties.

Drempel te hoog

Dat mnemonische methoden niet algemeen gebruikt worden, ligt vooral aan de moeite die het kost de methoden onder de knie te krijgen. Martin Dresler wil onderzoeken of een trainingsprogramma met behulp van Google Glass deze drempel kan verlagen. Hij gaat hiervoor software maken voor verschillende mnemonische technieken. Hij zal ook hersenmetingen doen met functionele MRI om inzicht te krijgen in de neurologische effecten van de Google-training ten opzichte van een traditionele training. Dresler wordt in het onderzoek bijgestaan door promovendus Boris Konrad, zelf een top-tien geheugenkampioen. Ook de wereldkampioen en de nummer 2 op de wereldranglijst hebben hun medewerking aan het onderzoek toegezegd.

Mnemonische technieken >>

bron: UMC Radboud

0

Leer uzelf en de ander beter kennen – Transactionele Analyse

Transactionele-Analyse-Pieter-van-Breemen-uitgelicht-Brainquest.nl-600x300
Artikel is eerder gepubliceerd op Menscentraal.nl

Pieter van Breemen – Van Breemen & Partner bv professionele ontwikkeling en personal coaching

Toevalligheden of Ken jezelf.

Mens erger je niet

Mens erger je nietIk ben o.k. Jij bent o.k. / Midprice

Ik ben o.k. Jij bent o.k. ..

Transactional Analysis in Psychotherapy by Eric Berne (the Author of Games People Play)

Transactional Analysis in Psychotherapy..

Wie Waagt Die Wint

Wie Waagt Die Wint

Psychodrama en transactionele analyse

Psychodrama en transactionele analyse.

Dat we niet elke dag hetzelfde beleven, weten we allemaal uit eigen ervaring maar al te goed. De tegenstellingen kunnen zelfs zo groot zijn, dat na een dag die niet “stuk kon” er een volgt, waarop we “het helemaal niet zien zitten”. Zo blijkt een dag die zich aan ons, terwijl we onder een vriendelijk zonnetje naar ons werk fietsen, zeer veelbelovend voorstelde, minder rooskleurig te eindigen en we ons om onduidelijke redenen triest voelen.

Een andere keer raakten we ineens ontstemd en moedeloos, toen na een uitstekende start een belangrijke bespreking toch niet bleek te verlopen zoals we hadden verwacht. Lieten de andere deelnemers het afweten? Of… was onze eigen stemming de bron van neerslachtigheid? Waaruit kwam die plotselinge stemmingsomslag dan voort?

Wie herkent dit lege, machteloze gevoel niet? In zijn daden geremd na een teleurstelling, geblokkeerd als gevolg van een onoverwinnelijk lijkende tegenwerking, gekwetst door een onheuse behandeling, ontevreden over een foutieve keuze, doordrenkt van onvrede over een totaal ander verloop van een zaak dan voor juist wordt gehouden enz. enz.

In zulke situaties voelen we ons naar en veelal in conflict met onszelf. De weg eruit lijkt in een doorhof besloten; we missen richtingsborden en kompas.! Kon toch de eeuwenoude, onuitroeibare wens “Ken uzelf”maar in vervulling gaan! Zelfkennis verwerven eist heel wat studie, energie en geduld. De meeste mensen steunen in het dagelijkse leven dan ook meer op toevallige ervaringen en daaraan ontleende inzichten dan op een ruime mate van systematisch verwerven kennis.

Transactionele-analyse-1-Pieter-van-Breemen-Menscentraal.nl

De ‘Ik’ en de ‘Ander’ proberen te ‘doorzien’

De zgn. Transactionele Analyse, die de Amerikaanse psychiater Eric Benne ontwikkelde, biedt een gemakkelijk te begrijpen theorie om zichzelf en de ander beter te ‘doorzien’, te begrijpen

Zowel de ‘Ik’ als de ‘Ander’ bestaan in de T.A. (Transactionele Analyse) uit drie aspecten. Deze aspecten worden aangeduid met algemeen bekende figuren, namelijk met ‘Ouder’, ‘Volwassene ’en ‘Kind’. Als gevolg van maatschappelijke invloeden, opvoeding en ervaringen zijn deze drie in ieder mens aanwezig, ook op latere leeftijd.

Het ‘Ouder’-aspect is in de loop van de tijd gevoed door alles wat autoriteitspersonen (ouders, docenten e.d.) de mens vanaf zijn vroegste jeugd hebben ingeprent (meestal met de beste bedoelingen! ). De ‘Ouder’ heeft twee kanten: de ‘zorgzame’en de ‘kritische’. Het ‘Ouderprogramma’ bevat – voor het overleven van kinderen en cultuur – noodzakelijke elementen als traditie, waarden, geweten en ethiek en uit zich enerzijds in koesteren, verzorgen, voeden, knuffelen e.d. (de ‘Zorgzame Ouder’) en anderzijds in controleren, bevelen, bestraffen e.d. (de ‘Kritische Ouder’). Anders gezegd: ‘Wees voorzichtig’ komt uit de mond van de ‘Zorgzame Ouder’ en ‘Luister!’ uit de mond van de ‘Kritische Ouder’.

Het ‘Kind’ in ieder individu bevat het oorspronkelijke; volkomen natuurlijk, spontaan, impulsief, creatief e.d. Tenzij ernstig onderdrukt behoudt het deze eigenschappen – gelukkig – ook op latere leeftijd. Het is de ene kant van het ‘Kind’, namelijk het ‘Vrije Kind’ dat wil spelen, lachen, huilen, zingen en vrij zijn. De andere kant van het ‘kind’ wordt gevormd door het ‘Aangepaste Kind’, dat volgzaam is, gehoorzaamt, zich netjes gedraagt, aarzelt, zich terugtrekt, zich schuldig voelt en aanpast. Het doet zonder verzet wat autoriteitspersonen verlangen en schikt zich daarin.

Het ‘Volwassene’-aspect is reflectief, rationeel van aard; het uit zich in objectief waarnemen, ordenen, afwegen, nuchter beredeneren, niet oordelen e.d. en ontwikkelt zich door feitenstudie, logisch denken, juist concluderen en bewust kiezen.

Alle drie aspecten – ouder, kind en volwassenen – zijn voor de mens psychisch van belang. Op zijn tijd moet de mens kunnen verzorgen en corrigeren (de ‘Ouder’), kunnen spelen en gehoorzamen (het ‘Kind’) en kunnen denken en zakendoen (de ‘Volwassene’)

Innerlijke conflicten

In iedere situatie overheerst een van deze aspecten, mentale posities. Regelmatig komen echter aspecten met elkaar in strijd, waardoor we innerlijke conflicten beleven.

Een paar voorbeelden uit de werksfeer. Perfectionistisch opgevoed heeft mevrouw A voor haar werk zoveel tijd nodig, dat ze bij haar collega’s achterblijft. Haar innerlijke ‘Kritische Ouder ‘, die haar dwingt geen fouten te maken, komt in strijd met haar innerlijke ‘Volwassene’, die weet eigenlijk meer te moeten presteren. Zolang dit contrast haar in de greep heeft, zal mevrouw A zich niet prettig voelen.

Terwijl meneer B zich gereedmaakt om naar een lang begeerd fuifje te gaan, hapert een machine en wordt hij als deskundige geconfronteerd met een langdurige reparatie. Het ‘Vrije Kind’, dat onmiddellijk naar het fuifje wil, komt in strijd met de ‘Volwassene’, die weet dat de reparatie voorrang moet hebben.

Een innerlijke strijd kunnen we beëindigen of tenminste afzwakken door te kiezen. Maar zelfs de beste keuze is meestal niet zonder gevolgen. Ze kan pijn doen, bijvoorbeeld als uit plichtsbetrachting een pleziertje moet worden opgegeven. Doch ook buiten onszelf confronteert een keuze ons vaak met allerlei consequenties. Ze kan bijvoorbeeld een ander in zijn belangen raken en door hem worden afgekeurd of afgewezen. Talloos zijn de relaties, die we onvermijdelijk met andere mensen moeten onderhouden. Ze dragen allemaal kiemen van een conflict in zich!

De eigen ‘Ouder’, ‘Volwassene’ en ‘Kind’ en die van de ‘Ander’

Het ‘relationeel gebeuren’, d.i. de interactie tussen de betrokken mensen in een situatie, heeft T.A. helder vorm gegeven in gespreks-/ functioneringsmodellen’. Daarin worden negen verschillende ‘verbindingen’ tussen ‘Ouder’, ‘Volwassene’ en ‘Kind’ van betrokkenen (van de ‘Ik’ en de ‘Ander’ dus) onderscheiden. Al deze verbindingen (die zich uiteraard nooit allemaal tegelijk kunnen voordoen) in een figuur voorgesteld, zien er als volgt uit.

Transactionele-analyse-2-Pieter-van-Breemen-Menscentraal.nl

persoon A                                 persoon B

Omdat die verbindingen zowel van persoon A als van persoon B kunnen uitgaan, ontstaat er in een functioneringsmodel een grote en interessante reeks transactiemogelijkheden. Een transactie bestaat uit een ‘prikkel’(een uit een behoefte geboren initiatief), uitgaand van bijvoorbeeld persoon B. Die prikkel wordt door persoon A meestal met een ‘reactie’ beantwoord. Deze reactie van persoon A kan vervolgens weer de prikkel vormen voor persoon B, waarop deze – althans zolang de twee op elkaar blijven reageren – op zijn beurt weer een reactie geeft. Dat gaat zo door, totdat A en B of een van beiden

  • om welke reden dan ook (uitgepraat zijn, boos weglopen enz.)
  • het contact verbreekt.

Vier voorbeelden van transacties.

Voorbeeld 1

  1. Chef tot secretaresse; ‘In de laatste alinea zitten vier fouten’.
  2. Secretaresse tot chef: ‘Sorry, ik lees dat stuk nog even opnieuw door en zal de fouten verbeteren’.

Dit is een transactie op ‘Volwassene’-niveau.

Transactionele-analyse-3-Pieter-van-Breemen-Menscentraal.nlVoorbeeld 2

  1. Chef tot secretaresse; ‘Wees nou een niet zo vreselijk slordig’.
  2. Secretaresse tot chef: ‘Ik heb ook zo’n erge hoofdpijn!’

De transactie verloopt tussen de ‘Kritische Ouder’ en het ‘Aangepaste Kind’.

Transactionele-analyse-4-Pieter-van-Breemen-Menscentraal.nlVoorbeeld 3

  1. Chef tot secretaresse: ‘Mag ik vanavond met je uit?’
  2. Secretaresse tot chef: ‘Over een kwartier ben ik klaar en dan ga ik naar huis’.

Transactionele-analyse-5-Pieter-van-Breemen-Menscentraal.nlDeze zgn. gekruiste transactie kan onmiddellijk stagneren, omdat betrokkenen op een verschillende ‘golflengte zitten’. Partijen verbreken dan de communicatie in tegenstelling met de zgn. Parallelle transactie (zoals in de twee voorafgaande voorbeelden), die naar behoefte kunnen worden voortgezet.

Voorbeeld 4  (voortzetting van voorbeeld 2)

  1. chef tot secretaresse: ‘Oh, wat vervelend. Ga maar even een luchtje scheppen’.
  2. Secretaresse tot chef: ‘Dank u, heel vriendelijk van u’.

De transactie verloopt nog steeds tussen de ‘Zorgzame Ouder’ en het ‘Aangepaste Kind’.

Transactionele-analyse-6-Pieter-van-Breemen-Menscentraal.nlDe transactie verloopt nog steeds tussen de ‘Zorgzame Ouder’ en het ‘Aangepaste Kind’.

Dergelijke verhelderende gespreks-/ functioneringmodellen kunnen heel goed behulpzaam zijn om het gecompliceerde gebeuren uit onszelf en in het menselijk verkeer beter te ‘doorzien’ en de veroorzakers van interne en externe (geestelijke) conflicten, van disharmonie in gevoelens en van onbegrip voor eigen en andermans gedrag op te sporen.

Die veroorzakers vinden in het T.A.-denken hun oorsprong in ‘strijdige posities’ binnen de mens zelf of tussen mensen die in eenzelfde situatie zijn betrokken.

Werksituaties in gespreks-/ functioneringsmodellen

Uit de talloze conflicten die zoal in werksituaties kunnen voorkomen, nog een voorbeeld met het bijbehorende functioneringsmodel.

Transactionele-analyse-7-Pieter-van-Breemen-Menscentraal.nl

De chef is een klager over die ‘moeilijke-jeugd-van-tegenwoordig’. De typiste is een nog speelse schoolverlaatster. Ze vindt de chef een zeurkous. Chef tot (de ‘Ouder’ in) de typiste: ‘Op scholen hadden ze strenger moeten zijn’.

Typiste tot (‘het ‘Kind’ in) de chef: ‘Heeft u ook veel lol gehad op school?’(denkend: ‘ouwe zeurkous’).

Deze transactie mist aansluiting in de ingenomen posities; de (kritische) “Ouder’ van de typiste had een passend antwoord moeten geven aan de (kritische) ‘Ouder’ van de chef. Bijvoorbeeld met: ‘u hebt gelijk, meneer’ – zie streeplijntje . Nu dit niet gebeurt, wordt de chef waarschijnlijk boos.

Ontevredenheid en onvrede: signalen

Dat hele complex van negatieve verschijnselen manifesteert zich veelal in een sfeer van ontevredenheid en onvrede, duidelijk aan te voelen, maar niet altijd gemakkelijk te verbeteren.

Onvrede is m.i. een moeilijker te grijpen en te bestrijden verschijnsel dan ‘ontevredenheid’. Ontevredenheid is een gevoel van (incidentele) misnoegdheid, een vrij duidelijk definieerbaar gevoel over een ongewenste omstandigheid, die (redelijk) exact valt vast te stellen. Omdat de veroorzaker (vrij) goed aanwijsbaar is, kan ontevredenheid – door tenietdoen van de oorzaak of door aanpassen daaraan – met goede wil meestal uit de wereld worden geholpen of tot ‘afsterven’ worden gebracht.

‘Onvrede’ zit dieper. Het is disharmonie, onenigheid binnen een persoon of binnen een samenhangende groep

‘Onvrede’ geeft het gevoel, dat ‘dingen niet met elkaar overeenstemmen en (haast) niet te verbeteren zijn’. Het onvredegevoel kan zich heel lang voortslepen. Toch eist ‘verbroken harmonie’ op de werkplek alle aandacht van de leiding. Werksfeer, arbeidsvreugde en productiviteit kunnen er ernstig door worden geschaad.

Transactionele Analyse en onvrede

Bij het aanpakken van onvredeproblemen kan T.A. met allerlei vragen te hulp worden geroepen. Is de leiding te autoritair? (Teveel ‘Kritische Ouder’?) Krijgen eigen initiatief (van de ‘Volwassene’) en fantasie (van het ‘Vrije Kind’) de nodige ruimte om zich productief te maken? Compenseren medewerkers vanwege een benauwende ‘Ouder’ sfeer hun behoeften misschien met de ongebondenheid van het misleidende ‘Vrije Kind’, onverschillig voor oplossingen en resultaten? Of juist zonder verzet met het ‘Aangepaste kind’? Kent de organisatie voldoende emotionele speelruimte?

M.a.w.: bezetten betrokkenen in hun transacties (bijna) alleen de droge ‘Volwassene’-rol of kan er op zijn tijd (vanuit het ‘Vrije Kind’) ook gelachen en genoten worden? Heeft het sociaal beleid een ‘Zorgzame Ouder ‘-versus’ ‘aangepaste Kind’-karakter of een ‘volwassene’-versus: ‘Volwassene’-karakter? En hoe uit zich dat ondermeer in de stijl van leidinggeven en in het voorzieningenpakket?

Het antwoord op zulke vragen kan in een functioneringsmodel duidelijk worden gemaakt, waarna uit verkregen inzichten kritische conclusies kunnen worden getrokken, Zelfs de beste analyse, de beste voornemens en de meest serieuze aanpak zullen toch niet leiden tot een volmaakte werksfeer. Het blijft immers allemaal mensenwerk!

De positieve kant van onvrede

Gelukkig echter heeft het bestaan van onvrede naast negatieve ook positieve kanten!

Ook in de organisatie, waarin men werkt, kan onvrede zowel verlammend als stimulerend werken. O.m. stimulerend, wanneer de verantwoordelijke personen er door gaan beseffen, dat er ‘met het oude moet worden gebroken’ en veranderingen of vernieuwingen noodzakelijk zijn. Ook van ‘onderaf’ kunnen hiertoe vaak aanzetten worden gegeven. Persoonlijke onvredegevoelens mogen niet te gemakkelijk op anderen worden afgeschoven. Immers, niemand staat los van zijn omgeving. Van die omgeving mag men ‘nemen’, maar men zal er ook aan moeten ‘geven’. Dat eist een voortdurende aanpassing. Onbeperkt mag de mens zich echter niet aanpassen, want dan vervluchtigt hij tot ‘lucht’.

De balans tussen ‘harmonie en conflict’ met de omgeving is zelden in ‘rust’- de samenleving is immers niet statisch. Zonder afleesbare norm moet de mens met zijn verstand en intuïtie de beste weg zien te vinden, een berisping of straf riskerend, als hij buiten de bebakening van gewoonten, regels of wetten treedt. Wellicht kan T.A. bij diverse onvredeverschijnselen helpen te ontdekken, waar en hoe betrokkene uit zijn problemen kan komen.

Kijk eerlijk in de spiegel

Met de T.A- spiegel in de hand kan men zich zowel over zichzelf als over (de relatie met) anderen behoorlijk misleiden. Het is een heel menselijke neiging om zichzelf mooier te zien dan anderen. Bij het gebruik van T.A. moet men zich daarvan terdege bewust zijn. Een bedrieglijk functioneringsmodel, waarin bijvoorbeeld het feitelijke ‘Aangepaste Kind’ is uitgewisseld tegen de ‘Volwassene’ levert een heel ander inzicht op van de transactie dan deze werkelijk is. Ook zal het veelvuldig voorkomen dat vanuit ieders persoonlijke visie op en de gevoelens over de ‘Ouder’, en de ‘Volwassene’ en het ‘Kind’ enkele – dezelfde situatie analyserende – een transactie verschillend wordt beoordeeld.

Zulke afwijkingen, op zich begrijpelijk, zal men – evenals de neiging zichzelf in het functioneringsmodel ‘mooier in te kleuren’- moeten elimineren. Door de analyses te maken en/of te evalueren in een echt open discussie zal dit bezwaar in hoge mate kunnen worden opgeheven.

T.A. vormt evenals elk stuk gereedschap een hulpmiddel dat zowel ge- als misbruikt kan worden. Tot misbruik behoren o.m. een te ongenuanceerde, dogmatische toepassing en de verheffing van het middel tot doel op zich. Waarschijnlijk behaalt de ‘Volwassene’, die nog voldoende ‘Vrije Kind’ in zich draagt, de beste resultaten. Omdat hij met gereedschap kan omgaan en er tevens de beperkingen van ziet.

Enkele titels van boeken over Transactionele Analyse (of mede over T.A.):

  • Ik ben o.k., jij bent o.k., Thomas A. Harris
  • ‘Mens erger je niet’. dr. Eric Berne, uitgeverij N.V.S.H., Den Haag
  • ‘Wat er allemaal speelt”, dr. Eric Berne, Bert Bakker, Den haag
  • ‘Wie waagt die wint’, Muriel James en Dorothy Jongeward, Inter European Editions Amsterdam
  • ‘Succesvolle relaties in het management’, Gilbert Willems, Kluwer Deventer.
  • Leer uzelf en de ander beter kennen, artikel Leidinggeven en organiseren 1988 – auteur J.R. Hafkenscheid,

Gerelateerde onderwerpen op Menscentraal.nl:
De Slinger van Groei – eenheid in diversiteit
lang leve de mislukking
persoonlijk leiderschap: road map voor zakelijk succes
kritiek: nut van fouten


Even voorstellen: Pieter van Breemen

Menscentraal.nl_home_Pieter_van_BreemenPieter H.J. van Breemen (1938) heeft mede op basis van zijn praktische ervaring in het bedrijfsleven Integration op basis van Persoonlijk Meesterschap ontwikkeld. Hij heeft uiteenlopende functies bekleed, waaronder Productmanager, Exportmanager, Regional Manager Europe, Marketing Directeur en Algemeen directeur. Die ervaringen, gekoppeld aan zijn psychologische en spirituele ontwikkeling, maken hem tot een vertrouwde gids in persoonlijke groei.

Zijn kennis en kunde op het laatstgenoemde gebied zijn gevormd door zijn opleidingen aan het Instituut voor Psychosynthese, het Instituut voor Eclectische Psychologie, IAS International Institute for the Application of Social Sciences (Transactionele Analyse certificaat TA101, Gestalt en Grouprelation). Hij is gecertificeerd door het New York Training Institute for NLP en het ITH – Amsterdam als Master Practioner. Ook volgde hij de opleidingen Transpersoonlijke Coaching en Counseling en Intensieve Training Systemisch Werken.

Al diverse jaren werkt hij met veel plezier voor bedrijven. Zijn dagelijkse werk bestaat uit het helpen van organisaties en de mensen van die bedrijven om hun kwaliteiten beter te benutten. Zo geeft hij trainingen in persoonlijke effectiviteit, communicatie, samenwerking en leidinggeven.

In zijn werk komt hij vaak in aanraking met de manier waarop mensen met kritiek omgaan en ziet heel vaak, dat mogelijkheden om te leren, verloren gaan door ergernis als gevolg van de manier waarop men met kritiek omgaat. Ook in bedrijven ziet hij mogelijkheden om hiermee je voordeel te doen.

S: www.vanbreemenenpartner.nl
S: www.persoonlijk-meesterscha
p.nl

artikelen van auteur op Menscentraal.nl:
Leer uzelf en de ander beter kennen – Transactionele Analyse
De Slinger van Groei – eenheid in diversiteit
lang leve de mislukking
persoonlijk leiderschap: road map voor zakelijk succes
kritiek: nut van fouten

“Awareness requires living in the here and now, and not in the elsewhere, the past or the future.” ~ Eric Berne, Games People Play

0

Zelfinzicht met online test bij psychische klachten

pq-test-psychologische-online-test-Brainquest.nl

In deze donkere dagen hebben nogal wat mensen last van een dip of depressie. Het lijkt er soms op dat de media dit gevoel bij aardig wat mensen nog eens een keer versterken. Alles glamour en glitter, geslaagde mensen, altijd glimlachende, dure auto’s, en perfect uiterlijk. Waarom heb ik dat dan niet?

Psychische APK test
Voor de mensen die zich zorgen maken is er een online oplossing: de APK test voor de psychische gesteldheid. Het resultaat wordt samengevat in een helder rapport je eventueel ook aan je huisarts kunt voorleggen. De test is gratis en wordt vergoed door de zorgverzekeraar.

Onnodig doorverwijzen is kostbaar en zelf inzicht helpt. Dat vindt ook de Friesland Zorgverzekeraar die de test als eerste heeft ‘geadopteerd’ en haar klanten hierover heeft geïnformeerd.

Doorverwijzing GGZ instellingen
Bij psychische problemen valt een deel van doorverwijzingen onbedoeld verkeerd uit. Inzicht in de aard en ernst van de klachten/klachten is een belangrijke voorwaarde voor een goede diagnose. Onnodig medicijngebruik of verslechtering van de situatie kan zo eerder voorkomen worden. Door meer duidelijkheid te geven over de mogelijke redenen van een klacht, krijgen mensen meer mogelijkheden in handen om eerst zelf een oplossing te zoeken en deze eventueel te bespreken met de huisarts.

Analyse eigen situatie
Op basis van uitgebreid onderzoek is de PQ-test ontwikkeld. De test, die nu online is op www.pq-test.nl, biedt mensen de mogelijkheid om als eerste stap de eigen situatie te analyseren. Aan de ontwikkeling van deze test is bijgedragen door De Friesland Zorgverzekeringen. Klanten van andere zorgverzekeraars kunnen de test ook doen. Iedere zorgverzekeraar kan de test vergoeden omdat deze wordt gezien als een eerste online psychologisch consult. De Friesland Zorgverzekeraar maakt dit al mogelijk.

0

Oorzaken verstandelijke beperkingen beter in beeld

Verstandelijk beperkte fruitvlieg geeft inkijk in menselijk brein

Drosophila-UMC-Radboud-verstandelijke-beperkingen-Brainquest.nlEen fruitvlieg heeft veel meer verstand dan we denken. Daardoor zijn fruitvliegen ook bijzonder waardevol voor onderzoek naar de onderliggende oorzaken van verstandelijke beperkingen bij de mens. Uitgerekend met fruitvliegonderzoek wisten Merel Oortveld en Annette Schenck van het Radboudumc de kennis over (samenwerkende) genen die verstandelijke beperkingen bij de mens veroorzaken sterk uit te breiden.

Twee procent van de bevolking heeft een verstandelijke beperking. Er zijn meer dan 400 genen bekend die zo’n aandoening kunnen veroorzaken en misschien loopt dat aantal de komende jaren wel op tot 1000. Zo’n verstandelijke beperking maakt onderdeel uit van vaak zeer uiteenlopende ziektebeelden. Juist dit grote aantal genen en de enorme diversiteit aan ziektebeelden maken een goed overzicht van de onderliggende genetische en moleculaire verbanden erg moeilijk.

Verstandelijk beperkte fruitvlieg


Handboek Oplossingsgericht Werken Met Licht Verstandelijk Beperkte Clienten

Handboek Oplossingsgericht Werken met licht verstandelijke beperking.

Gedragsanalyse En -Therapie Bij Mensen Met Een Verstandelijke Handicap
Gedragsanalyse En -Therapie Bij Mensen met Verstandelijke Beperking.

Oplossingsgericht werken met mensen met een verstandelijke handicap / druk 1
Oplossingsgericht werken met mensen met een verstandelijke beperking..

Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking.

We weten echter dat de mens – en ook zijn verstand – zich heeft ontwikkeld uit organismen die eerder in de evolutie opdoken. Dus moet het menselijke brein voor een belangrijk deel zijn opgebouwd uit genen die bijvoorbeeld de muis of de fruitvlieg ook hebben. Ook de eiwitten in ons hoofd lijken meestal als twee druppels water op die in het muizen- of vliegenbrein, waar ze bij (vrijwel) dezelfde neurologische processen zijn betrokken. Wie wil weten welke genen verstandelijke beperkingen bij de mens veroorzaken, kan dus ook de muis of de fruitvlieg met dezelfde genetische defecten onderzoeken. Vliegen met zulke defecten zijn snel te maken en hebben slecht functionerende zenuwcellen en leer- en geheugenproblemen.”

Genen groeperen

Dat laatste is precies wat de onderzoeksgroep van Annette Schenck doet in het Radboudumc. Schenck: “Onderzoekers hebben al enige tijd het idee dat de genen voor verstandelijke handicaps in een aantal groepen zijn in te delen. Voor een prima functionerend menselijk brein moeten bijvoorbeeld zenuwcellen worden aangelegd door een ‘bouwgroep’. Bij de vroege ontwikkeling van het brein worden ontzettend veel zenuwcellen versleept door een ‘mobiliteitsgroep’ en er is ook een ‘communicatiegroep’ van genen die ervoor zorgen dat zenuwcellen met elkaar kunnen praten. Onderzoek naar dergelijke groepen kun je in de mens niet zo gemakkelijk doen.”

Genetica van het verstand

Hersenonderzoekers, genetici en artsen zijn juist heel erg benieuwd naar dergelijke functionele groepen. Schenck: “Als je weet welke genen tot zo’n groep behoren en welke groepen er allemaal zijn, dan krijg je een soort genetische, biochemische blauwdruk van het menselijke verstand. Die toont niet alleen hoe het verstand in elkaar zit, maar óók wat daarbij kan misgaan waardoor verstandelijke beperkingen ontstaan. Dat maakt zo’n groepsindeling van ‘verstandelijke beperking (VB) genen’ zo belangrijk. In de fruitvlieg kunnen we heel goed onderzoeken hoe, waar en wanneer de genen en groepen van genen precies werken.”

Slim trucje

Schenck, promovenda Merel Oortveld en de andere onderzoekers verzamelen zoveel mogelijk VB-genen die zowel in de vlieg als de mens voorkomen. Met een slim trucje (RNA-interferentie) schakelen ze die genen stuk voor stuk uit, om te zien of dat leerproblemen of foutjes in de zenuwcellen veroorzaakt. Die aanpak leidt tot opmerkelijke resultaten. Oortveld: “We vonden 26 functionele groepen van genen – denk aan de eerder genoemde bouw- of communicatiegroep – die een verstandelijke handicap kunnen veroorzaken. Daarnaast vonden we maar liefst 16 nieuwe genen die een rol spelen bij de neurotransmissie, bij de communicatie tussen hersencellen onderling. En ook nog drie nieuwe genen die essentieel zijn voor de ontwikkeling van de synaps, de ruimte tussen twee hersencellen. Zo geeft de fruitvlieg ons een uniek inkijkje in ons eigen verstand. We krijgen zicht op de sleutelspelers, hoe ze in groepen samenwerken en wat daarbij kan misgaan.”

Toch te beïnvloeden?

Die functionele groepering van genen biedt ook meer kans om meerdere ziektebeelden met een verstandelijke beperking met maar één medicijn te behandelen. Schenck: “In zo’n groep VB-genen leiden foutjes in diverse genen uiteindelijk misschien tot een en hetzelfde probleem. Als je dan een middel vindt om precies dat probleem aan te pakken, dan werkt dat middel waarschijnlijk ook voor al die andere genetische foutjes die in dezelfde groep zitten. We hopen dat we zo de ontwikkeling van een therapie voor patiënten kunnen versnellen. Hoewel we lang dachten dat aan een verstandelijke beperking niets te doen is, blijkt dat soms toch mogelijk. In onze fruitvliegmodellen en in een aantal muismodellen is het mogelijk de hersenfunctie van de dieren te verbeteren, nadat ze zijn opgegroeid met de genetische defecten.”

bron: UMC Radboud

Publicatie in PLOS Genetics: Human Intellectual Disability Genes Form Conserved Functional Modules in Drosophila

Merel A. W. Oortveld, Shivakumar Keerthikumar, Martin Oti, Bonnie Nijhof, Ana Clara Fernandes, Korinna Kochinke, Anna Castells-Nobau, Eva van Engelen, Thijs Ellenkamp, Lilian Eshuis, Anne Galy, Hans van Bokhoven, Bianca Habermann, Han G. Brunner, Christiane Zweier, Patrik Verstreken, Martijn A. Huynen, Annette Schenck

1

Hersenaandoeningen op trefwoord

Geen uitputtend overzicht maar wel een aardige lijst met trefwoorden en omschrijvingen van breinaandoeningen:

ALS
ALS is een spierziekte die in de hersenen ontstaat. Het is een dodelijke en vooralsnog ongeneeslijke ziekte.

ADHD
Attention Deficit/Hyperactivity Disorder, ofwel snel afgeleid en hyperactief gedrag. Globale kenmerken van hyperactiviteit zijn: problemen met aandacht, druk gedrag en impulsiviteit.

Afasie
Afasie is een taalstoornis die zich uitstrekt over de gebieden spreken, taalbegrip, lezen en schrijven. De oorzaak van deze taalstoornis is een hersenbeschadiging door een beroerte, hersentumor, hersenschudding, ontsteking, operatie of vergiftiging.

Angststoornissen
Angst is een pijnlijk gevoel van onbehagen en van een mogelijk dreigend gevaar.

Ataxie/Adca
Men spreekt van ataxie, wanneer bewegingen onsamenhangend en ongecoördineerd verlopen, terwijl dat niet te wijten is aan een gebrek aan spierkracht. Er is sprake van een “dronkenmansloop” en men maakt een onhandige indruk.

Autisme
Al voor het derde levensjaar manifesteert zich autisme. Vaak denken ouders eerst dat het kind doof of blind is, het reageert namelijk niet op geluiden en maakt geen oogcontact – een lege blik.

Beroerte
Ook CVA (cerebrovasculair accident) en attaque genoemd. Bij een beroerte gaat iets mis met de bloedcirculatie in de hersenen.

Coma en vegetatieve toestand
Coma is zelf geen ziekte maar het gevolg van een hersenbeschadiging.

Creutzfeld-Jakob
Op 21 april 2005 werd bekend gemaakt dat het eerste geval van de variantziekte van Creutzfeld-Jakob in Nederland is vastgesteld; dit is de menselijke vorm van de gekkekoeienziekte (BSE). Op deze pagina van het Ministerie van VWS staat meer informatie over deze zeldzame ziekte.

Dementie en Alzheimer
Dementie is de verzamelnaam voor stoornissen waarbij de hogere verstandelijke vermogens achteruit gaan.

Depressie
In de put zit iedereen wel eens, maar wanneer een neerslachtige bui lang aanhoudt en ernstige problemen veroorzaakt, kan er sprake zijn van een depressie.

Dyslexie, dyscalculie
Van alle leerstoornissen is dyslexie wel de bekendste.

Dystonie
Bij dystonie is er iets mis met de spierspanning. Er ontstaan langzame, draaiende, onvrijwillige bewegingen met herhalingen. Dystonie leidt meestal tot vreemde lichaamshoudingen.

Epilepsie
Epilepsie is een verzamelnaam voor een aandoening waarbij regelmatig aanvallen optreden van veranderingen in de elektrische activiteit in de hersenen. Door het afgeven van elektrische impulsen communiceren hersencellen met elkaar. Bij een epilepsie-aanval worden sommige hersencellen overactief en gaan in het wilde weg elektrische signalen afgeven.

Essentiële tremor
Ieder mens beeft; dat is te zien bijvoorbeeld wanneer de armen vooruit worden gestoken, aan de handen of tijdens heftige emoties. Wanneer het beven heviger wordt en het normale dagelijks functioneren beïnvloedt, wordt gesproken van een tremor.

(syndroom van ) Gilles de la Tourette
Het syndroom van Gilles de la Tourette wordt gekenmerkt door motorische en vocale tics. Niet iedere tic is echter een uiting van dit syndroom.

Hersenletsel
De hersenen kunnen tegen een stootje omdat de schedel en een laag met hersenvocht bescherming bieden. Toch kan bijvoorbeeld een harde klap letsel veroorzaken.

Hersenontsteking (encefalitis) – hersenabces
Encefalitis is een ontsteking in het hersenweefsel. De grens met hersenvliesontsteking / meningitis is onscherp, omdat bij encefalitis ook vaak de hersenvliezen ontstoken zijn.

Hersenschudding en hersenkneuzing
Een hersenschudding of een hersenkneuzing is niet hetzelfde.

Hersentumor

Een tumor is een gezwel dat ontstaat wanneer lichaamscellen door ongecontroleerde celdeling gaan woekeren.

Hersenvliesontsteking (Meningitis)
Ook wel nekkramp of meningitis genoemd. Het betreft hier een ontsteking van vliezen die de hersenen omgeven.

Hersenvocht
De hersenen nemen het grootste gedeelte van de schedelinhoud in beslag. Om deze relatief zachte hersenen te beschermen tegen de harde schedel, drijven ze in liquor, ook hersenvocht genoemd. Verder is liquor belangrijk voor de afvoer van stoffen.

Huntington
De ziekte van Huntington wordt gekenmerkt door drie symptomen: motorische problemen, dementie en gedrags- en persoonlijkheidsveranderingen.

Hypofyse / acromegalie / Cushing
De hypofyse is een aanhangsel aan de onderzijde van de hersenen (onder de hypothalamus), ter grootte van een erwt.

(Syndroom van)  Korsakov en Wernicke

Het syndroom van Korsakov is een ernstige vorm van hersenschade, die gekenmerkt wordt door geheugenstoornissen. Er kan nog maar weinig nieuwe informatie voor langere tijd worden opgeslagen. Ook informatie van langer geleden raken mensen met dit syndroom kwijt. Wel lukt het nog om nieuwe informatie voor 5 à 10 minuten vast te houden.

Ménière en tinnitus
Ménière en tinnitus zijn aandoeningen die met de oren en de hersenen te maken hebben.

ME
ME staat voor Myalgische Encephalomyelitis. Het wordt ook het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) genoemd, omdat er sprake is van abnormale vermoeidheid.

Migraine
Bij migraine ontstaat een plotseling hoofdpijn, die gepaard kan gaan met misselijkheid en braken. Daarnaast is men overgevoelig voor licht en geluid.

Multiple Sclerose (MS )
Multiple Sclerose is een ziekte die gepaard gaat met verval van zenuwweefsel in hersenen en ruggenmerg.

Neglect en hemianopsie
Neglect en hemianopsie zijn beide gevolgen van een hersenbeschadiging, meestal door een beroerte.

Neurotransplantatie en stamcellen
Zenuwcellen en hun vertakkingen kunnen beschadigd raken door letsel en ziekten, waarna functies slechts in beperkte mate spontaan herstellen. Het is mogelijk jonge zenuwcellen in de hersenen te injecteren, waarna ze zonder problemen kunnen integreren in de rest van het zenuwstelsel. Dit heet neurotransplantatie.

OPS – schildersziekte
Het inademen van agressieve, vluchtige oplosmiddelen (om bijvoorbeeld vetten en oliën op te lossen) kan een schadelijke uitwerking hebben op het centrale zenuwstelsel. De hersenaandoening die daaruit voortkomt wordt in de volksmond ‘schildersziekte’ genoemd, de medische term is Organo Psycho Syndroom (OPS).

Parkinson
De ziekte van Parkinson is een relatief veel voorkomende hersenaandoening, die vooral ouderen treft.

PDD-NOS
PDD-NOS, pervasieve ontwikkelingsstoornissen.

Scantechnieken
De hersenen zijn erg moeilijk toegankelijk voor onderzoek, omdat ze zo goed door de schedel worden afgesloten. Diverse scantechnieken kunnen toch er doorheen kijken, en op die manier hersenaandoeningen vaststellen.

Schizofrenie
Schizofrenie is een ernstige en complexe psychiatrische ziekte, die gepaard gaat met psychoses. Bij deze hersenaandoening verliest iemand het contact met de werkelijkheid.

Slaapstoornissen
Slecht slapen doen we allemaal wel eens. Maar er bestaan ook twee hersenaandoeningen die de slaap kunnen verstoren.

Whiplash
Een whiplash wordt veroorzaakt door een verrekking van de nekspier, wat kan optreden bijvoorbeeld door een aanrijding van achteren. Het hoofd wordt dan met kracht eerst naar achteren en dan weer naar voren geslingerd (‘flexie-extensie-beweging’).

Zuurstofgebrek bij geboorte; asfyxie
Kinderen kunnen zowel voor, tijdens als na de geboorte problemen krijgen met de bloedvoorziening naar de hersenen.

0

Mindfulness geeft nieuwe levenslust bij chronische onverklaarde klachten

mindfullness-levenslust-bij-chronisch-onverklaarbare-klachten-Radboud-BrainquestMindfulnesstraining met meditatie en bewegingsoefeningen verbetert de psychische gezondheid van patiënten met langdurig onverklaarde fysieke klachten, zoals chronische rugpijn, buikpijn, hoofdpijn of hartkloppingen. Dit blijkt uit onderzoek waarop psychiater in opleiding Hiske van Ravesteijn op 2 oktober promoveerde bij het UMC St Radboud. De patiënten leren met aandacht stil te staan bij hun lichamelijke klachten en bewustere keuzes te maken in de manier waarop ze met zichzelf omgaan. Hierdoor voelen ze zich energieker en hun sociale contacten met familie en vrienden verbeteren. Het effect is al tijdens de training merkbaar en neemt na verloop van tijd nog verder toe. Ook neemt het ziekenhuisbezoek af. De behandeling is na een jaar kosteneffectief. Mindfulness blijkt een geschikte behandeling voor een grote groep patiënten waar de huisarts maar weinig raad mee weet.

Aan het onderzoek van Hiske Van Ravesteijn, verbonden aan het Radboud Universitair Centrum voor Mindfulness, deden 117 patiënten uit 19 huisartsenpraktijken in de regio Nijmegen mee. De patiënten hadden langdurig bestaande onverklaarde lichamelijke klachten met daarbij vaak ook een chronische lichamelijke ziekte zoals diabetes of COPD. De huisartsen nodigden de patiënten die het meest frequent op het spreekuur kwamen uit om mee te doen met de zogenoemde Mindful Body Trial. De ene helft van de patiënten kreeg de zorg die ze gewend waren, bijvoorbeeld door de huisarts, een fysiotherapeut en een specialist te bezoeken. De andere helft kreeg daarnaast ook mindfulnesstraining. Deze training bestond uit acht wekelijkse sessies van 2,5 uur met meditatie- en bewegingsoefeningen en een langer durende bijeenkomst. Thuis moesten de patiënten iedere dag ongeveer drie kwartier zelf oefenen. Na afloop van de training en negen maanden later is de algemene gezondheid en het fysiek en mentaal functioneren bij de patiënten beoordeeld. Daarnaast zijn twaalf patiënten tijdens en na de behandeling uitgebreid geïnterviewd over hun ervaringen met de training. Tot slot is een kosteneffectiviteitstudie uitgevoerd.

Met compassie

Het uitgangspunt van de mindfulnesstraining is dat lijden en pijn onderdeel zijn van het leven. De aanpak besteedt veel aandacht aan het lichaam en leert de patiënt om met compassie (vriendelijke aandacht) naar het lichaam en zichzelf te kijken en erover te praten. De patiënt leert om bij het lijden of de pijn stil te staan en zich bewust te worden van de gedachten en gevoelens die daarbij opkomen en de wijze waarop hij reageert. Doordat de patiënt met afstand naar zichzelf kijkt, kan hij patronen ontdekken die hem in de weg staan. Door die patronen te veranderen, gaat de patiënt soms anders met zijn klachten om en kunnen de klachten op den duur verminderen. In eerder onderzoek is het effect bewezen bij patiënten met depressies en angststoornissen, fybromyalgie, chronische pijn en het chronisch vermoeidheidssyndroom.

Energiek

Bij patiënten met langdurig onverklaarde fysieke klachten zorgde de training voor een duidelijke verbetering van de psychische gezondheid. De patiënten voelden zich vitaler en ook hun sociale contacten verbeterden in vergelijking met de patiënten die de gebruikelijke zorg kregen. Van Ravesteijn vindt dit een ‘heel mooi effect’. “Mensen gingen ondanks hun klachten weer op bezoek bij familie en vrienden en voelden zich energieker. Ze hadden meer aandacht voor zichzelf en voor de buitenwereld. Ook waren patiënten minder bang dat ze een ernstige ziekte hadden. Deze verbeteringen zetten door na afloop van de behandeling.” Dat wijst er volgens Van Ravesteijn op dat de effecten van de training doorwerken of zelfs versterkt worden in de loop van de tijd. “Mensen hadden moeite met het waarnemen en beschrijven van wat er in hen omgaat. Dat leken ze te leren, al ging dat wel heel langzaam.” De fysieke gezondheid van de patiënten verbeterde nauwelijks door de mindfulnesstraining. Dat komt volgens Van Ravesteijn mede door de chronische ziekten die de patiënten ook hadden.

Leerproces

Van Ravesteijn heeft het effect van de mindfulnesstraining bij twaalf patiënten veel uitvoeriger onderzocht door hen ook regelmatig te observeren en te interviewen. Daardoor ontdekte ze wat de training nu precies bij deze mensen in gang zet. “In de trainingen maken de patiënten een heel proces door. Ze leren eerst stilstaan bij wat ze nu precies in hun lijf voelen. Ze worden bewuster van lijf en geest. Vervolgens wordt ze gevraagd om dat onder woorden te brengen. Vaak ontdekken ze dan een patroon, bijvoorbeeld dat ze nooit grenzen stellen. Sommigen zijn daarna in staat dat patroon te veranderen. Mannen doen dat drastischer, vrouwen subtieler. Mannen kiezen een andere hobby of een andere baan, vrouwen zeggen vaker nee en nemen vaker even pauze als ze aan het werk zijn. Patiënten leren met vriendelijke aandacht, compassie, over zichzelf en hun lichaam te praten. De klachten zijn er soms nog wel, maar staan minder centraal.”

Luidende kerkklokken

Van Ravesteijn geeft een kenmerkend voorbeeld van wat mindfulnesstraining teweeg kan brengen bij een patiënt. “Een hardwerkende Afrikaanse vrouw die met veel stress leefde had last van hartkloppingen, hoge bloeddruk en hoofdpijn. Bij een oefening waarbij de deelnemers op geluiden moesten letten, gingen kerkklokken in de buurt luiden. Dat maakte bij haar emoties los. De kerkklokken deden haar beseffen dat ze niet bij haar familie in Afrika was. Ze merkte dat ze zich eenzaam voelde, maar daarvoor steeds wegliep, bijvoorbeeld door heel hard te werken. Toen ze dit ontdekte werd ze eerst heel verdrietig, maar in de weken daarna werd ze steeds relaxter. Ze ontdekte hoe ze in elkaar zat en was in staat om beter voor zichzelf te zorgen. Kwam ze eerst strak in pak, later had ze haar haren los, draaide ze muziek in de auto en hing ze een bordje ‘niet storen’ op de deur van haar werkkamer.”

Kosteneffectief

Van Ravesteijn berekende de kosteneffectiviteit van de mindfulnesstraining over de periode van een jaar en vergeleek dat met de gangbare zorg. De patiënten die de mindfulnesstraining volgden, gingen minder vaak naar het ziekenhuis, maar deden wel vaker een beroep op de geestelijke gezondheidszorg. Die verschuiving wijst volgens Van Ravesteijn op een effectievere behandeling van de langdurige klachten. Als een extra levensjaar met kwaliteit van leven (Quality adjusted life year) volgens de gangbare criteria 80.000 euro mag kosten, is de kans 57 procent dat mindfulnesstraining binnen een jaar kosten effectief is.

Laagdrempelig

Daarmee vindt Van Ravesteijn de mindfulnesstraining een geschikte nieuwe behandeling voor een groep patiënten waar maar weinig mogelijkheden voor bestaan. Zij denkt dat mindfulnesstraining laagdrempeliger  is dan cognitieve gedragstherapie, een andere bewezen effectieve behandeling voor deze groep. “Patiënten wijzen een verwijzing naar de psycholoog vaak af omdat ze denken dat ze niets hebben aan een psychologische behandeling. Mindfulness richt door de bewegingsoefeningen de aandacht op het lichaam, en dat is precies waar mensen last van hebben.” Ook denkt zij dat patiënten ‘training’ wat vrijblijvender ervaren als ‘therapie’.

Keuzemogelijkheden voor de patiënt

voor wie nu precies de behandeling het meest geschikt is, is moeilijk vooraf te zeggen. “Voor mensen die midden in heftige sociale, financiële of relationele problemen zitten, is het lastig”, zag Van Ravesteijn in haar onderzoek. “Succes hangt af van de mate waarin een patiënt werkelijk open staat voor verandering van zijn of haar leven. De patiënt heeft een behoorlijke motivatie nodig want hij moet het allemaal zelf doen. Bij cognitieve gedragstherapie wordt hij meer aan het handje genomen. Bovendien moet iemand in een groep meditatie- en bewegingsoefeningen willen doen.” Huisartsen moeten volgens Van Ravesteijn zo open mogelijk met de patiënt bespreken welke behandelingsmogelijkheden er zijn: cognitieve gedragstherapie, fysiotherapie of mindfulnesstraining. De patiënt kan dan aangeven wat hem of haar het meest aanspreekt.”

Bron: UMC St. Radboud
.

0

Nieuwe psychiatrische stoornis vaak ten onrechte gezien als schizofrenie

psychiatrische-stoornis-schizofrenie-radboud-brainquestOnderzoekers van het UMC St Radboud, het AMC en GGZ-organisatie Pro Persona lijken een nieuwe psychiatrische stoornis te hebben ontdekt: posttraumatische stressstoornis (PTSS) met secundaire psychotische kenmerken. Patiënten met deze ernstige stoornis krijgen vaak ten onrechte de diagnose schizofrenie, waardoor zij niet de juiste behandeling krijgen. Psychotische PTSS heeft andere kenmerken en dient anders te worden behandeld dan schizofrenie, stelt Mario Braakman in zijn proefschrift waarop hij op 18 september bij het UMC St Radboud promoveerde.

Doorgaan met schizofrenie
Doorgaan met
schizofrenie

Hoe Te Leven Met Schizofrenie
Hoe Te Leven
Met Schizofrenie

Schizofrenie Ontsluierd
Schizofrenie Ontsluierd

Handboek schizofrenie
Handboek schizofrenie

Psychose En Schizofrenie
Psychose En
Schizofrenie

De echte oorzaken van schizofrenie
De echte oorzaken
van schizofrenie

 

Eén op de honderd mensen loopt rond met de diagnose schizofrenie. Dit aantal verschilt nauwelijks per land en is opmerkelijk genoeg al jaren stabiel. In deze groep patiënten zit een behoorlijk aantal mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) met secundaire psychotische kenmerken in plaats van schizofrenie, stellen bovengenoemde onderzoekers. Maar deze diagnose wordt vaak gemist door artsen en psychiaters, omdat zij de symptomen ten onrechte beoordelen als schizofrenie. Om hoeveel patiënten het gaat is nog onduidelijk, maar schattingen gaan richting tien procent.

Nieuwe psychiatrische stoornis

Ook in Nederland krijgen nogal wat patiënten de diagnose PTSS, terwijl onvoldoende is gekeken of er sprake is van secundaire psychotische kenmerken, zoals wanen en hallucinaties. Een posttraumatische stressstoornis met secundaire psychotische kenmerken is een ernstig ziektebeeld met andere symptomen dan ‘gewone’ PTSS of schizofrenie en dient daarom anders te worden behandeld, stelt psychiater Mario Braakman, promovendus bij de afdeling psychiatrie van het UMC St Radboud en hoofopleider psychiatrie bij Pro Persona in Wolfheze. “Daarom is het belangrijk deze nieuwe psychiatrische stoornis te onderkennen.”

Vluchtelingen en asielzoekers

Braakman voerde zijn promotieonderzoek voor een belangrijk deel uit bij Phoenix, een gespecialiseerde psychiatrische kliniek van Pro Persona in Wolfheze. “Vanuit het hele land stuurden psychiaters patiënten naar ons toe bij wie ze er vaak niet uit kwamen, voornamelijk getraumatiseerde vluchtelingen en asielzoekers. Wij zijn de enige kliniek in Nederland die hele complexe psychiatrische stoornissen behandelt. Centrum ’45 doet dat ook voor complexe psychotraumaklachten, maar enkel bij mensen met PTSS. De psychotische patiënten komen dus allemaal bij ons terecht.”

Wanen en hallucinaties

De onderzochte vluchtelingen en asielzoekers hadden eerst een posttraumatische stressstoornis ontwikkeld en kregen daarna, vroeg of laat, psychotische symptomen – vandaar de aanduiding PTSS met secundaire psychotische kenmerken. Hun wanen en hallucinaties bleken zeer slecht te behandelen met antipsychotische medicatie. Ging het om een vorm van schizofrenie (met verlaat begin) of om een complexe posttraumatische stressstoornis, vroeg Braakman zich af. Geen van beide bleek het geval. Psychotische PTSS, zoals hij het ziektebeeld afkort, is een nieuwe psychiatrische diagnose die vraagt om een specifieke behandeling.

Psychotische PTSS is een complex en ernstig ziektebeeld. Wat de juiste behandeling ervoor is, moet nog beter worden onderzocht, maar Braakman verwacht veel van gedragstherapieën als EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), een interventietechniek die vaak wordt ingezet bij mensen met een posttraumatische stressstoornis. In de VS werden positieve resultaten behaald met exposure-therapieën, waarbij mensen worden blootgesteld aan de traumatische ervaring.

Atoombom in Tokyo

Het is vooral belangrijk dat artsen en psychiaters de symptomen van psychotische PTSS herkennen en de juiste diagnose stellen. Volgens Braakman is het onderscheid tussen schizofrenie en psychotische PTSS betrekkelijk eenvoudig te maken. Er zijn drie belangrijke verschillen. Zo zijn wanen en hallucinaties bij psychotische PTSS zelden bizar van inhoud, zoals bij schizofrenie. “Een schizofrene patiënt kan bijvoorbeeld denken dat mensen door een muur kunnen lopen, of dat er een atoombom in Tokyo ontploft als hij aan z’n pink trekt. Bij psychotische PTSS hebben wanen altijd een relatie met de traumatische ervaring. Iemand die bijvoorbeeld is gemarteld door de KGB, ziet KGB’ers achter bomen staan.”

Onsamenhangend

Verder hebben patiënten met schizofrenie of met psychotische PTSS meestal nog meer bijkomende psychiatrische stoornissen, maar bij psychotische PTSS zijn dat er drie keer zo veel als bij schizofrenie. Ook zie je bij psychotische PTSS zelden formele denkstoornissen, zoals bij schizofrenie. “Schizofrene patiënten praten vaker onsamenhangend zonder enige vorm van logica. Dat zie je niet bij psychotische PTSS. Deze drie variabelen kunnen in negentig procent van de gevallen correct voorspellen in welke groep een patiënt valt.”

Hoeveel patiënten met psychotische PTSS ten onrechte de diagnose schizofrenie krijgen, is in Nederland nog nooit goed onderzocht, constateert Braakman. “Schattingen in de VS laten zien dat van de ‘schizofrene’ patiënten tussen de tien en vijftig procent ook een posttraumatische stressstoornis heeft, die zelden wordt onderkend. Een aantal van deze patiënten zal geen schizofrenie maar psychotische PTSS hebben, maar hoeveel dat er zijn is ook onbekend. Het wordt tijd dat dit wordt onderzocht.” Braakman en zijn collega’s hadden graag gezien dat de diagnose PTSS met secundaire psychotische kenmerken was opgenomen in de DSM-V, het handboek voor psychische en psychiatrische stoornissen. Ze dienden daarvoor ook een voorstel in. “Helaas hebben we daar nooit meer iets op gehoord.”

bron: UMC St. Radboud