0

Emoties: dirigenten of stoorzenders?

emoties in het brein

Mijn vingers glijden over het klavier van mijn notebook, elke aanslag geeft een teken op het scherm. Een prachtig staaltje van techniek. Hier is goed over nagedacht. Deze computer is het resultaat van verstandelijk werk. Wij hebben de indruk dat dit verstand, waarmee we zoveel dingen hebben gemaakt en geschreven, de essentie van ons menselijk bestaan is. Het is niet voor niets dat we ons Homo sapiens noemen, de verstandelijke mens. Dit is niet alleen sterk overdreven, het is gelukkig ook niet juist. Indien de ratio de centrale motor zou zijn van ons doen en laten, zouden we niet ver geraken. We zouden erg traag handelen, een beetje zoals een computer met een beperkt werkgeheugen waarop te veel programma’s draaien. Proberen we rationeel een oplossing te vinden wanneer we plots geconfronteerd worden met een dolle hond die op ons aanstormt? Of reageren we automatisch, sneller dan ons verstand? Over ontelbare generaties hebben onze voorouders inderdaad sneller gereageerd dan hun verstand. En wij doen dat nog, heel de dag door doen we dingen zonder nadenken, zelfs zonder het te weten. Onze relaties met andere mensen worden bepaald door massa’s dingen die los staan van ons verstand. Een van die dingen is emotie, zo een spook in ons brein dat we maar al te graag als een stoorzender aanzien. Het moet weg en plaatsmaken voor ons verstand. Hieronder zal duidelijk worden dat het allemaal niet zo eenvoudig is.
 
Een emotie, wat is dat?
 
Voor deze vraag moeten we een evolutionaire pet opzetten. Het gedrag van vandaag is immers in de evolutie ontstaan door natuurlijke selectie, net als de structuur en de werking van ons lichaam. Die structuur en werking, maar ook ons gedrag, zijn aanpassingen die oplossingen boden voor problemen waarmee onze voorouders werden geconfronteerd. Gedurende honderdduizenden jaren heeft evolutie ons gedrag gekneed om steeds weerkerende problemen het hoofd te kunnen bieden. Neem een aanstormend roofdier. Wie daarvoor geen oplossing had, werd niet onze voorouder. Natuurlijke selectie heeft na vele generaties een programma in ons brein geschreven dat binnen een fractie van een seconde de kans op ontsnapping aanzienlijk deed toenemen. Dat programma heet ‘angst’. Hoe kan angst dit probleem oplossen?
Onmiddellijk na het waarnemen van het roofdier worden alle gedragingen die men zou kunnen vertonen in één richting gestuurd: weg van het gevaar. Zo worden de doelstellingen veranderd en volledig gefocust op het gevaar. Er zijn verschuivingen in de aandacht, die nu gericht wordt op de situatie. Dat gaat gepaard met een verscherping van de waarneming. Er worden zeer snel gegevens uit het geheugen gehaald: waren er schuilmogelijkheden in de omgeving? Het voorval wordt kenbaar gemaakt door een gil of een gezichtsuitdrukking. Er worden leersystemen in gang gezet: deze plek wordt voor de rest van het leven gebrandmerkt als gevaarlijk. Het lichaam reageert met fysiologische veranderingen waardoor een vecht-of-vlucht-reactie ontstaat. Tot slot treden er gespecialiseerde systemen in actie om conclusies te trekken uit de gegevens en wordt het lichaam aangezet tot handelen: weglopen of in een boom kruipen… Het programma dat zorgde voor deze ingewikkelde coördinatie werkt als een dirigent die alle muzikanten van een symfonieorkest in de juiste richting orkestreert. Dat is een emotie: een dirigent in het brein die zeer snel alle mogelijke gedragingen in één richting stuurt om het hoofd te bieden aan een probleem.
Emoties hebben grote voordelen gehad bij de overleving of de samenleving gedurende de evolutionaire ontwikkeling van de mens, en zijn dus door natuurlijke selectie gemaakt en zo goed mogelijk aangepast aan het probleem dat diende opgelost te worden. Het waren zeker geen stoorzenders, wel overlevingsmachines.
 
Vreugde, verdriet, walging…
 
De evolutionaire basis van emoties blijkt uit het feit dat ze universeel zijn, gelijk bij alle culturen. Dit is een van de sterkste argumenten om een evolutionaire voorgeschiedenis en een genetische basis van gedragingen te veronderstellen. De universaliteit van emoties is voor het eerst bestudeerd door Paul Ekman. Hij stelde vast dat emoties in elke cultuur op dezelfde manier werden herkend. Enkele emoties kunnen wel cultureel beïnvloed worden bijvoorbeeld door de wijze waarop en de intensiteit waarmee ze worden beleefd.
 
De ‘basisemoties’ angst, vreugde, verdriet, woede, verbazing, walging zijn gelijk bij alle mensen en zijn in evolutionaire termen zeer oud. Ze hebben betrekking op slechts één individu. ‘Sociale emoties’ zoals afgunst, trots, schaamte, verlegenheid en schuldgevoel zijn moderner en veronderstellen een sociale context. Andere mensen maken de oorzaak of het doel van deze emoties uit. In de loop van de menselijke evolutie werd samenwerking steeds belangrijker, wat leidde tot veel complexere problemen dan enkel in leven blijven, zoals intermenselijke verhoudingen. Het gaat om hogere cognitieve emoties, ze zijn in essentie even universeel als de basisemoties, maar kennen meer culturele variatie. In sommige culturen zal men sneller jaloers reageren dan bij andere, het eergevoel is niet bij alle volken even belangrijk als morele norm, enzovoort. Enkele voorbeelden.
 
Vreugde is een emotie die wordt opgeroepen na een positieve ervaring. Wie vreugde kent, zet zich open voor meer ervaringen en durft meer aan. Deze openheid heeft vooral consequenties op sociaal vlak en kan leiden tot nieuwe of versterkte sociale banden. Vreugde werkt aanstekelijk en kan gemakkelijk worden overgedragen op de groepsgenoten waardoor de hele groep deelt in het goed gevoel, wat weer de sociale banden versterkt. Zulke banden zijn essentiële instrumenten geweest in de menselijke evolutie.
 
Een tegengestelde emotie is verdriet en wordt opgeroepen na het verlies van iets dierbaars, een familielid, geliefde of gekoesterd voorwerp. Maar ook gedwarsboomde toekomstplannen, een vermindering in waardering of een daling in de zelfwaardering kunnen verdriet in gang zetten. Verdriet vertraagt de cognitieve en motorische systemen. Deze slow-down in de activiteit geeft de nodige tijd en energie om de oorzaak van het verdriet nader te analyseren en die in de toekomst misschien te vermijden. Maar men kan ook plannen voor een betere toekomst maken. Vervolgens kan verdriet aan de groepsgenoten duidelijk maken dat er iets mis is, wat kan leiden tot hulp of troost en dus tot een verbetering van de toestand.
 
Een andere basisemotie is woede. Het mobiliseert enorm veel energie. Het vecht-of-vlucht-mechanisme kan worden geactiveerd om het lichaam maximaal voor te bereiden op een aanval. Maar de respons hoeft niet altijd een agressieve actie te zijn. Woede is immers niet noodzakelijk verbonden aan agressie, het kan beperkt blijven tot een dreiging.
 
Walging is de afkeer van het idee dat men schadelijke dingen tot zich neemt en leidt tot het verwijderen van vieze dingen uit de mond. Maar deze emotie kan zich ook sociaal voordoen, bij de afkeuring van daden. In zijn meest essentiële vorm is de functie van walging een verdedigingsmechanisme tegen de opname van slecht voedsel, wat tot besmetting zou kunnen leiden. Walging in een sociale context kan ook beschouwd worden als een verdedigingsmechanisme. Wie afkeer voelt voor een zeer immoreel persoon, wil zich beschermen tegen een eventuele ‘besmetting’ van zijn daden. Door walging zet men zich af tegen sociaal verkeerde handelingen en kunnen zij die de normen van de samenleving op een schandelijke manier overtreden, worden geïsoleerd. Dit ligt mee aan de basis van de moraal, weer een belangrijke socialiserende kracht.
Schaamte ontstaat wanneer iemand vaststelt dat hij niet voldoet aan wat van hem verwacht wordt binnen zijn verantwoordelijkheid. De tekortkoming leidt tot afkeuring en sanctie onder de vorm van spot en minachting, wat sterke uitlokkers van schaamte zijn (ook al kan schaamte zich individueel voordoen). Het geeft een negatief, pijnlijk gevoel, men wenst zich te verbergen, te verdwijnen en mensen doen er alles aan om het te voorkomen. Deze motivatie zet aan tot het nemen van zijn verantwoordelijkheid binnen de gemeenschap, het werkt asociaal gedrag tegen.
 
Socialiteit
 
Ons sociaal gedrag kon zich ontwikkelen dankzij emoties. Sterker nog, emoties zouden geëvolueerd zijn om morele codes in een groep te kunnen ontwikkelen, denk aan schaamte.
 
De sterke sociale structuur van de menselijke samenleving is gekenmerkt door een intensieve samenwerking. Onze voorouders konden enkel zeer grote prooien jagen, zoals de mammoet, met behulp van technieken die ontwikkeld werden binnen een goed uitgekiend coöperatief verband. Maar ook het gezamenlijk zorgen voor de kinderen door meerdere moeders, het bouwen van hutten, het bewaken van de gemeenschap, kon enkel worden gerealiseerd door samenwerking.
 
Verschillende emoties kunnen samenwerking regelen door anderen te motiveren en gedrag te coördineren of door de mentale toestand aan de groepsleden kenbaar te maken. Groepsleden kunnen bij elkaar emotionele toestanden aflezen met nuttige informatie. En zo vormen emoties een krachtig instrument om de samenwerking tussen mensen te verfijnen doordat de groep zich als geheel sterker maakt door rekening te houden met ieders emotionele toestand. Denk aan de socialiserende kracht van vreugde of aan het feit dat emotionele problemen kunnen verholpen worden als ze gecommuniceerd worden.
 
Emoties kenbaar maken
 
Dit alles zou onmogelijk zijn als leden van een groep de emoties van anderen niet zouden kennen. Emoties worden daarom gecommuniceerd via signalen, expressies dus. Uiteraard moeten deze ook worden begrepen, anders kunnen we niet van communicatie spreken.
 
Er bestaan verschillende non-verbale signalen zoals lichaamshoudingen en -bewegingen of veranderingen in de stem, maar in eerste instantie denken we aan gezichtsuitdrukkingen. Weinig cognitieve vaardigheden zijn in onze evolutie zo goed uitgewerkt als het begrijpen van gezichtsuitdrukkingen. Er is zelfs een groot gebied op onze hersenschors voorzien voor deze functie in de gyrus fusiformis. Ekman ontwikkelde een fijne methode om aan de hand van micro-expressies in het gezicht te kunnen achterhalen of iemand liegt, een techniek die gretig werd uitgebuit in de populaire televisiereeks Lie to me.
 
Charles Darwin maakte als eerste een uitgebreide beschrijving van de gezichtsexpressies bij emoties. Maar de meest gedetailleerde analyse danken we aan het levenswerk van Ekman. In zijn onderzoek werden ook niet-westerse culturen betrokken, waaruit bleek dat de perceptie van emotie veel meer universeel is en minder cultureel bepaald dan men dacht. Toch is er wel degelijk een culturele invloed, zoals het al dan niet onderdrukken of overdrijven van de expressies.
 
Vrouwen zouden beter emoties kunnen herkennen dan mannen. Of dit voor alle emoties geldt en ook tussen vrouwen en mannen, of enkel binnen één geslacht, moet nog verder worden onderzocht. Mensen die geen emoties bij zichzelf kunnen herkennen, lijden aan alexithymie, en hebben vaak ook moeilijkheden om emoties bij anderen te zien.
Het is interessant op te merken dat de expressie van een emotie haar versterkt. Wie een emotie-expressie van het gezicht nabootst voelt niet alleen de overeenstemmende emotie in zich opborrelen, er grijpen ook fysiologische veranderingen plaats die zich voordoen bij die emotie zelf wanneer ze in normale omstandigheden wordt opgeroepen.
 
Empathie
 
Wellicht de sterkste motor die de samenwerking bij de mens stuurt is empathie, wat verschilt van medeleven. Bij medeleven kennen we de emotie van een ander, bij empathie voelen we die echt zelf. Wie een emotie bij een ander – vriend of vreemde – waarneemt, voelt in grote mate wat die ander voelt. We moeten er niet aan twijfelen dat empathie het sterkst is ontwikkeld bij de mens, maar de neurologische basis waarop empathie kan groeien komt ook bij andere diersoorten voor. Die basis wordt gevormd door de spiegelneuronen. Het zijn neuronen die actief worden bij het waarnemen van een handeling zonder die handeling zelf uit te voeren. Bij de mens is vastgesteld dat spiegelneuronen ook actief zijn bij emoties. Iemand iets zien ervaren, wordt gespiegeld in het zelf ervaren. Het is niet zo onlogisch te stellen dat dit mechanisme aan de basis ligt van empathie. Een emotie waarnemen via een gezichtsexpressie stimuleert dezelfde neuronen als voor die expressie zelf, en – wetende dat de uitdrukking van een emotie kan leiden tot het voelen van die emotie – voel je wat een ander voelt. Men kan zich voorstellen dat het mechanisme van de spiegelneuronen aanvankelijk enkel een motorisch belang had, bij het leren nadoen van handelingen, maar dat het evolutionair is uitgegroeid tot een sterk cement tussen groepsleden. Empathie is een optimaal mechanisme om allianties en samenwerking te bevorderen. Bijvoorbeeld via troostgedrag, men voelt het verdriet van een ander en weet daardoor op welke manier men dat leed kan lenigen. Empathie is ook de basis van de aanstekelijkheid van vreugde, angst, walging…
 
Het is onze stelling dat empathie een sterk evolutionair voordeel had. De baten van een emotie moeten immers niet beperkt blijven tot één individu. Door de empathie worden ze zeer snel overgedragen op groepsleden die mee kunnen profiteren van de orkestrerende dirigent. De emotie vloeit als een bindmiddel van het ene individu naar het ander, een beetje als een psychologische bloedstroom in een groep. Bij de aanvang van een gezamenlijke taak beginnen alle sturende krachten door de groep te stromen: de vreugde-emotie van één deelnemer wordt overgenomen door het gezelschap en enthousiasmeert hen, dat wordt versterkt door een woedegevoel van een andere die beter wil presteren dan een concurrerende groep, maar wordt wat getemperd door een angstgevoel van een derde deelnemer, bijgestuurd door… en ga zo maar door. Alle oorzaken van de individuele emoties kunnen hun belang hebben voor de hele samenwerkende groep, empathie zorgt voor de boekhoudkundige optelling ervan. Elk lid van de gemeenschap heeft baat bij dat systeem, dus kan natuurlijke selectie het hebben bevoordeeld en werden de samenwerkingsverbanden bij de coöperatieve mens steeds intenser.
 
Hersenen en emoties
 
Net als alle gedragselementen hebben emoties een neuraal substraat. Ze kunnen niet worden toegewezen aan één plaatsje in het brein, ze zijn steeds het resultaat van de werking van meerdere circuits in de hersenen. Evolutionair oude emoties (zoals angst) moeten we in oude hersengebieden zoeken, meer recente (schuldgevoel) in modernere zones. Het evolutionair oude limbisch systeem neemt hierbij een centrale plaats in. Het is belangrijk bij het genereren en controleren van emoties, zij het in samenwerking met andere hersengebieden.
 
De amygdala (of amandelkern) in het limbisch systeem roept vooral zeer oude emoties op, zoals woede en angst. Als de zintuigen prikkels opvangen die een reactie van woede of angst kunnen oproepen, dan doen deze prikkels – na langs de thalamus te zijn gepasseerd – in de amygdala hun werk, supersnel en volledig buiten het bewustzijn. Wij nemen zulke angst- of woedeprikkels waar zonder dat we beseffen dat die een effect op ons hebben, en toch wordt de amygdala meetbaar geactiveerd. Deze oeroude kern werkt dus autonoom, los van de circuits die de eigenlijke zintuiglijke verwerking moeten doen. Dat betekent niet dat de amygdala volledig geïsoleerd is van de hogere hersenen, ze ontvangt ook complexe informatie vanuit de hogere hersencentra. De informatie die de specifieke hersenschorsgebieden (voor het zicht, het gehoor…) heeft bereikt kan na herkenning en verwerking naar de amygdala worden gestuurd om een emotie aan te maken. Dat is een tragere weg dan deze die rechtstreeks van de thalamus naar de amygdala loopt. De evolutie heeft de werking van deze kern verfijnd door samenwerking met de moderne hersengebieden te voorzien.
 
Evolutionair recentere emoties worden gegenereerd in modernere hersengebieden, in de neocortex. Een belangrijke zone is het ventromediaal deel van de voorhoofdskwab. Dit hersengedeelte kan complexere prikkels voor sociale emoties verwerken. De rechter kwab van deze cortex staat eerder in verband met negatieve emoties, de linker met positieve. Richard Davidson en zijn medewerkers stelden vast dat de linker kwab de negatieve gevoelens die afkomstig zijn van de amygdala de pas kan afsnijden, ze kan zeer snel een negatieve emotie onderdrukken. Misschien ligt de kracht die de negatieve basisemoties aan de leiband kan houden in het rationeel denken van de linker hersenhelft.
 
Emoties en gevoelens
 
Tot nu spraken we over het mechanisme van de emotie zelf, het automatisme dat door evolutionaire krachten is ontworpen om een goede oplossing te bieden wanneer we plots geconfronteerd worden met een probleem. Het gaat hier wel degelijk om een automatisme, men is zich er niet van bewust, men voelt het niet. De emotie helpt bij het oplossen van een probleem zonder dat we dat weten! En toch zal eenieder zeggen wel degelijk te weten dat hij bang of verdrietig of blij was. Hier zijn gevoelens aan het werk. Emoties kunnen inderdaad gepaard gaan met gevoelens, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Men zal dan ook alleen de emoties kennen die men ook gevoeld heeft. Essentieel is de gevoelswaarde, die kan positief of negatief zijn. Dat is niet toevallig, want emotionele gevoelens hebben belangrijke functies. Bijvoorbeeld, gevoelens zorgen voor een waakzaamheid van het brein met betrekking tot de omstandigheden die de emotie hebben opgeroepen. Met die omstandigheden moet rekening worden gehouden, anders zou er geen emotie zijn opgewekt. Het brein kan een verdergaande oplossing zoeken.
Een andere functie is de bijdrage van gevoelens tot leerprocessen die het individu toelaten om voor de toekomst profijt te halen uit een ervaring. Als er zich een angstwekkende of plezierige situatie heeft voorgedaan, is het aangewezen dat de informatie daarover wordt gestockeerd om later gebruikt te worden. Zodoende kan een negatieve situatie worden vermeden, een positieve worden opgezocht. Zulk leerproces steunt op straf of beloning. Een slecht gevoel bij een negatieve situatie is een straf, het leert de situatie te vermijden. Een goed gevoel bij een positieve situatie is een beloning en leert de situatie op te zoeken.
 
We zien hier dus een evolutionaire lijn. Lagere diersoorten kunnen automatisch handelen om aan een negatieve prikkel te ontsnappen. Bij hogere soorten ontstond een regelend mechanisme dat die handelingen stuurt, de emotie, wat een aanzienlijke verbetering inhield doordat handelingen efficiënt konden worden gecoördineerd. Nog later, bij de hoogst ontwikkelde soorten, werden die emoties gekleurd met gevoelens om de complexe werking van de neocortex in te schakelen en verdergaande oplossingen te zoeken. In grote lijnen zouden we kunnen stellen dat tijdens de evolutie het zwaartepunt van de oplossingen verschoof van spieren over hersencentra naar de geest.
 
 
Tot slot
 
Concluderend kunnen we emoties begrijpen als biologische, evolutionair gevormde processen. In eerste instantie zijn het overlevingsmechanismen. Bij de mens – nog meer dan bij andere soorten – zijn het ook katalysatoren voor socialiteit. Ze vormen een sociale bloedsomloop die mensen aan elkaar bindt en biedt ze de mogelijkheid om bijzonder complexe samenwerkingsverbanden te smeden. De ontwikkeling en perfectionering van emoties was een essentiële stuwkracht in de evolutie van de mens om te worden wat hij nu is: een supersociaal wezen.
 
Dit artikel van Mark Nelissen is eerder verschenen in Psyche& Brein, nummer 3, 2009 
Voor meer literatuur:
 
Gegrepen door emoties
Gegrepen door emoties
Paul Ekman

Ekman P. (2003). Gegrepen door emoties.
Wat gezichten zeggen. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
 
Handbook of Emotions
Handbook of Emotions

Lewis M. & Haviland-Jones J.M. (eds.) (2000). Handbook of emotions (Second edition). New York: The Guilford Press.
 
de_brein_machine
De brein machine
Mark Nelissen

Nelissen M. (2008). De Brein Machine.
De biologische wortels van emoties en gevoelens, een darwinistische kijk. Tielt: Lannoo.
 
 

Mark Nelissen

mark_nelissen (foto Frank Toussaint)Mark Nelissen is professor in de gedragsbiologie aan de universiteiten van Antwerpen en Hasselt. Hij heeft veel bijgedragen tot de verspreiding van de evolutiegedachte bij de Nederlandstalige bevolking.

 
Hij is Doctor in de Wetenschappen en Geaggregeerde voor het Hoger Onderwijs en doceert Celbiologie & Genetica, Toegepaste Gedragsbiologie, Gedragsbiologie (Antwerpen), Gedragsbiologie (Hasselt), Dierenwelzijn, Menselijk Gedrag & Evolutiepsychologie, Biologische Antropologie en Ethologie
 
Naast diverse nevenfuncties, woordvoerder- en lidmaatschappen is hij lid van de Raad voor Advies van EOS en schrijft hij de blogs “De bril van Darwin” voor EOS. Verder heeft hij diverse boeken gepubliceerd.
Lexicon van de gedragsbiologie (1996), Introductie tot de gedragsbiologie (1997), De bril van Darwin (2000), Waarom we willen wat we willen (2004) en De Brein Machine (2008)
 
 
 
Voor uitgebreid cv en contactgegevens: klik hier >>

artikel: Emoties: dirigenten of stoorzenders?

 

Over de auteur

Mark Nelissen is professor in de gedragsbiologie aan de universiteiten van Antwerpen en Hasselt. Hij heeft veel bijgedragen tot de verspreiding van de evolutiegedachte bij de Nederlandstalige bevolking. Hij is Doctor in de Wetenschappen en Geaggregeerde voor het Hoger Onderwijs en doceert Celbiologie & Genetica, Toegepaste Gedragsbiologie, Gedragsbiologie (Antwerpen), Gedragsbiologie (Hasselt), Dierenwelzijn, Menselijk Gedrag & Evolutiepsychologie, Biologische Antropologie en Ethologie. Naast diverse nevenfuncties, woordvoerder- en lidmaatschappen is hij lid van de Raad voor Advies van EOS en schrijft hij de blogs “De bril van Darwin” voor EOS. Verder heeft hij diverse boeken gepubliceerd.Lexicon van de gedragsbiologie (1996), Introductie tot de gedragsbiologie (1997), De bril van Darwin (2000), Waarom we willen wat we willen (2004) en De Brein Machine (2008)

Laat een Bericht achter




Een foto bij uw reactie kan met een Gravatar.