0

Nieuwe inzichten over impulsief adolescentengedrag

Het deel van de hersenen van adolescenten dat impulsief en roekeloos gedrag reguleert, functioneert niet gebrekkig, zoals onderzoekers tot nu toe veronderstelden. Het is veel flexibeler dan gedacht, zo blijkt uit meta-analyse van neurowetenschappelijk onderzoek van adolescentenhersenen. Eveline Crone en haar Amerikaanse collega Ron Dahl publiceerden er over in het toonaangevende tijdschrift Nature Reviews Neuroscience.

Typisch adolescentengedrag

Tot nu toe wordt ‘typisch adolescentengedrag’ geweten aan een ‘onrijpe’ prefrontale cortex (PFC). Omdat in de PFC hersengebieden zitten die een rol spelen bij de cognitieve controle van gedrag – zoals planning, organisatie en impulsbeheersing – zou een ‘onrijpe’ PFC leiden tot een gebrekkige cognitieve controle, en dus tot risicovol en impulsief gedrag.

Crones meta-analyse van het neurowetenschappelijk onderzoek naar adolescentenhersenen ondersteunt deze opvatting niet. De bevinding dat de emotiesystemen in de hersenen tijdens de adolescentie extra gevoelig zijn wordt wel consequent gevonden, maar het gebruik van de PFC is wisselend en hangt vooral af van de motivatie van jongeren. Die motivatie wordt op zijn beurt sterk beïnvloed door sociale en affectieve processen in de omgeving. Dat duidt erop dat er geen sprake is van onrijpheid, maar van cognitieve flexibiliteit.

Spons

Leids hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie Crone: ‘De PFC fungeert als het ware als een spons die al die omgevingsinvloeden verwerkt. In de praktijk zie je dan ook dat adolescenten vaak wel degelijk in staat zijn om zich langdurig te concentreren. Dan gaat het om taken waarvoor ze gemotiveerd zijn, zoals bijvoorbeeld het uitzoeken van een technisch probleem. Het is dan ook niet zo dat adolescenten de PFC nog niet goed kunnen gebruiken, maar dat ze onder invloed van sociale en affectieve processen vaak keuzes maken die een impulsiever karakter hebben en meer zijn gericht op de korte termijn.’

Zulk korte termijn gedrag kan heel goed zijn in de adolescentie, zegt ze. ‘Dat is een periode waarin jongeren zich losmaken van hun ouders en op zoek gaan naar hun eigen identiteit en hun plek in de vriendengroep. Experimenterend en explorerend moeten ze uitzoeken welk gedrag en welke rol bij hen past.’

Bron: Universiteit Leiden

Over de auteur

Laat een Bericht achter




Een foto bij uw reactie kan met een Gravatar.