Recente Bijdragen

0

Onderscheid depressie en normaal verdriet bij ongeneeslijke zieke

niet zo relevant

stervensbegeleiding-foto-point-reyes-BrainquestIn de laatste fase van het leven zijn veel minder mensen depressief dan verwacht: mogelijk nog geen twee procent. Welke factoren bepalen dat mensen met een ongeneeslijke ziekte niet somber worden? Dit is één van de vragen die Franca Warmenhoven stelt en beantwoordt in een onderzoek, dat zij uitvoerde bij het UMC St Radboud en waarop zij 27 mei 2013 promoveerde.

Stervensbegeleiding in een nieuwe tijd
Stervensbegeleiding in een nieuwe tijd Hans Stolp

Stervensbegeleiding Een Wederzijds Proces
Stervensbegeleiding Een Wederzijds Proces Zeylmans

Palliatieve Zorg, Stervensbegeleiding, Rouwbegeleiding
Palliatieve Zorg, Stervensbegeleiding, Rouwbegeleiding Orshoven

Intens Leven En Sterven
Intens Leven En Sterven – Elizabeth Kübler Ross

Dood
Dood – Elizabeth Kübler Ross

Toen Franca Warmenhoven werkzaam was in een huisartsenpraktijk viel het haar op, dat veel mensen in het eindstadium van hun leven niet depressief waren. ‘Het lijkt zo logisch, dat mensen met een ongeneeslijke ziekte depressief worden,’ zegt zij. ‘In eerste instantie verbaasde het mij dan ook, dat dit heel vaak niet gebeurt.’

Hoe frequent komt depressiviteit bij ongeneeslijk zieke mensen voor? De onderzoeksliteratuur vermeldt heel wisselende percentages, variërend van 1 tot 69 procent. ‘Er zijn veel definities en omschrijvingen van depressiviteit,’ aldus de promovenda. ‘Onderzoeksuitkomsten hangen sterk af van de definitie en de maatstaf die de onderzoeker hanteert.’

Symptomen

Volgens (inter)nationale richtlijnen zijn symptomen van depressiviteit naast een sombere stemming onder andere vermoeidheid, concentratieproblemen, slaapstoornissen, gewichtsverlies en veel denken aan de dood. ‘Maar diezelfde verschijnselen zijn er ook bij de ziekten waaraan patiënten in de laatste fase van hun leven lijden, zoals kanker, longziekten en hartvaatziekten. Je kunt ze dus niet zonder meer toeschrijven aan een depressie. En het spreekt vanzelf dat iemand aan het eind van het leven vaak aan de dood denkt. Ook dat hoeft in die context niet te wijzen op depressiviteit.’

Warmenhoven, momenteel verbonden aan de universiteit van Leuven, bestudeerde voor haar proefschrift gegevens van 982 patiënten die in een periode van twintig jaar waren overleden aan hartvaatziekten, kanker of COPD (een ongeneeslijke longziekte). Ze keek naar de diagnoses die de huisartsen gesteld hadden op basis van de actuele behoeften en hulpvragen van de patiënt. Bij slechts 1,9 procent van deze patiënten was de diagnose depressieve stoornis gesteld. ‘Dit is al met al veel minder dan wat je op grond van de literatuur en van je gevoel zou verwachten,’ zegt ze. ‘En toch wil dit niet zeggen dat er bij de andere patiënten geen emotionele klachten waren en dat de huisarts hier geen aandacht aan heeft besteed’. Huisartsen blijken namelijk wel degelijk oog te hebben voor de emotionele klachten van patiënten in de laatste levensfase, maar dan zonder de diagnose depressie te stellen.

Krachtbronnen

In interviews met patiënten met een vergevorderd stadium van kanker probeerde Warmenhoven te achterhalen wat ervoor zorgt dat patiënten niet depressief worden en hoe zij somberheid het hoofd weten te bieden. De geïnterviewden noemden factoren als actief blijven, godsdienst of spiritualiteit, goede contacten met familie en vrienden en de aandacht en steun van zorgverleners. Daarnaast bleek een combinatie van acceptatie van de situatie enerzijds en strijdlust anderzijds belangrijk bij het omgaan met somberheid. ‘Palliatieve patiënten kunnen hun eigen krachtbronnen goed benoemen,’ constateert Warmenhoven. ‘Mijn aanbeveling aan verleners van palliatieve zorg is dan ook om de patiënt te helpen bij het aanboren van de bronnen, waar hij of zij kracht en positiviteit uit kan halen. Dat is voor iedereen heel persoonlijk, dus je zult hiervoor open moeten leren kijken naar wat voor deze unieke patiënt belangrijk is.’

Klinisch oordeel

Medici worden opgeleid om zo feitelijk mogelijk een diagnose te stellen en daarop vervolgens de behandeling te baseren. Huisartsen lopen dan ook op tegen de vraag of een palliatieve patiënt een depressie heeft of ‘gewoon’ verdrietig is, blijkt uit het proefschrift. Ze vertrouwen bij de palliatieve patiënt uiteindelijk vooral op hun eigen klinisch oordeel en passen de criteria voor een depressieve stoornis niet strikt toe.

Een belangrijke conclusie van Warmenhoven is, dat het onderscheid tussen normaal verdriet en een pathologische depressie in de palliatieve zorg in feite niet of nauwelijks relevant is. ‘Het gaat er niet om de palliatieve patiënt te behandelen op basis van al dan niet afdoende criteria voor depressiviteit. Het gaat erom dat de patiënt diè palliatieve zorg en ondersteuning krijgt, die het beste past bij zijn of haar eigen specifieke mogelijkheden en noden in de laatste levensfase.’ Ze pleit ervoor, dat zorgverleners zich niet alleen richten op het bestrijden van eventuele depressieve symptomen, maar ook op het versterken van de positieve krachten, die de patiënt in kwestie en diens sociale omgeving ter beschikking staan.

bron: UMC St. Radboud
.

0

Psychische klachten ouderen onvoldoende herkend bij revalidatie

depressie-psychische-klachten-ouderen-Radboud-Universiteit-BrainquestIedereen heeft na een beroerte of beenamputatie recht op een revalidatie, die erop gericht is om thuis de draad weer op te kunnen pakken, ondanks de eventuele lichamelijke beperkingen. De psychosociale steun die veel oudere patiënten daarbij nodig hebben, wordt in de praktijk nog onvoldoende herkend. Dit stelt Bianca Buijck, die op 8 mei 2013 als onderzoeker in het UMC St Radboud in Nijmegen promoveerde. Haar onderzoek werd mogelijk gemaakt door Stichting de Zorgboog in Bakel.

Het leven van een oudere die een beroerte heeft gehad, verandert drastisch, afhankelijk van de ernst van de beroerte. Hetzelfde geldt voor iemand van wie een been is geamputeerd. Ter voorbereiding op de nieuwe levensomstandigheden kunnen ouderen een revalidatieprogramma in een verpleeghuis volgen. Bij haar onderzoek naar deze zogenoemde geriatrische revalidatie ontdekte Bianca Buijck, dat bij het overgrote deel van de patiënten, namelijk zeventig procent, de revalidatie in het verpleeghuis succesvol is. Dat wil zeggen dat de patiënt weer naar huis kan om daar, zo nodig met hulp en aanpassingen, de draad van het leven weer op te pakken. ‘Dat is een opmerkelijk hoog percentage,’zegt ze. ‘De meeste mensen denken dat dat veel lager ligt.’

Verschillen

Buijck richtte haar aandacht vooral op de psychische toestand van de patiënten, tijdens de revalidatieperiode en daarna. Ze onderzocht psychische problemen zoals depressie, angst, slapeloosheid, gepieker, irritatie en dergelijke. Er bleken significante verschillen te zijn tussen enerzijds degenen die na de revalidatie weer naar huis konden en anderzijds degenen die na de revalidatie permanent in een verpleeghuis werden opgenomen.

Degenen die naar huis konden, waren bij opname op de revalidatieafdeling psychisch gezonder dan degenen die na revalidatie moesten blijven wonen in een verpleeghuis. Tijdens de revalidatie namen de psychische problemen van degenen die naar huis konden af. De psychische problemen van de andere groep verergerden juist. Oorzaak en gevolg zijn niet goed te onderscheiden. Psychische problemen staan een succesvolle revalidatie in de weg. Aan de andere kant leidt een succesvolle revalidatie tot een verbetering van de psychische gezondheid.

‘De psychische problemen die tijdens de revalidatieperiode ontstaan worden onderschat,’ zegt Buijck. ’Een beroerte of een beenamputatie is een heel ingrijpende gebeurtenis. Tijdens de revalidatie begint het tot de patiënten door te dringen dat hun leven voorgoed veranderd is. Het zal niet meer zo worden als het was. Er zullen beperkingen zijn. Met dat besef moeten ze verder en dat valt voor de meeste mensen niet mee. Het is logisch dat een deel van de patiënten depressief en bang voor de toekomst wordt. Zorgverleners moeten leren om signalen van depressiviteit op te vangen. Zo nodig zou een vorm van psychotherapie deel moeten uitmaken van de revalidatie.’

Helft van de dag alleen

Buijck onderzocht hoe patiënten met een beroerte op de revalidatieafdeling van een verpleeghuis hun dag doorbrengen. Patiënten met een lichte beroerte bleken meer bezig te zijn met therapeutische activiteiten dan degenen die ernstiger waren getroffen. ‘Eigenlijk klopt dat niet,’zegt Buijck. ‘Mensen met ernstige uitvalsverschijnselen hebben in feite meer therapeutische bezigheden nodig dan degenen met een lichtere aandoening.’

Gemiddeld hadden patiënten slechts tien procent van een werkdag interactie met een verpleegkundige of verzorgende, waarbij inbegrepen de hulp bij bijvoorbeeld wassen, aankleden en eten. ‘De patiënten krijgen alle voorgeschreven verpleegkundige en paramedische zorg, maar toch brengen ze de helft van de dag alleen door. Alle tijd om te piekeren en voor negatieve gevoelens,’ zegt Buijck.

De belangrijkste conclusie van Buijck is, dat er tijdens de revalidatie van ouderen in het verpleeghuis meer aandacht moet zijn voor de psychosociale kant van het proces dat de patiënt doormaakt. Buijck: ‘Ook de mantelzorgers moeten hierbij betrokken worden. Want de psychische problemen beïnvloeden niet alleen de kwaliteit van leven van de patiënt na revalidatie, maar ook de belasting van de mantelzorger.’

bron: UMC St. Radboud
.

0

Wat gebeurt er als je verliefd bent?

Het filmpje hieronder kan traag laden! Het is ook te zien op deze pagina.

 

Als je verliefd bent zie je de wereld door een roze bril. Maar wat gebeurt er nu eigenlijk precies met je en waarom worden mensen eigenlijk verliefd?   Prof.dr. Gert ter Horst weet dankzij de MRI-scanner dat de hersenen van verliefde mensen duidelijk te herkennen zijn.

bron: Rijksuniversiteit Groningen

0

Hersenen vertonen nog steeds afwijkingen na een depressie

hersenen-UMC-St-Radboud-BrainquestMensen die een depressie hebben gehad, onthouden positieve informatie minder goed dan gezonde personen. Negatieve informatie onthouden ze juist beter. Ook na herstel vertonen de hersenen van voormalig depressieven nog afwijkingen, zowel in de amygdala (het emotiegebied) als in de prefrontale cortex. Dat ontdekte Jennifer Fee Arnold tijdens haar promotieonderzoek aan het UMC St Radboud, waarop zij op 21 maart promoveert. De kans op terugval na een depressie is zo’n 30 procent en na drie depressies zelfs 90 procent. Positiviteitstraining kan mogelijk helpen om de kans op terugval te verkleinen.

Elk jaar krijgt 6 procent van de Nederlandse bevolking last van een depressie. Het is daarmee een van de meest voorkomende psychiatrische aandoeningen. De kans om een depressie te ontwikkelen is best groot, vertelt Jennifer Fee Arnold, PhD bij het UMC St Radboud. “Als vrouw heb je zo’n 23 procent kans om ooit in je leven een depressie te krijgen en als man rond de 13 procent. Na een depressie is de kans op terugval zo’n 30 procent, na een tweede depressie 75 procent en na een derde zelfs 90 procent! Goede therapie is daarom erg belangrijk.”

Neiging om positieve informatie te vergeten

Een depressie gaat vaak gepaard met verstoringen in de manier waarop mensen hun emoties en motivaties ervaren. Ook treden er vaak cognitieve problemen op, vooral in het geheugen. Mensen die ooit depressief zijn geweest, hebben nog steeds problemen bij het verwerken van positieve informatie, ontdekte Arnold tijdens haar promotieonderzoek. “Voormalig depressieven moeten meer moeite doen om positieve informatie goed op te nemen. Daardoor komen ze in een vicieuze cirkel terecht.”

Dat mensen informatie gemakkelijker onthouden als die overeenkomt met hun stemming, is niet nieuw. Dit verschijnsel staat in de wetenschap bekend als ‘stemmingscongruentie’. Als je opgewekt bent of vrolijk, is het makkelijker om positieve informatie te onthouden. Ben je boos of somber, dan geldt dat juist voor negatieve informatie. “Op vakantie komen vaak mooie en leuke herinneringen naar boven, maar als je wordt afgewezen voor een baan, herinner je je makkelijker de andere keren dat dingen niet zijn gelukt. Het hangt natuurlijk ook af van iemands karakter; voor pessimistische mensen geldt dit nog sterker.”

Stemmingscongruentie zou wel eens een rol kunnen spelen bij depressies, vermoedde de promovenda. “Als mensen depressief zijn, onthouden ze makkelijker negatieve informatie dan positieve. Dat zou wel eens de oorzaak kunnen zijn dat een depressie langer stand houdt, of dat mensen sneller een terugval krijgen.”

Emotionele woorden afmaken

Om het bewuste en onbewuste emotionele woordgeheugen te testen, deed Arnold gedragsonderzoek en hersenonderzoek bij gezonde proefpersonen en bij voormalig depressieve patiënten. Het hersenonderzoek bestond uit functional magnetic resonance imaging (fMRI), waarbij hersenscans werden gemaakt terwijl proefpersonen een bepaalde taak uitvoerden in de MRI-scanner. In gedragsonderzoek liet ze gezonde vrouwen woordfragmenten afmaken, terwijl zij in een neutrale stemming verkeerden of in een vrolijke dan wel sombere stemming waren gebracht door het zien van bepaalde videofragmenten. Voor een negatieve stemming keken deelnemers naar fragmenten uit de Holocaust-film Sophie’s Choice, voor een vrolijke stemming naar fragmenten uit Happy Feet. Tijdens het experiment bood zij hun fragmenten aan van negatieve, positieve of neutrale woorden, die proefpersonen moesten afmaken. Negatieve woorden waren bijvoorbeeld ‘massamoord’, ‘mishandeling’, ‘zelfmoord’, ‘kanker’ of ‘doodsangst’. Positieve items waren ‘liefde’, ‘vriendschap’, ‘glimlach’, ‘vakantie’ en ‘levensvreugde’ en als neutraal golden ‘paddestoel’, ‘methode’, ‘schoenmaat’, ‘wijsvinger’, of ‘werktuig’. Als proefpersonen in een neutrale stemming waren, maakten zij fragmenten van emotionele woorden vaker correct af dan fragmenten van neutrale woorden. “De emotionele lading van woorden heeft dus invloed op de verwerking ervan”, zegt Arnold. Tijdens een sombere stemming bleek het voor deelnemers gemakkelijker om negatieve woorden te verwerken. Verrassend genoeg viel dit voordeel weg als mensen vrolijk waren; positieve woorden werden dan minder vaak correct afgemaakt dan neutrale woorden.

Veranderingen in de hersenstructuur

Vervolgens liet Arnold gezonde en voormalig depressieve proefpersonen een vrije herinneringstaak uitvoeren in de MRI-scanner. Daarbij moesten ze aangeven welke woorden ze zich konden herinneren van een lijst met emotionele woorden die ze eerder hadden gezien. Ook hier waren deelnemers vooraf in een vrolijke of sombere stemming gebracht. Verrassend was dat de fMRI-resultaten van de gezonde deelnemers lieten zien dat verschillende prefrontale hersengebieden een rol spelen bij het onthouden van emotionele informatie, afhankelijk van of de lading wel of niet overeenkomst met de stemming van de proefpersoon. “Bij voormalig depressieve patiënten is het fronto-limbische circuit meer actief tijdens het leren van positieve emotionele informatie dan bij mensen die geen depressie hebben gehad. Door deze verhoogde activiteit hebben zij mogelijk meer moeite om positieve informatie te onthouden dan gezonde deelnemers.”

Ook in de structuur van de hersenen vond zij nog veranderingen. “Zo zagen we in de medial prefrontal cortex en de amygdala, het emotiegebied in de hersenen, afwijkingen in de microstructuur. Tijdens een depressie is de amygdala vergroot en hyperactief. Wij vonden daarvan nog steeds tekenen. De volumes waren niet afwijkend van gezonde proefpersonen, maar er waren nog wel functionele afwijkingen in de microstructuur.”

Hardnekkiger dan verwacht

Dat proefpersonen in de herstelfase meer moeite hebben met de verwerking van positieve informatie, verraste de onderzoekers. Vooral dat dit zich niet zozeer uit in gedrag, maar wel in de activering van de hersenen. Depressie blijkt inderdaad hardnekkig. Arnold bepleit dan ook een nieuwe aanpak in de behandeling. “Je zou het hersengebied dat verantwoordelijk is voor het verwerken van positieve emoties kunnen stimuleren, bijvoorbeeld door positiviteitstrainingen. Hopelijk kunnen we daarmee de vicieuze cirkel doorbreken en de kans op terugval verminderen. We hopen daarom dat onze resultaten worden opgepakt.”

bron: UMC St. Radboud

0

Op zoek naar ons bewustzijn – BBC documentaire The Secret You

Marcus-du_Sautoy-BBC-op-zoek-naar-bewustzijn-the-secret-you-BrainquestProfessor Marcus du Sautoy probeert via de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van hersenonderzoek antwoorden te vinden op één van de grootste mysteries voor de wetenschap: hoe weten we wie we zijn? Hoewel we de gedachten, die ons het gevoel geven dat we onszelf kennen, gemakkelijk kunnen ervaren, zijn ze moeilijk te verklaren. Om dat beter te begrijpen ondergaat hij een aantal indringende experimenten.

Hij leert op welke leeftijd onze zelfbewustzijn ontstaat en of andere soorten deze eigenschap delen. Laat vervolgens zijn geest ‘vervormen’ door een riskant onderzoek op het gebied van de anesthesie. Na het overleven van die beproeving, ondergaat hij een soort uittredingservaring (out-of-body) in een poging om zijn ware zelf te vinden. En vervolgens leert hij in Hollywood hoe wetenschappers beroemdheden kunnen inzetten om de microscopische activiteiten van onze hersenen op celniveau te begrijpen. Tot slot neemt hij deel aan een soort ‘gedachtenleesexperiment’ – via een scan – dat de nodige verwarring bij hem veroorzaakt. Hoe is het mogelijk dat je 6 seconden voor een actie al in de hersenen kunt zien welke beslissing er genomen gaat worden.

0

Interactieve website voor jongeren geeft inzicht in puberbrein

kijk-in-je-brein-puberbrein-eveline-crone-brainquestWaarom is er zoveel informatie over ‘puberende hersenen’ voor ouders en leerkrachten, maar zo weinig voor jongeren zelf? De website Kijk in je brein doet hier iets aan.

Wetenschappers aan de Universiteit Leiden introduceren een unieke interactieve website speciaal voor jongeren, ‘Kijk in je Brein’ geheten, en ontwikkeld in samenwerking met experts in jongerencommunicatie (Bureau YoungWorks). Maandag 31 augustus 2012, tijdens de opening van het academische jaar van de Universiteit Leiden lanceerde initiatiefnemer prof.dr. Eveline Crone de website. Crone is hoogleraar ontwikkelingspsychologie en bekend van het boek Het Puberende Brein en vele publiekslezingen.

Surfend door de website nemen jongeren een kijkje in hun eigen hersenen en ontdekken hoe hun hersenen werken, wat wetenschappers dagelijks doen om hier meer over te weten te komen, en wat jongeren zo uniek maakt.

Voorafgaand aan de lancering organiseerden onderzoekers van Crone’s laboratorium een bijeenkomst met workshops, interviews en discussiegroepen voor scholieren van het Leidse Pre-University College. Tijdens deze bijeenkomst leerden zij meer over de dynamische hersenen en de bijzondere veranderingen die hierin plaatsvinden.

Wat maakt jongeren zo bijzonder, en welke mogelijkheden en grenzen bieden hersenen in groei? Binnen het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC)- Junior worden krachten gebundeld en kijken wetenschappers over de grenzen van disciplines. Met als resultaat: meer inzicht in de relatie tussen groei en rijping van hersenen en in het enorme scala aan vaardigheden die kinderen en jongeren opdoen in deze unieke levensperiode.

Kijk in je brein
LIBC Junior

bron: Universiteit Leiden

0

Onderzoek naar effect mindfulness bij vrouwen met borstkanker

mindfulness-borstkanker-angst-stress-brainquestPink Ribbon heeft een half miljoen euro beschikbaar gesteld voor onderzoek naar het effect van mindfulness op de kwaliteit van leven van vrouwen met borstkanker. Het gaat om een multi-center onderzoek dat wordt gecoördineerd door het Radboud Universitair Medisch Centrum voor Mindfulness en het Helen Dowling Instituut.

Borstkanker heeft niet alleen lichamelijke, maar ook psychische gevolgen. De behandeling vraagt veel van patiënten, of het nu gaat om een operatie, bestraling, chemotherapie of een hormonale behandeling. Veel vrouwen met borstkanker kampen dan ook met depressieve en angstklachten, niet alleen tijdens de behandeling maar ook erna.

Online training

Anne Speckens, die vanuit het UMC St Radboud het onderzoek mede coördineert: “Uit onderzoek is gebleken dat mindfulness bij mensen met kanker klachten van angst en depressie kan verminderen en de kwaliteit van leven kan verbeteren.  Omdat het voor mensen met kanker fysiek niet altijd mogelijk is om aan een groepstraining mee te doen, willen we onderzoeken of een online mindfulnesstraining ook effectief is. Zowel de groeps- als de online-training willen we vergelijken met de gebruikelijke zorg om zo een indruk te krijgen van de effecten op de psychische klachten en de medische en maatschappelijke kosten.”

Psychosociale oncologie

Aan het breed opgezette onderzoek doen alle instellingen voor psychosociale oncologie in Nederland mee: het Helen Dowling Instituut in Utrecht, het Taborhuis in Groesbeek, Ingeborg Douwes Centrum in Amsterdam, De Vruchtenburg in Rotterdam, Le Shan in Leiden en het Behouden Huys in Groningen.

Bron: UMC St Radboud

0

Het Ondiepe Hoe onze Hersenen omgaan met het Internet – Nicholas Carr

Het-ondiepe-hoe-hesenen-omgaan-met-internet-Nicholas-Carr-Brainquest Worden wij oppervlakkiger door de moderne elektronische media? Een vraag waar wij niet dagelijks bij stilstaan. Internet en elektronische media nemen steeds meer bezit van ons leven. Volgens Nicholas G. Carr, auteur van  het goed leesbare boek ‘Het Ondiepe, hoe onze hersenen omgaan met internet’ heeft dat grote gevolgen voor ons brein. Online, maar ook in ons dagelijkse leven. Hij buigt zich over de vraag hoe het internet ons van binnenuit aan het veranderen is. Gebruikmakend van nieuw onderzoek naar de plasticiteit van het brein en naar de werking van ons geheugen, toont hij op elegante wijze hoe het internet niet alleen ‘nuttig gereedschap’ oplevert, maar ook voor een deel onze identiteit en de structuur van onze hersenen aan het veranderen is.


Het Ondiepe

Het Ondiepe
Nicholas Carr

The Big Switch
The Big Switch
Nicholas Carr

The Shallows
The Shallows
Nicholas Carr

Does It Matter?
Does It Matter?
Nicholas Carr

The Shallows: What The Internet Is Doing To Our Brains
The Shallows:
Audio Book
Nicholas Carr

The Big Switch
The Big Switch
Nicholas Carr

Nicholas G. Carr neemt de lezer mee op een ontdekkingsreis. Hij vertelt ons hoe de zogenaamde intellectuele technologieën zoals bijvoorbeeld de klok, de landkaart en het schrift ons leven hebben beïnvloed en daarmee ook ons brein. Vooral aan bij de ontwikkeling van het geschreven woord besteedt hij aandacht. Eerst maakten de mensen overal aantekeningen op. Daardoor hoefden ze minder te onthouden. Later kwam de uitvinding van het boek, waarmee kennis ook breder beschikbaar kwam. Langzaam veranderde onze maatschappij van het gesproken woord naar het geschreven woord.

De laatste paar honderd jaar konden mensen de tijd nemen om in alle rust boeken te lezen zonder dat ze werden afgeleid. Dat leidde volgen Carr tot ‘diep denken’. Dit lijkt te verdwijnen met de komst van elektronische media, doordat er steeds meer afleiding komt. Van ‘lineair lezen’ gaan we over naar een oppervlakkige jacht op steeds meer kennis. Al zappend/klikkend vliegen we van hot naar her zonder het aangebodene echt in ons op te nemen en te evalueren: chaotisch lezen. In vergelijking met het lezen van een boek ben je op op internet met meerdere dingen tegelijkertijd bezig. Je leest (teksten scannen) bijvoorbeeld en neemt ondertussen ook besluiten nemen.

Dat heeft gevolgen voor ons brein. Tot bestond het idee dat ons brein zich in onze jeugd vormt en een soort van eindfase bereikt bij volwassenheid. Moderne wetenschappers laten ons zien dat ons brein tot op hoge leeftijd plastisch kan zijn. Bij iedere nieuwe activiteit past het brein zich aan, bouwt het nieuwe neurale paden, terwijl oude, ongebruikte paden ook weer langzaam verdwijnen. Doordat de informatie nu op een andere manier wordt aangeboden, heeft dat ook grote gevolgen voor de nieuwe paden die in ons brein gevormd worden.

Carr behandelt verder nog diverse andere onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de macht van Google, de werking van het brein en de visie van de wetenschap op de werking van het brein. Carr toont aan dat de nieuwe media ons oppervlakkiger maken en dat wij ook in het dagelijkse leven sneller zijn afgeleid. Telkens boeit Carr de lezer met prachtige inzichten over de werking van ons brein. Hoewel Carr ziet het nut van de moderne media zeker inziet, is het boek tegelijkertijd ook een waarschuwing wel een waarschuwing aan de lezer om af weer eens ouderwets een goed boek te pakken en in stilte te lezen (diep lezen).

Even voorstellen: Nicholas Carr

Nicholas-Carr-BrainquestNicholas Carr writes about technology, culture, and economics. His most recent book, The Shallows: What the Internet Is Doing to Our Brains, is a 2011 Pulitzer Prize nominee and a New York Times bestseller. Nick is also the author of two other influential books, The Big Switch: Rewiring the World, from Edison to Google (2008) and Does IT Matter? (2004). His books have been translated into more than 20 languages.

Nick has been a columnist for The Guardian in London and has written for The Atlantic, The New York Times, The Wall Street Journal, Wired, The Times of London, The New Republic, The Financial Times, Die Zeit and other periodicals. His essay “Is Google Making Us Stupid?” has been collected in several anthologies, including The Best American Science and Nature Writing 2009, The Best Spiritual Writing 2010, and The Best Technology Writing 2009.

Nick is a member of the Encyclopedia Britannica’s editorial board of advisors, is on the steering board of the World Economic Forum’s cloud computing project, and writes the popular blog Rough Type. He has been a writer-in-residence at the University of California, Berkeley, and is a sought-after speaker for academic and corporate events. Earlier in his career, he was executive editor of the Harvard Business Review. He holds a B.A. from Dartmouth College and an M.A., in English and American Literature and Language, from Harvard University.

www.nicholasgcarr.com

0

Waar komt spraakverwarring vandaan?

spraakverwarring-roeling-bastiaanse-brainquestHoogleraar neurolinguistiek Roelien Bastiaanse vertelt over afasie en de problemen die patiënten hebben bij bepaalde beschadigingen in de hersenen. Zij is hoogleraar neurolinguistiek. Zij heeft Nederlands gestudeerd aan de vrije universiteit Utrecht en is via Brussel, waar zij onderzoek deed naar “language pathology”, naar


Spraak, taal en leren

Spraak, taal en leren

Ik ben niet perfect, nou en!
Ik ben niet perfect, nou en!

Veelzeggend
Veelzeggend

De Spraakmakers
De Spraakmakers

Groningen gekomen. Aan de RUG is zij op het onderwerp afasie gepromoveerd. Nog steeds is dit een onderwerp waar zij zich veel mee bezig houdt. Tevens is zij bestuurslid van de Nederlandse afasie vereniging.

NB Het kan even duren voordat het filmpje hieronder zichtbaar wordt.

0

De juiste vraag op het juiste moment – denkpatronen doorbreken

De-juiste-vraag-op-het-juiste-moment-Ed-Nissink-BrainquestJe krijgt soms kansen in je leven en die moet je altijd benutten, vind ik. Hoe vaak hoor je mensen vertellen dat ze na een woordenwisseling, als de ander allang is verdwenen, bedachten welke scherpe opmerking ze hadden kunnen maken, maar ja: dan is het te laat.


Buigen Uit Vrije Wil

Buigen Uit Vrije Wil

Authenticiteit
Authenticiteit

Je bent sprekend je lichaam
Je bent sprekend je lichaam

Je Ouders Op Je Schouders
Je Ouders Op Je Schouders

Raak me eens aan !
Raak me eens aan !

Een kunst op zich
Zo gaat het ook met het stellen van vragen, wat overigens een kunst op zich is.

Stel je voor dat je iemand zou ontmoeten die al een paar miljoen jaar op deze aarde loopt, alles heeft meegemaakt en dus een bron van informatie is. En stel dat die persoon je in de gelegenheid stelt om één vraag te stellen. Wat zou je dan werkelijk willen weten? Welke vraag zou jij stellen?

Denkpatronen doorbreken
Natuurlijk gaat het hier niet zozeer om die ene vraag, maar om het doorbreken van vaste denkpatronen, gewoontes; dezelfde patronen die het probleem (welk probleem dan ook waarvoor je een oplossing wilt) tot nu toe in stand hielden. Als je ergens in vastloopt en je weet niet meer hoe je het moet oplossen, dan kan zo’n fantasie nog wel eens helpen een antwoord te vinden waar je normaal gesproken niet aan zou denken. Dit soort training van je brein helpt je om tussen zinnen door te luisteren, tussen de regels door te lezen en ‘om een hoekje te denken’.

Ooit…
Denk alvast na over die kans, is mijn tip; want hij komt ooit weer eens langs.

Kabouters
Zo ken ik iemand die ooit een groep kabouters ontmoette. Niemand had ze ooit echt gezien, maar hij wel. Kleine, knalblauwe kereltjes met massa’s levenservaring en wijsheid, en wat de man ook vroeg: ze gaven antwoord. Deze man had zich kennelijk nooit voorbereid op zo’n ontmoeting, want buiten wat algemene vragen waar ze toch vandaan kwamen, die kabouters, kwam de man uiteindelijk niet verder dan de vraag: “Kunnen jullie door een waterkraan?”

Over de juiste vraag op het juiste moment gesproken …


Even voorstellen: Ed Nissink

Ed Nissink is communicatieadviseur en adviseert bedrijven en therapeuten. Gedurende twintig jaar heeft hij communicatie (verbaal en non-verbaal) en gedrag bij mensen onderzocht. Op basis daarvan heeft hij een aantal methoden ontwikkeld om vastgelopen onderhandelingen en (werk)situaties weer op gang te helpen brengen.Veel problemen ontstaan door gebrekkige communicatie, en degene die de moed heeft om dat toe te geven en daar een oplossing voor zoekt, kan zijn bedrijf vaak redden van de ondergang.

 

Zijn werkwijze kenmerkt zich door humor en meedogenloosheid. ‘Wanneer we de waarheid niet willen zien, valt er voor mij niets te doen.’ zegt Ed, ‘Dat zoiets bijzonder confronterend kan zijn, komt de zuiverheid en de omzet van een bedrijf alleen maar ten goede; zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Als je gestreeld wilt worden, zijn er genoeg andere adviseurs te vinden. Ik heb daar geen zin in en geen tijd voor.’
Buigen uit vrije wil
Buigen uit vrije wil

Het is voor je eigen bestwil
Het is voor je eigen bestwil

Ergens mag ik je wel
Ergens mag ik je wel

Je bent sprekend je lichaam
Je bent sprekend je lichaam

Wat maak ik van mijn leven?
Wat maak ik van mijn leven?

Je ouders op je schouders
Je ouders op je schouders

En dat is dan je familie !
En dat is dan je familie !
Raak me eens aan !
Raak me eens aan !
0

Het verlichte brein : sjamanisme en neurowetenschap – Alberto Villoldo & David Perlmutter

Het-verlichte-brein-sjamanisme-en-neurowetenschap-Alberto-Villoldo-David-Perlmutter-BrainquestVerlichting roept al gauw beelden op van mediterende monniken, sjamanistische rituelen en biddende nonnen. Niet iets wat is weggelegd voor ons gewone stervelingen. Onzin, beweren de auteurs. Verlichting behoort voor iedereen tot de mogelijkheden. Door hun kennis en krachten te bundelen, hebben zij een programma ontworpen waarmee zij iedereen klaar kunnen stomen voor verlichting. Het verlichte brein is dé missende link tussen wetenschap en geest.

Het Verlichte Brein behandelt theorie en praktijk van een vijf wekelijks oefenprogramma. Een combinatie van de neurologische wetenschapsbenadering en een van de oudste spirituele en geneesmethoden ter wereld, het sjamanisme. Een oefenprogramma met als doel om ons lichaam en vooral onze hersenen krachtiger te maken, waardoor je meer innerlijke rust krijgt, diepere levensinzichten, je creativiteit groeit en je mogelijk…ook verlichting kan bereiken.

De methode die Alberto Villoldo, een psycholoog/medisch antropoloog die al meer dan 25 jaar de Zuid-Amerikaanse sjamanen bestudeert, en neurowetenschapper David Perlmutter ontwikkeld hebben, noemen ze Power-Up-Your-Brain. Een preventief programma dat door een combinatie van de juiste voeding, toegevoegde eiwitten, lichaamsbeweging, sjamanistische oefeningen en visualisaties niet alleen het lichaam ontgift, anti-oxydanten terugdringt, de energieke goddelijk-vrouwelijke kracht van de mitochondriën versterkt, de hersenzenuwenflexibiliteit vergroot (plus nieuwe, positievere banen maakt), maar tevens daardoor de geest de mogelijkheid geeft zich te verbinden met de levensinzichten van ons energetisch, goddelijk veld.

Het Verlichte Brein, een boek op de grens van twee vaak gescheiden werelden: wetenschap en spiritualiteit.

0

Het Seniorenbrein – De ontwikkeling van onze hersenen na ons vijftigste door André Aleman

We maken ons allemaal wel eens zorgen over ons geheugen en ons verstand, zeker als we de vijftig gepasseerd zijn. De achteruitgang van het menselijk brein begint al vroeg maar is minder erg dan we soms denken. Sterker nog: een ouder brein is stressbestendiger en kan beter omgaan met complexe situaties dan een jong brein.

Maar wat gebeurt er eigenlijk in ons hoofd als we ouder worden? Wanneer begint de achteruitgang? Hoe snel gaat het? En heeft een ouder brein ook voordelen? In dit baanbrekende boek – het allereerste over dit onderwerp – laat André Aleman zien dat de achteruitgang vaak minder erg is dan we denken. Maar ook dat ons geheugen al rond ons twintigste begint te haperen. Het seniorenbrein is een verfrissend en zeer informatief boek over stofjes en trainingen, plaques en de invloed van hormonen. Het vertelt volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten hoe je de voortekenen van alzheimer kunt herkennen, en wat je kunt doen om je hersenen scherp en gezond te houden.

Van Het Seniorenbrein zijn de vertaalrechten in de week direct ná de Frankfurter Buchmesse en pal vóór verschijnen van het boek verkocht aan Uitgeverij C.H. Beck Verlag, die de Duitse vertaling voor het najaar 2013 gepland hebben in hun prestigieuze hardcover reeks.

André Aleman is hoogleraar Cognitieve neuropsychiatrie bij de afdeling Neurowetenschappen van het UMCG en de afdeling Psychologie van de RUG en wetenschappelijk directeur van het NeuroImaging Center van het UMCG. Aleman onderzoekt vooral wat er misgaat in de hersenen bij mensen met psychiatrische stoornissen, zoals psychosen en depressie. Ook onderzoekt hij hersenveranderingen bij beginnende alzheimer. Daarvoor gebruikt hij onder meer functionele magnetische resonantie beeldvorming (fMRI). In 2011 verscheen zijn boek Hersenspinsels – Waarom wij dingen zien, horen en denken die er niet zijn. Onlangs verscheen zijn tweede publieksboek Het Seniorenbrein. De ontwikkeling van onze hersenen na ons vijftigste.

 

0

ParkinsonAtlas maakt regionale verschillen in zorg zichtbaar

Op 30 november 2012 werd de eerste online ParkinsonAtlas gepresenteerd. Met deze atlas krijgen patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars beter zicht op de regionale verschillen in de zorg voor mensen met Parkinson.

De ParkinsonAtlas combineert algemene kenmerken (bijvoorbeeld het aantal parkinsonpatiënten per regio) en het zorgaanbod (bijvoorbeeld hoeveel therapeuten er in de regio gespecialiseerd in parkinson) met het zorgresultaat (bijvoorbeeld het aantal patiënten met een botbreuk).

De ParkinsonAtlas wordt gepresenteerd tijdens het congres van ParkinsonNet in het Beatrix Theater in Utrecht. Meer dan 1400 in Parkinson gespecialiseerde zorgverleners ontmoeten elkaar daar om de zorg voor mensen met parkinson te verbeteren.

De ParkinsonAtlas (www.ParkinsonAtlas.nl) is een product van het nationaal ParkinsonNet coördinatiecentrum en IQ Healthcare. Beide zijn onderdeel van het UMC St Radboud. De ParkinsonAtlas is onderdeel van de bredere GezondheidszorgAtlas die op dit moment door IQ healthcare in samenwerking met onder meer de patiëntenfederatie NPCF wordt ontwikkeld.

www.parkinsonatlas.nl
www.parkinsonnet.nl
www.iqhealthcare.nl

bron: UMC Radboud

0

Bianca van de Stadt

Brainquest_nl_home_Bianca-van-de-StadtBianca van de Stadt begeleidt als Pyschodynamisch Therapeut & Coach 30/40-ers die worstelen met het vinden van de juiste Balans tussen werk en privé. Ik help hen meer rust, meer energie en meer vrijheid te ervaren. Als werknemer heb ik zelf menigmaal geworsteld de juiste Balans te vinden. En nu, als zelfstandig ondernemer, ben ik ook behoorlijk wat uitdagingen tegengekomen. En dat zal in de toekomst niet veranderen, want het leven gaat nu eenmaal met ups en downs. Ondanks zware periodes, heb ik toch altijd weer de voor mij juiste Balans (terug) gevonden. Ik weet daarom als geen ander voor wat voor uitdagingen je kunt komen te staan.

Ik sta bekend om mijn no-nonsense aanpak en begeleid mijn cliënten op een luchtige ongedwongen manier. Ik schuw spiritualiteit niet, maar blijf wel met beide benen op de grond staan. Ik ben namelijk van mening dat spiritualiteit veel verschillende vormen heeft en dat hoeft zeker niet ‘zweverig’ te zijn. Door mijn scherpe inzicht en sterke intuïtie, kom ik snel tot de kern en zet ik jou in beweging zodat je de voor jou, op dat moment, wenselijke doelen kunt bereiken. Samen bereik je sneller resultaat dan in je eentje. Het is ook veel leuker om het samen te doen, omdat je dan uitgedaagd wordt het beste in jezelf naar boven te halen. Ik stimuleer en prikkel je alvast te durven dromen van de mogelijkheden die voor jou in het verschiet liggen. Ik haal je op een prettige manier uit je comfort zone, zodat je die dromen ook waar gaat maken. Dit alles doe ik met veel warmte en erkenning voor wat is. Jij als geheel (lichaam, ziel en geest) staat daarbij centraal.

E:        bianca@compassoflife.nl
W:      www.compassoflife.nl
Blog:  www.compassoflife.nl/balanstips

 

0

Roken is zo gek nog niet!

.

Helaas voor de verstokte rokers onder ons ga ik hier niet verklaren dat roken bijdraagt aan je gezondheid. We kunnen echter wel degelijk iets van rokers leren! En dat is niet hoe je de ene sigaret met de andere aansteekt!

.


Weg van de werkplek

 

Wat rokers onbewust heel goed doen, is meerdere malen per dag weglopen van hun werkplek. Telkens wanneer zij een sigaret op willen steken, zijn ze verplicht zich naar een rookruimte of naar buiten te begeven. Dit heeft als gevolg dat zij even niet naar hun scherm staren of blijven hangen in allerlei verslagen en rapporten die nog gelezen moeten worden voor het einde van de dag. En dat is nou precies wat zo goed aan roken is.

Juist door regelmatig van je werkplek op te staan en een stukje te gaan lopen, wordt je energieker, scherper en productiever. Dit heeft te maken met onze ‘concentratiecurve’. Zoals het woord ‘curve’ al aangeeft, verloopt onze concentratie als een golf die pieken en dalen kent. De eerste 10 tot 20 minuten neem je het meeste in je op. Daarna gaat het alleen maar bergafwaarts.

Je hippocampus legen

Omdat bij de meeste mensen na een uur de concentratiecurve een dieptepunt heeft bereikt, kun je  het beste elk uur een pauze van 3 tot 5 minuten inlassen. Hierdoor geef je je brein (specifiek je hippocampus) de tijd om bij te komen en de opgeslagen informatie te verwerken. Je maakt hem als het ware weer leeg voor nieuwe informatie.

Het is dus helemaal niet zo productief om uren achter elkaar geconcentreerd bezig te zijn. Sterker nog het heeft geen zin, omdat je hippocampus – even kort door de bocht gezegd – volloopt. Pas als deze weer leeg is, kun je nieuwe informatie toelaten en opslaan.

De verleiding is groot

De verleiding is vaak groot om door te gaan, omdat iets gewoon af moet. Daarnaast kan het zijn dat het niet comfortabel voelt om regelmatig te pauzeren, omdat je collega’s wèl achter die computer geplakt blijven zitten. Toch raad ik je aan de blikken van je collega’s te negeren en te zorgen dat je die pauzes neemt!

Het zit hem in de kleine dingen

Hoe kun je het jezelf gemakkelijk maken om regelmatig een korte pauze te nemen:

  • Zet elk uur een herhalende herinnering in je agenda of je Smartphone.
  • Laat jezelf door een pauzesoftwareprogramma (bijv. Workpace, Timeleft) herinneren.
  • Print je documenten uit op een printer die niet bij je in de buurt staat. Dan moet je wel verder lopen.
  • Drink ’s ochtends en ’s middags een liter water (dus 2 ltr per dag). Dan moet je vaak naar het toilet en ben je ook weer van je plek af (bijkomend voordeel is dat je meteen afvalstoffen wegspoelt).
  • Hou in de gaten wanneer rokende collega’s weer een ‘peukie gaan doen’. Dat is jouw que om ook even bij je werkplek weg te gaan.

En zo zijn we weer terug bij de rokers

Het kan dus geen kwaad om je op te trekken aan de rokers binnen jouw afdeling of het bedrijf waar je werkt. Ga gewoon met ze mee naar buiten om er echt even helemaal uit te zijn. Als je dat niet prettig vindt, ga dan in ieder geval iets anders doen als zij naar buiten gaan.

Dus, wil jij energieker en productiever je dag doorkomen? Ga lekker roken! Maar dan zonder sigaret!

 

Even voorstellen: Bianca van de Stadt

Bianca van de Stadt begeleidt als Pyschodynamisch Therapeut & Coach 30/40-ers die worstelen met het vinden van de juiste Balans tussen werk en privé. Ik help hen meer rust, meer energie en meer vrijheid te ervaren. Als werknemer heb ik zelf menigmaal geworsteld de juiste Balans te vinden. En nu, als zelfstandig ondernemer, ben ik ook behoorlijk wat uitdagingen tegengekomen. En dat zal in de toekomst niet veranderen, want het leven gaat nu eenmaal met ups en downs. Ondanks zware periodes, heb ik toch altijd weer de voor mij juiste Balans (terug) gevonden. Ik weet daarom als geen ander voor wat voor uitdagingen je kunt komen te staan.

Ik sta bekend om mijn no-nonsense aanpak en begeleid mijn cliënten op een luchtige ongedwongen manier. Ik schuw spiritualiteit niet, maar blijf wel met beide benen op de grond staan. Ik ben namelijk van mening dat spiritualiteit veel verschillende vormen heeft en dat hoeft zeker niet ‘zweverig’ te zijn. Door mijn scherpe inzicht en sterke intuïtie, kom ik snel tot de kern en zet ik jou in beweging zodat je de voor jou, op dat moment, wenselijke doelen kunt bereiken. Samen bereik je sneller resultaat dan in je eentje. Het is ook veel leuker om het samen te doen, omdat je dan uitgedaagd wordt het beste in jezelf naar boven te halen. Ik stimuleer en prikkel je alvast te durven dromen van de mogelijkheden die voor jou in het verschiet liggen. Ik haal je op een prettige manier uit je comfort zone, zodat je die dromen ook waar gaat maken. Dit alles doe ik met veel warmte en erkenning voor wat is. Jij als geheel (lichaam, ziel en geest) staat daarbij centraal.

E:      bianca@compassoflife.nl
W:     www.compassoflife.nl
Blog: www.compassoflife.nl/balanstips

 

0

Slaaptekort doet in hersenen hippocampus krimpen

Een goede nachtrust is in de huidige 24-uurssamenleving een hele opgave. Een tekort aan slaap kan echter zeer schadelijke gevolgen hebben voor de hersenen. De Groningse neurobioloog Peter Meerlo en zijn collega Arianna Novati laten zien dat de hippocampus, het hersengebied dat betrokken is bij leren, geheugen en emoties, zelfs krimpt bij ratten met een chronisch slaaptekort.

Peter Meerlo en Arianna Novati onderzochten de hersenen van laboratoriumratten die slechts vier uur per dag nachtrust kregen, terwijl de dieren normaal ruim tien uur slapen. In eerder onderzoek vond Meerlo al dat een week slaaptekort ernstige gevolgen heeft voor het rattenbrein: het serotoninesysteem, dat betrokken is bij stress en emotie, raakt ontregeld en is veel minder gevoelig voor de neurotransmitter serotonine.

Kleinere hippocampus

Een maand lang slaaptekort blijkt echter ook gevolgen te hebben voor de rattenhersenen zelf. Meerlo en Novati ontdekten dat er dan veranderingen in de hersenstructuur optreden. Meerlo: ‘Bij ratten die een maand lang te weinig hebben geslapen, zien we het hersengebied dat betrokken is bij leren, geheugen en emoties -de hippocampus- ongeveer tien procent kleiner worden. De hippocampus blijkt dus heel gevoelig voor verstoringen zoals slaaptekort.’

Depressie

Een verkleining van de hippocampus zou van invloed kunnen zijn op leerprestaties en stemming. Meerlo: ‘Ook bij depressieve patiënten is een verkleining van de hippocampus en een ontregeld serotoninesysteem te meten. Deze resultaten bevestigen dan ook dat slaapproblemen niet alleen tot de symptomen van depressie behoren, maar ook oorzaak kunnen zijn.’

Omkeerbaar

Of de krimp van de hippocampus omkeerbaar is, weet Meerlo nog niet: ‘Dat is een van de belangrijke vragen voor ons vervolgonderzoek. We weten alleen dat er krimp is; het mechanisme is nog onduidelijk. Misschien sterven de hersencellen af of vermindert de aanmaak van nieuwe cellen; maar de aanwezige cellen kunnen ook gewoon afnemen in volume.’

24-uurssamenleving

Slaaptekort is een fenomeen dat steeds vaker voorkomt in de Westerse samenleving. Niet alleen bij volwassen die te maken hebben met ploegendiensten of een hoge werkdruk, maar ook bij kinderen die tot laat televisie kijken of surfen op het internet en de volgende ochtend weer vroeg op school zitten. De onderzoeksresultaten dwingen ons om slaap in de huidige 24-uurssamenleving serieuzer te nemen, aldus Meerlo: ‘We houden ons bezig met gezond eten, niet roken, genoeg lichaamsbeweging. Maar voldoende nachtrust schiet er vaak bij in, terwijl slaap ook gewoon in dat rijtje met goede gewoontes zou moeten staan.’

Curriculum Vitae

Peter Meerlo (1966) studeerde in 1991 af als bioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij in 1997 promoveerde in de biologie van hersenen en gedrag. Vervolgens heeft hij als postdoc in Chicago gewerkt, waarna hij in 2002 terugkeerde naar Groningen. Meerlo, die beschikt over een Vidi-grant van NWO, is de co-promotor van Arianna Novati (Italië, 1979), die 3 februari 2012 aan de RUG promoveert op dit onderzoek. De titel van haar proefschrift luidt: Sleep loss, brain vulnerability and psychopathology: experimental studies on the neurobiological consequences of chronic sleep restriction in rats.

bron: Rijksuniversiteit Groningen

0

Uniek onderzoek naar effect van hypo op brein

Goed nieuws voor mensen met diabetes

De hersenen van mensen met diabetes lijken zich in te stellen op het optreden van hypo’s. Dit is de verrassende uitkomst van het proefschrift van biomedisch ingenieur Kim van de Ven. Bij het UMC St Radboud deed zij het eerste onderzoek wereldwijd naar de effecten van een hypo op het glucosegebruik van de hersenen. Het onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door onder andere het Diabetesfonds.

Eén van de problemen waarmee mensen met diabetes te maken krijgen is de hypo, een te laag bloedsuikergehalte. Mensen met diabetes voelen een hypo meestal aankomen en kunnen dan het lage bloedsuiker omhoog krijgen door snel wat te eten. Sommige mensen raken er echter aan gewend en merken een hypo niet meer op. Dat zou vooral schadelijk kunnen zijn voor de hersenen, want die zijn voor hun brandstof bijna helemaal afhankelijk van de aanvoer van suiker (glucose) vanuit het bloed.

Wat er tijdens een hypo in de hersenen gebeurt, was tot nu toe een groot vraagteken. Het proefschrift van biomedisch ingenieur Kim van de Ven brengt daar verandering in. Zij promoveert op 5 december aanstaande.

Speciale MRI-techniek

Onderzoek naar stofwisselingsprocessen in de hersenen van de mens is pas sinds een tiental jaren mogelijk. Kim van de Ven kon gebruik maken van magnetische resonantie spectroscopie, een techniek op basis van de mogelijkheden van de MRI-scanner, bij het UMC St Radboud ontwikkeld door prof.dr. Arend Heerschap. Haar proefschrift beschrijft het eerste onderzoek wereldwijd naar de directe effecten van een hypo op het brein.

Samen met anderen deed zij enkele bijzondere metingen met deze speciale MRI-techniek. Ze zag, dat de concentratie glucose in de hersenen lager is naarmate de bloedsuikerwaarde lager is. Dit is in lijn met de verwachting. Maar ze onderzocht ook, hoe de hersenen van gezonde mensen glucose verwerken èn hoe dat gaat, wanneer zij een kunstmatig opgewekte hypo (3 mmol per liter) hebben. Hetzelfde onderzoek deed ze bij diabetespatiënten. De verwachting was, dat tijdens een hypo het glucosemetabolisme zou veranderen, maar tot ieders verbazing is dat niet het geval, noch bij de gezonde mensen, noch bij de mensen met diabetes. Dat kan betekenen, dat bij deze ‘milde’ hypo de hersenen nog voldoende glucose kunnen opnemen om goed te functioneren. Of dat de hersenen naast glucose ook een andere energiebron aanspreken; gedacht wordt aan lactaat.

Opvallend

Van de Ven ontdekte echter nog iets opvallends. Als ze gezonde mensen met een hypo vergeleek met diabetespatiënten met een hypo, dan zag ze een snellere verwerking van glucose in de hersenen van de diabetespatiënten. Hoe is dat te verklaren? Van de Ven veronderstelt, dat het brein van mensen met diabetes heeft geleerd van voorgaande hypo’s en zich gaandeweg heeft aangepast. Met een ingenieuze berekening kon ze inderdaad bevestigen dat bij diabetespatiënten die vaak een hypo hebben, de verwerking van glucose in het brein sneller gaat dan bij diabetespatiënten met weinig hypo’s.

Hypo serieus nemen

Dit alles is in zekere zin goed nieuws voor mensen met diabetes, zegt prof.dr. Cees Tack, diabetesdeskundige en promotor van Kim van de Ven. Het toont immers aan dat hersenen van diabetespatiënten een goed aanpassingsvermogen hebben. ‘Toch blijft een hypo een verschijnsel, dat diabetespatiënten zeer serieus moeten nemen’, zegt hij. ‘Een lage bloedsuikerwaarde heeft niet alleen effecten op het brein, maar ook op allerlei andere lichaamsfuncties. En wat er in de hersenen gebeurt als de bloedsuikerwaarde onder de 3 daalt, dat weten we nog niet.’

bron: UMC St. Radboud

0

Depressie is seizoensgebonden door schommelingen in BDNF-hormoonspiegels

Veel mensen wisselen structureel van stemming. Bij mensen met een depressieve stoornis is aangetoond dat het groeihormoon BDNF minder goed werkt. Leidse psychologen kwamen op het idee om het een met het ander te combineren. Ze laten overtuigend zien dat BDNF-hormoonspiegels in het bloed systematisch door het jaar heen variëren.

Hormoonspiegel

Een deel van het onderzoek naar de oorsprong van depressieve gevoelens richt zich op het neuronale groeihormoon brain-derived neurotrophic factor (BDNF). BDNF is een aanjager van neuronale plasticiteit – een proces dat van groot belang is voor ons emotionele functioneren, welzijn en leervermogen. Eerder is aangetoond dat de werking van dit BDNF verlaagd is bij mensen met een depressieve stoornis en dat antidepressiva de werking van dit hormoon verhogen. Op basis van deze bevindingen, en het feit dat de stemming van veel mensen structureel varieert over het jaar heen, hebben Leidse onderzoekers in samenwerking met collega’s uit Amsterdam, Groningen, Maastricht en Nijmegen onderzocht of de BDNF spiegels in het bloed ook structureel variëren over het jaar heen.

Seizoenseffect

Om dit idee te toetsen hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van gegevens van de Nederlandse studie naar depressie en angst (NESDA). Dit is een lang lopend onderzoek waaraan 2,984 deelnemen om het verloop van depressieve en angststoornissen beter te begrijpen. En inderdaad, de hoeveelheid BDNF in bloed bleek systematisch over het jaar te variëren (zie de figuur).


Een duidelijke afname gedurende de herfst/winter periode (23 september tot 20 maart) en een duidelijke toename in de lente/zomer periode (20 maart tot 23 september). Opvallend was dat dit patroon heel consistent was, en niet anders was bij depressieve patiënten dan bij mensen zonder diagnose van depressie.

Meer inzicht in seizoensafhankelijke veranderingen

De resultaten van het onderzoek laten overtuigend zien dat BDNF spiegels in het bloed systematisch over het jaar variëren. Dit vergroot ons begrip van de factoren die BDNF spiegels kunnen reguleren en die kunnen helpen om meer inzicht te krijgen in seizoensafhankelijke veranderingen in (depressief) gedrag.

PLoS ONE. 4 november 2012
Molendijk ML, Haffmans JPM, Bus BAA, Spinhoven P, Penninx BWJH, Prickaerts J, Oude Voshaar RC, Elzinga BM:
Serum BDNF concentrations show strong seasonal variation and correlations with the amount of ambient sunlight.

‘Autumn’There is wind where the rose was; Cold rain where sweet grass was.Walter de la Mare (1906)De herfst laat Walter de la Mare niet onberoerd. Hierin is hij niet de enige. De overgang van de zomer naar de herfst, en het hierbij horende korter worden van de dagen, beïnvloedt de stemming van veel mensen. Vaak is dit effect subtiel, en zijn we in de herfst en de winter bijvoorbeeld net wat minder uitbundig, hebben we net iets meer behoefte aan slaap of net wat minder zin in seks. Maar voor sommige mensen trekt de herfst een veel grotere wissel op de stemming. Jaarlijks leidt dit in Nederland bij een heel aantal mensen schattingen lopen uiteen van 235,000 tot 365,000 gevallen per jaar) zelfs tot een seizoensgebonden depressie, die overigens bij het lengen van de dagen als sneeuw voor de zon weer verdwijnt. Gelukkig hoeft men hier niet op te wachten en blijkt lichttherapie vaak een goede remedie. Dit laatste is al lang bekend en beschreven door de Franse psychiater Jean-Étienne Esquirol (1772–1840). Hij adviseerde mensen met seizoensafhankelijke depressieve klachten de herfst en de winter in zuid Italie door te brengen. Zuid Italie, met zijn lange dagen vele zonne-uren, bleek voor deze mensen inderdaad een heilzaam oord waar ze weinig tot geen last hadden van hun seizoensgebonden stemmingsklachten.

(5 november 2012/ Marc Molendijk/ MvG)

bron: Universiteit Leiden

0

Nieuwe inzichten over impulsief adolescentengedrag

Het deel van de hersenen van adolescenten dat impulsief en roekeloos gedrag reguleert, functioneert niet gebrekkig, zoals onderzoekers tot nu toe veronderstelden. Het is veel flexibeler dan gedacht, zo blijkt uit meta-analyse van neurowetenschappelijk onderzoek van adolescentenhersenen. Eveline Crone en haar Amerikaanse collega Ron Dahl publiceerden er over in het toonaangevende tijdschrift Nature Reviews Neuroscience.

Typisch adolescentengedrag

Tot nu toe wordt ‘typisch adolescentengedrag’ geweten aan een ‘onrijpe’ prefrontale cortex (PFC). Omdat in de PFC hersengebieden zitten die een rol spelen bij de cognitieve controle van gedrag – zoals planning, organisatie en impulsbeheersing – zou een ‘onrijpe’ PFC leiden tot een gebrekkige cognitieve controle, en dus tot risicovol en impulsief gedrag.

Crones meta-analyse van het neurowetenschappelijk onderzoek naar adolescentenhersenen ondersteunt deze opvatting niet. De bevinding dat de emotiesystemen in de hersenen tijdens de adolescentie extra gevoelig zijn wordt wel consequent gevonden, maar het gebruik van de PFC is wisselend en hangt vooral af van de motivatie van jongeren. Die motivatie wordt op zijn beurt sterk beïnvloed door sociale en affectieve processen in de omgeving. Dat duidt erop dat er geen sprake is van onrijpheid, maar van cognitieve flexibiliteit.

Spons

Leids hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie Crone: ‘De PFC fungeert als het ware als een spons die al die omgevingsinvloeden verwerkt. In de praktijk zie je dan ook dat adolescenten vaak wel degelijk in staat zijn om zich langdurig te concentreren. Dan gaat het om taken waarvoor ze gemotiveerd zijn, zoals bijvoorbeeld het uitzoeken van een technisch probleem. Het is dan ook niet zo dat adolescenten de PFC nog niet goed kunnen gebruiken, maar dat ze onder invloed van sociale en affectieve processen vaak keuzes maken die een impulsiever karakter hebben en meer zijn gericht op de korte termijn.’

Zulk korte termijn gedrag kan heel goed zijn in de adolescentie, zegt ze. ‘Dat is een periode waarin jongeren zich losmaken van hun ouders en op zoek gaan naar hun eigen identiteit en hun plek in de vriendengroep. Experimenterend en explorerend moeten ze uitzoeken welk gedrag en welke rol bij hen past.’

Bron: Universiteit Leiden

0

Hersenen van ouderen werken harder

Ouderen gebruiken meer hersengebieden om een geheugentaak uit te voeren dan jongeren. Dat blijkt uit onderzoek van neurowetenschapper Anouk Vermeij, werkzaam bij het Radboud Alzheimer Centrum (UMC St Radboud) en het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour. De resultaten van het onderzoek zijn online gepubliceerd in PLoS ONE.

De structuur van de hersenen verandert tijdens het ouder worden. Daardoor gaat bijvoorbeeld ook de geheugencapaciteit achteruit. Toch lijken de hersenen van ouderen in staat om die achteruitgang te compenseren. Anoek Vermeij van het Donders Instituut onderzocht hoe dit proces in elkaar zit. Ze liet een groep jongeren en ouderen dezelfde geheugentaken uitvoeren en keek daarbij naar het functioneren van de hersenen. Terwijl de jongeren zowel voor makkelijke als moeilijke taken één hersenhelft inschakelen, brengen ouderen vrijwel meteen twee hersenhelften in stelling. Het lijkt er dus op, dat ouderen meer hersengebieden gebruiken om tot dezelfde prestatie te komen als jongeren.

Veelbelovende beeldvorming
Vermeij en haar collega’s gebruikten bij dit onderzoek gebruik de nieuwe, veelbelovende optische beeldvormingstechniek functional Near-Infrared Spectroscopy (fNIRS) om hersenactiviteit te meten. fNIRS registreert met bijna-infrarood licht de concentratie zuurstofrijk bloed en zuurstofarm bloed in de hersenen. Voert een deelnemer een geheugentaak uit, dan stijgt de concentratie zuurstofrijk bloed in het hersengebied dat actief is.
fNIRS kent veel voordelen boven andere beeldvormende technieken, zoals de veelgebruikte fMRI, die in de MRI scanner moet worden uitgevoerd. fNIRS is draagbaar, snel, relatief voordelig en comfortabel.

Opsporing en behandeling
Hoogleraar geriatrie Marcel Olde Rikkert, die bij het onderzoek is betrokken: ‘Dit onderzoek verschaft ons nieuwe inzichten in de veranderingen in hersenwerking die optreden tijdens het ouder worden. Kennis hierover kan nieuwe aanknopingspunten bieden voor vroege opsporing en behandeling van geheugenproblemen bij ouderen. Bovendien toont dit onderzoek aan dat fNIRS een uitermate geschikte techniek is om hersenactiviteit bij ouderen te onderzoeken.’

PLoS ONE:
Effects of Aging on Cerebral Oxygenation during Working-Memory Performance: A Functional Near-Infrared Spectroscopy Study – Anouk Vermeij, Arenda H. E. A. van Beek, Marcel G. M. Olde Rikkert, Jurgen A. H. R. Claassen, Roy P. C. Kessels

bron: Donders Institute

0

Oude hersenen communiceren anders

Veroudering maakt de netwerken in onze hersenen minder specifiek. Linda Geerligs, promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen, toonde met fMRI-onderzoek aan dat de communicatie in onze hersenen verandert als we ouder worden.

Ouderen hebben in vergelijking met jongeren minder communicatie in hersennetwerken, terwijl de communicatie tussen hersennetwerken juist toeneemt. Geerligs vond ook aanwijzingen dat de afnemende communicatie in de hersennetwerken samenhangt met een lagere reactiesnelheid en slechter geheugen van ouderen. De resultaten van het onderzoek verschijnen donderdag 23 augustus 2012 online bij het tijdschrift Human Brain Mapping.

In ons brein zitten hersengebieden die samenwerken door intensief met elkaar te communiceren. Deze samenwerkende hersengebieden vormen netwerken met een specifieke taak. Geerligs: ‘Zo speelt het somatomotorische netwerk een belangrijke rol bij de tastzin en het plannen en uitvoeren van bewegingen. Het default mode netwerk is echter vooral actief als je nadenkt over jezelf, je verleden of plannen maakt voor de toekomst. Dat netwerk wordt juist minder actief als je een taak uitvoert.’ Net als de hersengebieden communiceren de hersennetwerken ook met elkaar, maar dat gebeurt in beperkte mate.

Unieke achteruitgang?

Om optimaal te functioneren is het volgens Geerligs belangrijk dat de communicatie in elk hersennetwerk goed verloopt en dat het brein informatie efficiënt verspreidt tussen de verschillende netwerken. Het is inmiddels bekend dat bij ouderen de communicatie in het default mode netwerk afneemt en dat dit samenhangt met een achteruitgang in hun reactiesnelheid en geheugen. Geerligs wilde erachter komen of dit proces alleen in dat hersennetwerk voorkomt, of dat de communicatie in andere netwerken ook verandert. Ze onderzocht daarom de communicatie in en tussen hersennetwerken bij jongeren en ouderen.

fMRI-experiment

Met een fMRI-scanner vergeleek Geerligs de hersenactiviteit van twaalf jongeren (18-30 jaar) met dertig volwassenen (60-75 jaar). Om zeker te zijn dat alle ouderen in een goede geestelijke conditie verkeerden, nam ze bij hen een aantal psychologische tests af. Tijdens het experiment zelf keek elke deelnemer vanuit een fMRI-scanner naar een computerscherm waarop één voor één cijfers en letters verschenen. Telkens als er een ‘X’ verscheen, moest de deelnemer een knop indrukken. Geerligs: ‘De deelnemers voerden deze eenvoudige taak uit zodat wij zeker wisten dat ze allemaal hun aandacht constant op hetzelfde richtten.’

Tijdens het experiment mat Geerligs de hersenactiviteit van elke deelnemer in 16.000 minuscule driedimensionale hersengebieden. Ze vergeleek de hersenactiviteit in al die gebieden met elkaar om erachter te komen welke hetzelfde patroon hadden en dus met elkaar communiceren. Ze kon de hersengebiedjes indelen in vier netwerken die ze vervolgens vergeleek tussen jongeren en ouderen.

Minder specifieke netwerken

Ze ontdekte dat de samenwerking in onze hersenen verandert als we ouder worden. In vergelijking met jongeren hebben ouderen in twee hersennetwerken (het default mode netwerk en het somatomotorische netwerk) minder interne communicatie, terwijl de communicatie tussen alle vier gevonden hersennetwerken juist toeneemt. Volgens Geerligs betekent dit dat netwerken bij ouderen minder specifiek zijn. Geerligs: ‘De scheiding tussen de netwerken is namelijk minder scherp dan bij jongeren.’ De onderzoeker vond ook aanwijzingen dat de afnemende samenwerking in de twee hersennetwerken samenhangt met een lagere reactiesnelheid en slechter geheugen van de ouderen.

Compensatietheorie

Op dit moment is nog onbekend waarom hersennetwerken minder specifiek worden tijdens veroudering. Mogelijk is het een vorm van compensatie door het brein. Geerligs: ‘Tijdens veroudering sterven hersencellen af waardoor hersennetwerken hun specifieke taak minder goed kunnen uitvoeren. Volgens de compensatietheorie neemt de communicatie tussen hersengebieden dan juist toe omdat hersennetwerken elkaar gaan ondersteunen bij het uitvoeren van hun taak.’

Fundamenteel onderzoek

‘De inzichten die dit soort fundamenteel onderzoek ons geeft, zijn erg interessant,’ vertelt Geerligs. ‘Als we namelijk weten wat er tijdens veroudering precies verandert in de hersenen en wat daarvan de effecten zijn, dan kan dat nieuwe aanknopingspunten geven voor de behandeling van ouderen die kampen met aandacht- en geheugenproblemen.’

Even voorstellen

Linda Geerligs (Sneek, 1986) studeerde psychologie aan de RUG. In 2009 studeerde ze gelijktijdig af in de master hersenen en gedrag en de researchmaster cognitieve neurowetenschappen. Direct daarna begon ze aan een promotieonderzoek bij dr. M.M. Lorist en prof. dr. ir. N.M. Maurits. Ze verwacht in september 2013 te promoveren. Het artikel uit dit persbericht is een onderdeel van haar proefschrift.

bron: Rijksuniversiteit Groningen

0

Bewegen positiever voor hersenen dan breinbrekers

Bewegen werkt positiever op de hersenen dan kruiswoordpuzzels of andere breinbrekers, zo blijkt uit een onderzoek van de University of Edinburgh.

Uit hersenscans uitgevoerd bij ruim zevenhonderd 70-plussers kwam naar voren dat lichamelijk actiefste mensen over een periode van drie jaar de minste hersenachteruitgang kenden. Een aantal keer per week wandelen bleek al voldoende.  Dammen, schaken, kruiswoordpuzzels en andere activiteiten die de hersenen uitdagen, bleken geen effect te hebben.

Hersenen krimpen
De onderzoekers focusten zich op de witte stof in de hersenen. Deze verbindt de grijze stof en de hersenonderdelen met elkaar en zorgt voor het doorgeven van  boodschappen. Bij ‘Sportieve’ 70-plussers zagen zij minder beschadigingen in de witte stof, terwijl deze ook nog eens meer grijze stof hadden.

Al langer is bekend dat naarmate je ouder wordt de hersenen krimpen. Dit gaat vaak gepaard met een verminderd cognitief functioneren. Bewegen verkleint ook de kans op dementie verkleint en kan het ziekteproces vertragen, zo bleek uit eerdere onderzoeken.

Raadsel
Waarom de hersenen zo veel minder krimpen door bewegen is nog een raadsel. Mogelijk bevordert beweging de doorbloeding van de hersenen. Andersom kan natuurlijk ook nog waar zijn: misschien bewegen ouderen met kleinere hersenen ook wel minder. Bewegen is in ieder geval een gemakkelijke manier om de kracht van onze hersenen te versterken.

Bron: Neurology

0

Vondst nieuwe moleculen die hersensignalen beïnvloeden

Computersimulaties brengen structuur hersenreceptoren in kaart

Wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Wenen hebben met computersimulaties voorspeld welke moleculen de werking van hersenreceptoren kunnen beïnvloeden. Die receptoren zijn betrokken bij de overdracht van signalen in de hersenen. Hierdoor is het mogelijk om op een efficiënte manier nieuwe en veilige geneesmiddelen te vinden tegen bijvoorbeeld epilepsie en angstaanvallen. De onderzoeksresultaten zijn verschenen in het tijdschrift Nature Chemical Biology.

Met de computer chemische sleutels tot de hersenen ontwerpen

Slaap- en kalmeringsmiddelen werken doordat ze in de hersenen binden aan bepaalde receptoren. Dat zijn eiwitten die als een soort voelsprieten door het membraan van hersencellen heen steken. Wanneer moleculen aan die receptoren binden, komt er een reactie in de hersencel op gang waardoor deze minder prikkelbaar wordt. Alleen stoffen die precies op die receptoren passen, kunnen dit effect teweegbrengen – net als een sleutel in een slot.

VU-wetenschappers Chris de Graaf en Iwan de Esch en hun collega’s hebben nu met computers de driedimensionale structuur van die receptoren in kaart gebracht. Daarmee kunnen ze voorspellen welke moleculen aan dit type receptoren binden en zo mogelijk een effect in de hersenen veroorzaken. De kans is groot dat sommige van die moleculen als nieuwe geneesmiddelen kunnen dienen tegen epilepsie en angstaanvallen.

Medicijnen verbeteren in het laboratorium

Chris de Graaf en Iwan de Esch: “Met onze computersimulaties bekijken we of kleine moleculen binden aan de receptor. De computers helpen ons ook om het molecuul aan te passen zodat het beter aan de receptor bindt. Zo kunnen we in het laboratorium een beter medicijn ontwikkelen nog voordat het bij dieren en mensen getest wordt.”

bron: VU Amsterdam

0

Meer onderzoek nodig naar effecten vitamine B en omega-3-vetzuren

Gaan de hersenen van gezonde  mensen beter functioneren door B-vitaminen of omega-3-vetzuren? Nederlandse voedingexperts hebben op verzoek van de Hersenstichting de wetenschappelijke publicaties wereldwijd doorgekeken naar een antwoord op deze vraag. Zij komen tot de conclusie dat de resultaten van onderzoek om aan te tonen dat deze stoffen de hersenen beter laten werken, niet altijd door andere onderzoeken bevestigd kunnen worden. De resultaten van deze studie zijn gepubliceerd in het internationale voedingstijdschrift Annals of Nutrition and Metabolism.

De Hersenstichting nam het initiatief voor deze studie omdat er in de media vaak uitspraken worden gedaan over voeding en hersenen, maar dat niet altijd duidelijk is of de uitspraken berusten op goed en gedegen onderzoek. Het onderzoek werd uitgevoerd door zowel voedingsonderzoekers onder andere van de Wageningen UR als neuro-onderzoekers.

De hersenen worden beïnvloed door vele factoren waaronder voeding. Hoewel dit logisch lijkt, is er nog bijzonder weinig bekend over de relatie tussen hersenen en voeding. Uit onderzoek is inmiddels genoegzaam bekend dat er essentiële voedingsstoffen zijn die, wanneer je ze niet of onvoldoende nuttigt, leiden tot neurale schade, groeiachterstand of  verstandelijke handicap. Bijvoorbeeld een gebrek aan foliumzuur tijdens de zwangerschap kan het zogenaamde ‘open ruggetje’ tot gevolg hebben.

Maar hoe werkt voeding op de hersenen van gezonde, weldoorvoede mensen in de westerse wereld? Om hiervan een beter beeld te krijgen hebben onderzoekers een analyse gemaakt van overzichtsstudies naar eerder gepubliceerde resultaten. Om harde uitspraken te kunnen onderbouwen moeten verschillende soorten studies bij eenzelfde groep mensen tot min of meer dezelfde conclusie leiden.

Uit de studies blijkt dat B-vitamines (met name vitamine B6, B12 en foliumzuur) en de zogenaamde n-3 meervoudig onverzadigde vetzuren (waaronder de omega-3-vetzuren, EPA en DHA) veelbelovende kandidaten zijn om de werking van de hersenen positief te beïnvloeden. In totaal zijn er negentien paraplu-studies op het terrein van B-vitamines bekeken en zestien op het terrein van omega-3 vetzuren. Er was geen enkele studie te vinden die beide onderwerpen in rapportage had. Deze publicaties gaven inzicht in 232 onderzoeken betreffende cognitief functioneren en negentig onderzoeken over de effecten van B-vitamines en omega-3 vetzuren op stemming en stemmingstoornissen. Nieuw is dat in deze studie voor beide groepen voedingsstoffen, voor elke levensfase uitgebreid in kaart is gebracht welke associaties en effecten zijn gevonden op hersenontwikkeling, hersenfuncties en geestelijk welbevinden. De uitkomsten geven helaas nog geen eenduidig beeld: resultaten uit observationele studies laten vaak positieve effecten zien, maar grote experimentele studies bevestigen deze positieve uitkomsten lang niet altijd. Bijvoorbeeld in 28 observationele studies naar de invloed van omega-3-vetzuren op het denkvermogen van ouderen werd in 21 studies een positief resultaat gevonden. Echter in twaalf experimentele studies werd in slechts in zes ervan een beperkt positief effect gevonden en door de andere zes onderzoeken niet.

De conclusie van het artikel is dat er zeker voor de B-vitaminen nog meer onderzoek nodig is om een antwoord te kunnen geven op de vraag of hersenen er beter door gaan functioneren en men zich beter gaat voelen. Ook voor omega-3 vetzuren is nog meer onderzoek nodig, maar daar zijn de resultaten van al uitgevoerde studies toch veelal positief. Voor uitspraken over het effect van voeding op hersenen voor grote groepen gezonde mensen is dus nog méér en vooral ander onderzoek nodig. De aanbeveling is dan ook om meer experimenteel langlopend onderzoek te doen naar effecten in verschillende levensfasen. Daarbij zou het goed zijn om niet zozeer te kijken naar de geïsoleerde effecten van één voedingsstof, maar meer naar het gehele voedingspakket. Ook de invloeden van andere genetische en biologische factoren zouden bestudeerd moeten worden. De laatste paar maanden zijn er ook een aantal studies verschenen die hersenscans als uitkomstmaat gebruiken. Deze vielen buiten de zoekcriteria van het overzichtsartikel, maar laten overwegend positieve associaties zien tussen onder andere een betere B-vitamine status en het behoud van specifieke structuren in de hersenen. Dit soort onderzoek is veelbelovend en van toegevoegde waarde om meer gefundeerde uitspraken te doen over hoe voedingsstoffen precies ingrijpen op de biologische processen in de hersenen.

The article:
B-vitamins and n-3 fatty acids for brain development and function: review of human studies
Ondine van de Rest1, Lenneke W.A. van Hooijdonk2, Esmée Doets1, Olga Schiepers3, Ans Eilander4,
Lisette C.P.G.M. de Groot1

has been published online with the citation Ann Nutr Metab 2012;60:272-292 (DOI: 10.1159/000337945)  http://content.karger.com/ProdukteDB/produkte.aspDOI=10.1159/000337945

 

1 Division of Human Nutrition, Wageningen UR, Wageningen, the Netherlands

2 The Netherlands Brain Foundation, The Hague, the Netherlands

3 Department of Psychiatry and Neuropsychology, Maastricht University, Maastricht, the Netherlands

4 Unilever R&D Vlaardingen, Vlaardingen, the Netherlands

Bron: Hersenstichting

0

Nicole van Dijk

Als gecertificeerd life- & loopbaancoach begeleidt en inspireert Nicole van Dijk vrouwen bij werkgerelateerde en persoonlijke veranderingsprocessen. Speciale aandacht is er voor het herstellen van de mentale, fysieke en emotionele balans en het voorkomen van uitval (preventieve zorg).

Nicole heeft ruim twintig jaar werkervaring, waarvan vele jaren als communicatieadviseur bij de overheid. Op haar 40ste besloot ze haar hart te volgen en een carrièreswitch te maken richting het coachvak. Sinds enkele jaren heeft ze een eigen coachpraktijk in Rotterdam (Ommoord). Al sinds de jaren ’80 verdiept ze zich in persoonlijke groei en ontwikkeling en heeft ze bijzondere interesse in de werking van het brein, psychologie en psychosomatiek.

OneStepCoaching verzorgt individuele coaching, workshops en trainingen voor bedrijven en themawandelingen in de natuur (wandelcoaching). Nicole heeft voor personeelsadviseurs en arbodiensten het leaflet ‘Mens & organisatie in balans’ ontwikkeld, met meer informatie over de innovatieve aanpak op het vlak van preventieve zorg en de voordelen daarvan voor werkgever en werknemer.

E: info@onestepcoaching.nl
S: www.onestepcoaching.nl
F: One Step Coaching op Facebook