Recente Bijdragen

0

Modieuze breinen

In verschillende landen is geëxperimenteerd met Politieagenten van karton om het aantal snelheidsovertredingen te verminderingen. Gek genoeg bleek dit te werken. Door het zien van het uniform passen bestuurders automatisch hun snelheid aan. Een mooi voorbeeld van hoe een uniform invloed heeft op ons gedrag. En niet alleen onze snelheid wordt beïnvloed door een uniform…

EERLIJKHEID

Nette kleding veroorzaakt eerlijk gedrag. Uit onderzoek waarin een man, een telefooncel binnen stapte met de vraag of hij 10 cent had laten liggen blijkt dat mensen die netjes gekleed zijn veel vaker hun muntstuk terug krijgen (77% versus 38% van de gevallen).

AUTORITEIT

Groene kleding wekt minder agressie op. Agenten In Califonia veranderden in 1969 van uniform. De blauwe pakjes werden opgeborgen en de groene outfits kwamen te voorschijn. Het aantal beledigingen nam met 30% af, en het aantal verwondingen tijdens een arrestatie nam zelfs met 50% af! En er is meer onderzoek dat een link legt tussen autoriteit en kleding. Een leraar in een net pak heeft minder orde problemen.

HULPVAARDIGHEID

Een autoritair gekleed persoon zal eerder geholpen worden. Dat blijkt uit onderzoek waarin een man als brandweer, als zakenman of als student verkleed, de straat in ging om een kwartje te vragen voor de parkeermeter. Aan de brandweerman werd het vaakst medewerking verleend. 

OVERTUIGINGSKRACHT

Vrijwilligers die flyeren voor een politieke partij blijken veel meer folders te overhandigen als ze netjes gekleed zijn. Van mensen in een net pak zijn we eerder geneigd een flyer aan te nemen. Netjes geklede enquêteers blijken veel meer mensen op straat te overtuigen hun medewerking te verlenen.

AANTREKKELIJKHEID

Uit onderzoek blijkt dat mannen in een brandweer uniform langer worden aangekeken door vrouwen en bovendien vaker een telefoonnummer weten te bemachtigen. En ook voor vrouwen loont het om hun kledingkeuze aan te passen. Vrouwen in een rood jurkje worden aantrekkelijker gevonden.

STUDIERESULTATEN

Kleding beïnvloedt je intelligentie. Zo blijken vrouwen in een net jasje van een duur merk hoger te scoren in een IQ test dan dames die een jasje van de markt dragen. Als je les krijgt van een docent die netjes gekleed is haal je hogere cijfers.

AGRESSIVITEIT

Een uniform maakt dominant. Studenten die een uniform van een gevangenisbewaarder moesten aantrekken bleken te veranderen in psychopaten en begonnen studiegenoten die de rol van gevangene op zich moesten nemen op beestachtige wijze te mishandelen. Dit is aangetoond in het beruchte Stanford Prison Experiment.

Zo zie je maar, kleding heeft een grotere invloed dan je denkt! Luister dus maar goed naar wat modejournaliste Fiona Hering te melden heeft als je de volgende keer RTL Boulevard kijkt!

Even voorstellen: Thijs Hannaart

Thijs Hannaart is biologieleraar, striptekenaar en schrijver. Hij studeerde Medische Microbiologie en specialiseerde zich in de moleculaire biologie. Hij werkte onder andere mee aan onderzoek waarbij witte bloedcellen werden geprogrammeerd kankercellen aan te vallen. Ook droeg hij bij aan de zoektocht naar het het antwoord op de vraag hoe chromosomen uit elkaar worden getrokken tijdens de celdeling.

Daarnaast deed hij een poging de temperatuur in de oertijd te reconstrueren met behulp van oer-bacterie-DNA. Ondanks de vele successen die hij boekte in het lab, besloot hij toch terug te keren naar school en schoolmeester te worden. Naast schrijven over de hersenen tekent Thijs Hannaart ook strips en geeft hij strip-teken-workshops. Zijn tekenwerk is te bewonderen op www.thijs.hannaart.nl

boek van auteur:

pimp_je_brein
De invloed van uw omgeving op uw mentale prestaties is groter dan u denkt. Alles wat u doet, drinkt, ziet, eet, voelt en ruikt heeft invloed. U kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een verband. In dit boek wordt op toegankelijke wijze ingegaan op slimme én minder slimme onderzoeken die deze verbanden hebben aangetoond.
0

Koppie thee goed voor ’t koppie

Het drinken van 3 koppen groene of zwarte thee per dag zou het risico op een beroerte met 21% verminderen; drink je meer thee gedronken, dan zou het risico nog meer afnemen. Onderzoekers hebben dit afgeleid de gegevens van 200.000 Amerikanen. Voor kruidenthee werd dit effect niet geconstateerd. Mogelijk zijn theanine en epigallocatechingallat hiervoor verantwoordelijk.

Fortschritte Neurologische Psychiatrie

0

Slapen beschermt en versterkt je geheugen

Slaap beschermt het geheugen niet alleen tegen storingen van buitenaf, maar versterkt het geheugen ook, blijkt uit een onderzoek gepresenteerd op de American Academy of Neurology de 59e jaarlijkse bijeenkomst in Boston.

De studie bekeek de werking van het geheugen, met en zonder storingen van buitenaf. Achtenveertig mensen tussen 18 en 30 jaar namen deel aan het onderzoek. Allen hadden een normaal, gezond slaappatroon en gebruikten geen medicatie. De deelnemers werden evenredig verdeeld in vier groepen’. Twee ‘waakgroepen’ en twee ‘slaapgroepen’, waarvan telkens één van beide met en de ander zonder storingen – interferenties – van buitenaf.

In een eerste trainingssessie moesten de 4 groepen dezelfde 20 woordcombinaties leren. De ‘waakgroepen’ werden om 9 uur ’s morgens getraind en vervolgens na 12 uur waken om 9 uur ’s avonds getest. De slaapgroepen werden om 9 uur ’s avonds getraind in de woordcombinaties en de volgende morgen om 9 uur, na een nacht slapen, getest. Vlak voordat zij getest zouden worden kregen de slaap- en waakgroep met interferentie een tweede lijst van woordcombinaties te verwerken. Deze moesten zij ook onthouden. Het onderzoeksteam had er daarbij voor gezorgd dat het eerste woord van elke woordcombinatie hetzelfde was als op de eerste lijst van 20 woordcombinaties. Het tweede woord was steeds anders. Hiermee wilde men de hersenen testen op het vermogen om concurrerende informatie – interferentie –  te verwerken. Deze 2 groepen werden vervolgens getest op beide lijsten.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de mensen die na het leren van de informatie geslapen hadden ook beter presteerden en zich meer woordcombinaties konden herinneren. De testpersonen uit de slaapgroep zonder interferentie herinnerden zich 12 procent meer woordcombinaties dan de testpersonen uit de waakgroep zonder interferentie. Bij de groepen met interferentie scoorde de slaapgroep 44 procent hoger dan de waakgroep.

“Dit is de eerste studie om aan te tonen dat de slaap het geheugen beschermt tegen storingen of interferenties”, meldt auteur Jeffrey Ellenbogen, MD op Harvard Medical School in Boston, MA, en Fellow of the American Academy of Neurology. “Deze resultaten verschaffen ons belangrijke inzichten in de wijze waarop het slapende brein omgaat met herinneringen: het lijkt ze te versterken. Mogelijk  betekent dit ook dat slaapstoornissen geheugenproblemen, zoals bij dementie kunnen versterken.”

0

Onze hersenen lijken meer op die van vogels dan we dachten

Ruim een eeuw geloofden neurowetenschappers dat de hersenen van de mens en andere zoogdieren verschilden van de hersenen van andere dieren, zoals vogels. Dit geloof was deels gebaseerd op de waarneembare fysieke structuur van de neocortex, het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor complex cognitief gedrag. Bij het analyseren van auditieve input stelden onderzoekers van de Universiteit van Californië, de ‘San Diego School of Medicine’ echter vast dat er in het brein van kippen een deel is dat op dezelfde wijze geconstrueerd is als dat bij zoogdieren.

Harvey J. Karten, MD, werkzaam als professor op het Department of Neurosciences aan de UCSD School of Medicine en hoofdauteur van de studie, die eind juni 2010 werd gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences Online Early Edition, stelde vast dat hiermee de claim van uniciteit voor zoogdieren lijkt te vervallen.  

Lange tijd werd verondersteld dat de hersenen van zoogdieren meer geëvolueerd waren dat die van andere dieren. Deze veronderstelling werd deels gebaseerd op de kenmerkende structuur van de neocortex voorhersenen – een deel van de buitenste laag van de hersenen waar complexe cognitieve functies zijn gecentreerd – bij zoogdieren.

Al 40 jaar hebben Karten en collega’s gewerkt om uit te zoeken of deze gedachte juist is. In het meest recente onderzoek, gebruikten zij moderne, geavanceerde imaging-technologieën, om een gebied van de kip hersenen – een deel van de grote hersenen (telencephalon) – dat vergelijkbaar is met de auditieve cortex van zoogdieren in beeld te brengen. Beide regio’s te behandelen auditieve taken. Ze ontdekten zo dat de celstructuur van de cortex van vogels net als die van zoogdieren was samengesteld uit gelamineerde lagen van cellen, die met elkaar zijn verbonden door smalle, radiale kolommen van verschillende soorten cellen met uitgebreide onderlinge verbondenheid. Deze vormen samen een soort microcircuitjes die nagenoeg identiek zijn aan die in de cortex van zoogdieren.

De bevindingen wijzen erop dat laminaire en zuilvormige eigenschappen van de neocortex niet uniek zijn voor zoogdieren, en dat deze ontstaan kunnen zijn uit de ontwikkeling van cellen en circuits bij gewervelde dieren, die veel eerder leefden. “Dieren, zoals vogels werden min of meer gezien als mooie automaten alleen in staat van stereotiepe activiteiten”, zegt Karten. “Maar dit soort denken vormde een ernstig probleem voor neurobiologen die de evolutionaire oorsprong van de zoogdieren cortex proberen te achterhalen. En die proberen te verklaren waar al die complexe schakelingen vandaan komen en wanneer zij voor het eerst evolueerden?” Het onderzoek levert het begin van een antwoord: dat er een gemeenschappelijke voorouder van zowel zoogdieren en vogels was, die ten minste 300 miljoen jaar geleden leefde.

Onderzoeken tonen aan dat de microschakelingen die aan de complexe gedragingen ten grondslag liggen bij veel gewervelde dieren vergelijkbaar zijn. Dit onderzoek steunt de groeiende gedachte over de stabiliteit van deze circuits tijdens de evolutie en de rol van het genoom bij het produceren van stabiele patronen. Hiermee kan de vraag verschuiven van het zoeken naar de oorsprong van de cortex van zoogdieren naar de vraag hoe en waarom gedurende de ontwikkeling veranderingen optreden in de cortex.

0

Depressie, angststoornissen en vitamine D

Depressie komt vaker bij ouderen met een gebrek aan vitamine D voor. Dat gebrek aan vitamine D wordt mogelijk veroorzaakt door depressie, maar omgekeerd zou depressie ook een gevolg kunnen zijn van een te lage vitamine D-spiegel. In deze vervolgstudie gaan de onderzoekers na of deze veranderingen ook gelden voor depressie en angststoornissen bij jong volwassenen. Dit zou de deur openen naar een doeltreffende behandeling door middel van vitamine D-toevoeging aan het dieet of door extra zonlicht.Uit onderzoek door het VUmc Amsterdam 2009; prof. dr. J.G. Hoogendijk, gesubsidieerd door de Hersenstichting

Bron: Hersenstichting – Hersenweetjes.

0

Thijs Hannaart

Thijs Hannaart is biologieleraar, striptekenaar en schrijver. Hij studeerde Medische Microbiologie en specialiseerde zich in de moleculaire biologie. Hij werkte onder andere mee aan onderzoek waarbij witte bloedcellen werden geprogrammeerd kankercellen aan te vallen. Ook droeg hij bij aan de zoektocht naar het het antwoord op de vraag hoe chromosomen uit elkaar worden getrokken tijdens de celdeling.

Daarnaast deed hij een poging de temperatuur in de oertijd te reconstrueren met behulp van oer-bacterie-DNA. Ondanks de vele successen die hij boekte in het lab, besloot hij toch terug te keren naar school en schoolmeester te worden. Naast schrijven over de hersenen tekent Thijs Hannaart ook strips en geeft hij strip-teken-workshops. Zijn tekenwerk is te bewonderen op www.thijs.hannaart.nl

boek van auteur:

pimp_je_brein
De invloed van uw omgeving op uw mentale prestaties is groter dan u denkt. Alles wat u doet, drinkt, ziet, eet, voelt en ruikt heeft invloed. U kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een verband. In dit boek wordt op toegankelijke wijze ingegaan op slimme én minder slimme onderzoeken die deze verbanden hebben aangetoond.
0

Winnende breinen

Wat gebeurt in het brein als een beurshandelaar zijn aandelen ziet stijgen, als een voetballer een doelpunt maakt, als een gamer een level uitspeelt of als een politicus de verkiezingen wint? Veel… heel veel blijkt uit onderzoek.

Onderzoekers van de Universiteit van Missouri onderzochten de testosteronspiegel van gamers. Deze bleek te stijgen als een vreemd wezen werd neergeschoten. Bij het doden van een bekende speler ging de testosteronspiegel juist naar beneden. Winnen zorgt voor een explosie van testosteron. Ook het winnen van een onschuldig potje basketbal, judo, schaken of domino blijkt voor een testosteronpiek te zorgen.

En niet alleen het winnen zelf, ook kijken naar winnaars geeft je testosteronspiegel een flinke oppeper. In Onderzoek van de Universiteit van Utah werd het testosterongehalte van 26 mannen gemeten terwijl ze naar een voetbalwedstrijd op tv keken. Wat bleek? Als het voetbalteam van de fans verloor daalde het testosterongehalte met 20%. Overwinning zorgde voor een stijging van 20%. Voor fans van basketbal werden soortgelijke resultaten behaald.

Het testosteroneffect is overal aanwezig, zo ook op de beurs. Uit onderzoek van de Universiteit van Cambridge blijkt dat beurshandelaren meer winst boeken op dagen dat ze een hoog testosterongehalte hebben. Testosteron stimuleert ook de vingergroei. En inderdaad, beurshandelaren met lange vingers behalen meer winst.

Maar niet alleen winnen heeft invloed, ook verliezen doet wat in je lichaam. Verliezen laat je testosteronspiegel dalen. Dat blijkt uit onderzoek van de Duke University. In het onderzoek werd de testosteronspiegel van John McCain-stemmers vergeleken met die van Barack Obama. Wat bleek? Bij de kiezers van John McCain daalde de testosteronspiegel toen John McCain verloor. De testosteronspiegel bij de kiezers van Barack Obama daalde niet.

Even voorstellen: Thijs Hannaart

Thijs Hannaart is biologieleraar, striptekenaar en schrijver. Hij studeerde Medische Microbiologie en specialiseerde zich in de moleculaire biologie. Hij werkte onder andere mee aan onderzoek waarbij witte bloedcellen werden geprogrammeerd kankercellen aan te vallen. Ook droeg hij bij aan de zoektocht naar het het antwoord op de vraag hoe chromosomen uit elkaar worden getrokken tijdens de celdeling.

Daarnaast deed hij een poging de temperatuur in de oertijd te reconstrueren met behulp van oer-bacterie-DNA. Ondanks de vele successen die hij boekte in het lab, besloot hij toch terug te keren naar school en schoolmeester te worden. Naast schrijven over de hersenen tekent Thijs Hannaart ook strips en geeft hij strip-teken-workshops. Zijn tekenwerk is te bewonderen op www.thijs.hannaart.nl

boek van auteur:

pimp_je_brein
De invloed van uw omgeving op uw mentale prestaties is groter dan u denkt. Alles wat u doet, drinkt, ziet, eet, voelt en ruikt heeft invloed. U kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een verband. In dit boek wordt op toegankelijke wijze ingegaan op slimme én minder slimme onderzoeken die deze verbanden hebben aangetoond.
0

Autisme zichtbaar in urine

De stoffen in de urine van kinderen met autisme verschillen van die van gezonde kinderen, blijkt uit onderzoek. In de toekomst kan waarschijnlijk met  een simpele urinetest vastgesteld worden of een kind al dan niet autistisch is. Dat die urine andere stoffen bevat heeft te maken met een andere ‘voedselverbranding’ en bacteriën in de darmen van een autistisch kind. De rol van het spijsverteringsproces is onduidelijk.

Darmen en autisme

Het onderzoek kan een bijdrage leveren aan het oplossen van maag- en darmproblemen die  mensen met autisme hebben. De verbranding en de samenstelling van de bacteriën in de darmen hebben een duidelijke op je consitutie en levensstijl. De onderzoekers verwachten dat hun studie uiteindelijk tot een urinetest leidt waarmee autisme snel gediagnostiseerd kan worden. Om zeker van hun bevindingen te zijn gaan de onderzoekers nu eerst uitzoeken of de stoffen in de urine de oorzaak of juist het gevolg van autisme zijn. Voordat de test op de markt komt, zullen er nog heel wat jaren van onderzoek overheen gaan.

Bron: Autism finding could lead to simple urine test for the condition

0

De geest geneest

Steeds meer mensen lijden aan chronische kwalen of ziekten. Medicijnen bieden geen echte uitkomst, de kwaal blijft terugkeren. De grondlegger van de homeopathie, Samuel Hahnemann, zocht de ware oorzaak van dergelijke ziekten in de mentaliteit van zijn patiënten. Het beste medicijn: een andere overtuiging.

Lees verder op: Ode.nl

0

sitemap

Pagina's

Berichten

Plugin door dagondesign.com

0

drs. Gijs Jansen

Is gespecialiseerd in Acceptatie en Commitment therapie en heeft als eerste psycholoog in Nederland onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze nieuwe therapievorm. Naast zijn werk voor Denk Wat Je Wilt is hij verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als universitair docent. Gijs is de auteur van de boeken: “Denk wat je wilt, doe wat je droomt” , “Leef!” en het (nu nog) in eigen beheer uitgegeven “Hou van je angst”.

In zijn vrije tijd is Gijs een fanatiek sporter: hij wielrent en doet aan fitness. Daarnaast is Gijs af en toe te zien met gitaar op het podium als singer/songwriter.

E: Gijs Jansen
S: www.denkwatjewilt.nl

boeken van auteur:

Gijs Jansen

denk_wat_je_wilt_doe_wat_je_droomt
Gijs Jansen leidt u door de doolhof van je verstand. Hij geeft tips
en oefeningen om boven uw verstand uit te stijgen en verlost te
worden van negatieve gedachten en gevoelens. Kort, beknopt en niet
zweverig. ‘Denk wat je wilt, doe wat je droomt’ is een praktisch
boek voor wie af wil van negatieve denkpatronen en meer persoonlijke
voldoening uit zijn leven wil halen, en voor mensen die door
depressieve gevoelens, paniekaanvallen of sociale fobie worden
beperkt in hun functioneren.

Meer info…

2. Leef!

Gijs Jansen

leef
In ‘Leef! … zoals je eigenlijk zou willen’ gebruikt auteur en
psycholoog Gijs Jansen de ACT-methode. Deze nieuwste vorm van
gedragstherapie helpt u de wereld en uzelf te accepteren zoals ze
zijn, met alle positieve en negatieve kanten dus. In dit boek geen
lange wetenschappelijke uitleg, maar denk- en doe-oefeningen, onder
andere uit het mindfulness gedachtegoed. ‘Leef!’ leert u uzelf te
accepteren zoals u bent. Dat geeft u de tijd en de ruimte om te
leven.

Meer info…

Gijs Jansen

laat_los
Auteur Gijs Jansen vindt dat we op moeten houden met onszelf voor de
gek te houden en dat het de hoogste tijd is om te beginnen met
leven. In ‘Laat los’ geeft hij u een aantal praktische handvatten
voor een balans tussen uw innerlijke tegenstrijdigheden. De truc is
synergie te creëren tussen de dingen die u wilt en de dingen waar u
bang voor bent. Accepteren dat ook negatieve gedachten en gevoelens
bij u horen en dat deze uw leven verrijken.

Meer info…   Recensie…

0

Leef! en laat je verstand maar ratelen

Zaterdagmiddag. In de drukste winkelstraat van Nijmegen loop ik na te denken over de dingen die ik vandaag allemaal nog moet doen. Bijna loop ik een meisje van het Wereld Natuurfonds omver. “Sorry meid, ik was er even niet bij met m’n hoofd.” Het geeft gelukkig niet. “De meeste mensen hier kijken niet waar ze lopen”, zegt ze. Ik kijk om me heen en zie wat ze bedoelt. Massa’s mensen die lopen waar ze in gedachten niet zijn. Bijna iedereen is net als ik met z’n hoofd bij alles dat hij of zij die dag nog moet doen.

Het is de kracht van het denken die ons als mensen zo machtig heeft gemaakt. Het is de taal die ervoor heeft gezorgd dat we boeken kunnen lezen en kennis kunnen overdragen aan elkaar. We leren dat de aarde rond is zonder dat we dat ooit met eigen ogen hebben gezien. Het denken maakt dus een wezenlijk onderdeel uit van onze realiteit. Veel dingen krijgen daardoor ook een symbolische betekenis. Als je je hart volgt, je niet op de kast laat jagen, of als je door de bomen het bos niet meer ziet; alles dat je op dat soort momenten zegt is een product van je gedachten, en niet van de werkelijkheid om je heen.

Denken onder de loep

Het nadeel van nadenken is dat we meestal meer negatieve gedachten hebben dan positieve. Dit komt omdat we als mensen vooral proberen om afwijzing en ongelukken te voorkomen. Hierdoor ontstaat er een lange waslijst van dingen die we moeten van onszelf, en dingen waar we voor op moeten passen. Natuurlijk hebben een aantal van die waarschuwingen ook een duidelijke positieve functie. Als het gaat om het stoppen voor een rood licht of het goed uitvoeren van een rekensom is het heel handig om goed te kunnen denken. Maar in veel gevallen vormt het denken juist een belemmering voor het ervaren van de werkelijkheid. We lopen in gedachten letterlijk voorbij aan ons eigen leven. Doordat we alsmaar vooruit en achteruit denken, vergeten we om te leven in het hier en nu.

Het wordt dus hoog tijd dat we ons denken kritisch onder de loep gaan nemen. Want wat zijn gedachten eigenlijk precies? Hoe werkt ons verstand en is het wel slim om altijd naar je verstand te luisteren? En stel dat je in staat bent om je gedachten los te laten; wie is dan de persoon die achter al die gedachten schuil gaat?

Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) probeert antwoord te geven op deze vragen. ACT is een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie en gebaseerd op moderne leertheorie, klinische praktijk, en op oude wijsheden uit het Oosten zoals het Boeddhisme en de Japanse Morita-therapie. ACT verenigt het beste uit verschillende psychotherapeutische stromingen: psychoanalyse, klassieke gedragstherapie, Rogeriaanse therapie, de Gestalttherapie en vele anderen.

Het belangrijkste verschil met alle andere bestaande therapievormen is dat ACT ons leert om structureel en consequent een afstandelijke en kritische houding aan te nemen ten opzichte van onze gedachten. Dit betekent in de praktijk dat ons verstand wordt erkend als iets dat we bij ons dragen en vaak nodig hebben, maar ook als iets dat los staat van wie we werkelijk zijn. We hebben allemaal een ingewikkelde gedachtenmachine in ons hoofd die ons soms erg goed van dienst kan zijn. Maar er zijn ook genoeg momenten waarin ons verstand geen flauw benul heeft van de realiteit. Op basis van toevallige ervaringen laat ons verstand ons de meest gekke dingen geloven.

Bijvoorbeeld: je voelt je op een dag niet zo lekker en praat daar met een vriendin over. Die zegt dat je wellicht last hebt van een herfstdepressie. “Als de blaadjes vallen worden mensen vaak erg somber”, zegt ze. ’s Avonds kijk je naar buiten. Het is donker en het regent en waait hard. “Misschien heb ik wel echt een herfstdepressie”, denkt je verstand. “Of: misschien is het gewoon een griepje, dat kan best hoor, want het heerst op dit moment. Maarja, dat verklaart nog niet waarom ik me zo somber voel. Misschien zit er toch ergens nog wat oud zeer van vroeger. Het is ook allemaal wel heel hard gegaan de laatste tijd. Misschien is dit een teken dat ik het even wat rustiger aan moet doen. Maar wat als het erger wordt? Straks word ik echt depressief. Is het dan niet beter om nu al in te grijpen? En wat moet ik dan doen? Naar een psycholoog? Nee joh gek, zo erg is het nu ook weer niet!”

Toevallige hersenspinsels

Hier zie je hoe een toevallig gevoel (we voelen ons allemaal wel eens somber) door je verstand opgeblazen kan worden tot een groot probleem. Dit probleem ontstaat mede door de manier waarop je verstand probeert om het probleem op te lossen. Doordat je probeert om positief te denken en de boel te relativeren, ontstaat er een dialoog tussen positieve en negatieve gedachten binnen je verstand. Nu is het idee van ACT dat je de strijd met je gedachten kunt oplossen door die strijd niet langer aan te gaan. Gedachten zijn toevallige hersenspinsels op basis van toevallige ervaringen. Waarom zou je die gedachten nog langer serieus nemen? Als je verlost wilt worden van de heerschappij van je verstand, dan is ACT een therapie bij uitstek. Door ervaringsgerichte oefeningen kun je ontdekken wie je werkelijk bent, zodat je in het volle, echte leven kunt duiken.

artikel werd eerder gepubliceerd op Menscentraal.nl

Even voorstellen: drs. Gijs Jansen

Is gespecialiseerd in Acceptatie en Commitment therapie en heeft als eerste psycholoog in Nederland onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze nieuwe therapievorm. Naast zijn werk voor Denk Wat Je Wilt is hij verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als universitair docent. Gijs is de auteur van de boeken: “Denk wat je wilt, doe wat je droomt” , “Leef!” en het (nu nog) in eigen beheer uitgegeven “Hou van je angst”.

In zijn vrije tijd is Gijs een fanatiek sporter: hij wielrent en doet aan fitness. Daarnaast is Gijs af en toe te zien met gitaar op het podium als singer/ songwriter.

E: Gijs Jansen
S: www.denkwatjewilt.nl

boeken van auteur:

denk_wat_je_wilt_doe_wat_je_droomt
Gijs Jansen leidt u door de doolhof van je verstand. Hij geeft tips
en oefeningen om boven uw verstand uit te stijgen en verlost te
worden van negatieve gedachten en gevoelens. Kort, beknopt en niet
zweverig. ‘Denk wat je wilt, doe wat je droomt’ is een praktisch
boek voor wie af wil van negatieve denkpatronen en meer persoonlijke
voldoening uit zijn leven wil halen, en voor mensen die door
depressieve gevoelens, paniekaanvallen of sociale fobie worden
beperkt in hun functioneren.

Meer info…

2. Leef! – Gijs Jansen

leef
In ‘Leef! … zoals je eigenlijk zou willen’ gebruikt auteur en
psycholoog Gijs Jansen de ACT-methode. Deze nieuwste vorm van
gedragstherapie helpt u de wereld en uzelf te accepteren zoals ze
zijn, met alle positieve en negatieve kanten dus. In dit boek geen
lange wetenschappelijke uitleg, maar denk- en doe-oefeningen, onder
andere uit het mindfulness gedachtegoed. ‘Leef!’ leert u uzelf te
accepteren zoals u bent. Dat geeft u de tijd en de ruimte om te
leven.

Meer info…

laat_los
Auteur Gijs Jansen vindt dat we op moeten houden met onszelf voor de
gek te houden en dat het de hoogste tijd is om te beginnen met
leven. In ‘Laat los’ geeft hij u een aantal praktische handvatten
voor een balans tussen uw innerlijke tegenstrijdigheden. De truc is
synergie te creëren tussen de dingen die u wilt en de dingen waar u
bang voor bent. Accepteren dat ook negatieve gedachten en gevoelens
bij u horen en dat deze uw leven verrijken.

Meer info…   Recensie…

0

Ook verschillen in hersenactiviteit bij lichte vorm van psychose

Symptomen van een psychose (bijvoorbeeld hallucinaties, ongewone overtuigingen) komen niet alleen voor bij personen met een zenuw/geestesziekte zoals schizofrenie. Er zijn ook personen die minder ernstige symptomen van een psychose ondervinden, die niet tot behandeling hoeven te leiden. Gemma Modinos ging in haar proefschrift na of deze minder ernstige symptomen een risicofactor zijn voor het ontwikkelen van een psychose.

Studies naar hersenactiviteiten hebben bij schizofreniepatiënten een aantal afwijkingen in hersenfunctie en structuur vastgesteld. De resultaten van het onderzoek van Modinas tonen aan dat er ook verschillen zijn in hersenactiviteit en hersenstructuur tussen mensen met de minder ernstige klachten en gezonde mensen. Deze bevindingen ondersteunen de veronderstelling dat er een verband is tussen de minder ernstige vormen van psychose en de daadwerkelijk ontwikkelde psychose.

Gemma Modinos (Barcelona, 1980) studeerde NeuroScience in Barcelona. Zij verrichtte haar onderzoek bij de afdeling Neurowetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningenen het BCN Neuroimaging Center. Zij werkt nu als postdoc bij het Institute of Psychiatry, King’s College, London, UK.

bron: Rijksuniversiteit Groningen

0

Verschil PDD-NOS en ADHD moeilijk aantoonbaar

PDD-NOS (Pervasive Development Disorder – Not Otherwise Specified) en ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) worden in het diagnostisch handboek voor psychische stoornissen beschreven als twee afzonderlijke categorieën. Beide stoornissen worden bovendien geassocieerd met verschillende gedragskenmerken, zoals beperkingen in de sociale interactie (PDD-NOS), concentratieproblemen en overbeweeglijkheid (ADHD). In de praktijk blijkt het echter vaak lastig om op klinische gronden een onderscheid te maken. Promovenda Karin Gomarus onderzocht of het verschil kon worden aangetoond op basis van informatieverwerkingsvaardigheden.

Gomarus bestudeerde de functie van het werkgeheugen en de visuele, selectieve aandachtsfunctie van kinderen met PDD-NOS en ADHD. Aan groepen kinderen met PDD-NOS, ADHD, of kenmerken van beide ontwikkelingsstoornissen werd gevraagd computertaken uit te voeren terwijl er een EEG van hun hersenen werd gemaakt. De onderzoekster vergeleek de uitkomsten met die van een controlegroep. Ze ontdekte dat de patiëntgroepen meer tijd nodig hadden dan de controlekinderen naarmate het werkgeheugen extra belast werd. Tussen de klinische groepen onderling bleken echter op de scans geen statistisch significante verschillen te bestaan. Deze uitkomsten komen overeen met het beeld uit de klinische praktijk dat het lastig is om mogelijke verschillen tussen de betreffende ontwikkelingsstoornissen aan te wijzen.

Karin Gomarus (Norg, 1972) studeerde psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Zij verrichtte haar onderzoek bij Accare, een academische instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Het onderzoek werd gefinancierd door de Protestants Christelijke Kinderuitzending (PCK). Gomarus werkt sinds 2007 als psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker bij GGZ Drenthe. De titel van haar proefschrift luidt: ‘The psychophysiology of selective attention and working memory in children with PDD-NOS and/or ADHD’.

bron: Rijksuniversiteit Groningen

0

Functionele netwerken in gezonde en zieke hersenen

Gaan hersenaandoeningen als Alzheimer of autisme gepaard met specifieke afwijkingen in de onderliggende communicatienetwerken in de hersenen? Als dat zo is kunnen subtiele veranderingen in die netwerken als marker fungeren voor hersenstoornissen. Neurowetenschapper Serge Rombouts gaat het met een landelijk consortium uitzoeken.

Een nieuwe vorm van functionele MRI heeft laten zien dat in de hersenen een geordend systeem van communicatienetwerken actief is. Met deze beeldvormende methode, Resting State fMRI geheten, kijken onderzoekers niet welke individuele hersengebieden ‘oplichten’ bij specifieke opdrachten of stimuli, maar hoe zich ‘hersenbreed’, en los van enige taak, patronen van functionele relaties tussen hersengebieden aftekenen. Functionele connectiviteit heet dat in het jargon.

Zelfde signaaltjes
‘Twee hersengebieden kunnen heel systematisch dezelfde signaaltjes laten zien. Zo zijn de linker en de rechter hersenhelft functioneel gekoppeld. Als ik mijn rechterarm opsteek zie je alleen activatie van de motorische cortex in de linker hersenhelft. Dat is geen verrassing. Maar op Resting State scans zie je dat tijdens rust de linker en rechter motorische gebieden wel degelijk gekoppeld zijn. Ze vertonen dezelfde oscillaties. En dat wisten we tot voor kort niet.’

Geneesmiddelen
Aan het woord is neurowetenschapper Serge Rombouts, die de Resting State fMRI een jaar of drie geleden in Leiden introduceerde. Rombouts is directeur van het interfacultaire Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC). In 2007 kreeg hij een Vidi-subsidie van NWO om te onderzoeken of je met die Resting State fMRI kunt zien wat geneesmiddelen doen in het brein. Dat onderzoek is in volle gang, en heeft al veelbelovende resultaten opgeleverd.

Diagnostiek
Nu gaat hij daarnaast met een interdisciplinair team van Nederlandse onderzoekers en niet-wetenschappelijke partnerorganisaties uitzoeken of je Resting State fMRI ook kunt gebruiken voor de diagnostiek en het monitoren van hersenenziekten en – stoornissen. Het gaat daarbij om veel voorkomende aandoeningen als Alzheimer en andere vormen van dementie, om ADHD, autisme, depressie of schizofrenie.

Aardgasbaten
Het consortium, dat door Rombouts zal worden gecoördineerd, gaat werken onder de vlag van een groot Nederlands onderzoeksprogramma over hersenen en cognitie, dat onlangs mocht starten met 20 miljoen euro uit de aardgasbaten, de zogeheten FES-gelden. FES staat voor Fonds Economische Structuurversterking. Voorwaarde voor financiering uit deze pot is dat het om onderzoek gaat dat in vrij korte tijd resultaten op kan leveren waar de maatschappij iets mee kan. Leidse onderzoekers gaan samenwerken met onderzoekers van verschillende universiteiten en universitair medische centra, maar ook met andere partners, zoals Philips.

Voor het eerst gecoördineerd
Kun je met behulp van Resting State hersenscans al in een vroeg stadium afwijkingen zien in communicatiepatronen? Kun je er het verloop van een ziekte mee volgen? En hoort bij iedere afzonderlijke stoornis misschien een eigen communicatiepatroon? ‘Er zijn zeker aanwijzingen voor’, zegt Rombouts. ‘Maar het onderzoeksinstrumentarium moet nog grotendeels ontwikkeld worden. Het is alleen al heel belangrijk dat in de vijf universitair medische centra die meedoen aan het project op precies dezelfde manier gemeten wordt. Bovendien moet je eerst weten hoe die functionele netwerken in gezonde hersenen er precies uitzien en zich gedurende het leven ontwikkelen. We gaan het onderzoek in Nederland nu voor het eerst gecoördineerd aanpakken.’

Vroeg stadium
De maatschappelijke urgentie van het onderzoek behoeft in ieder geval geen betoog. De genoemde ziekten en stoornissen staan volop in de belangstelling, dekken alle levensfasen, en veroorzaken veel persoonlijk leed en maatschappelijke en economische last. En een gevoelige en dus betrouwbare diagnostiek van vrijwel al deze aandoeningen is notoir lastig. De diagnose Alzheimer bijvoorbeeld kan nu niet in een vroeg stadium gesteld worden. Tegen de tijd dat hersenscans veranderingen laten zien in de structuur van de hersenen is de ziekte al zeer ver gevorderd. Resting State functionele MRI is daarentegen wel gevoelig. Rombouts: ‘Er zijn veel aanwijzingen dat je met functionele MRI, die dus niet de structuur maar de activiteit van de hersenen laat zien, al in een veel vroeger stadium subtiele afwijkingen in het functioneren van de hersenen kunt aanwijzen.’

Toekomstdroom
Gaat iedere ziekte gepaard met zijn eigen specifieke veranderingen in het communicatiepatroon? Ook dat willen de onderzoekers graag weten. ‘De toekomstdroom is dat we depressie, Alzheimer, autisme, enzovoorts, kunnen herkennen aan hun eigen afwijkende patroon van functionele connectiviteit’, zegt Rombouts. ‘We weten bijvoorbeeld nu al dat de hippocampus, die verantwoordelijk is voor veel geheugenfuncties, functioneel verbonden is met heel veel andere gebieden in de hersenen. Als je met een gestandaardiseerd instrumentarium kunt laten zien dat die communicatielijnen veranderen bij bepaalde ziektes, bijvoorbeeld depressie, dan heb je echt iets te bieden.’

In november 2009 kreeg Serge Rombouts de C.J. Kokprijs toegekend. De prijs van het C.J. Kokfonds, die wordt toegekend aan personen die blijk hebben gegeven van een uitgesproken grote begaafdheid voor mathematische of medische problemen, is een geldbedrag van 2500 euro.

Project Functionele markers voor cognitieve stoornissen
Wetenschappelijke partners: Leids Universitair Medisch Centrum, UMC Utrecht, Universiteit Maastricht, VUMC, UMC Groningen.
Maatschappelijke partners: Philips, Alzheimer Nederland, Oudervereniging Balans.

bron: Universiteit Leiden (nov.2009)

1

Hersenen zijn lui en energiezuinig

De hersenmassa is een machine die aardig wat energie moet verbruiken – ongeveer 40 Watt! – om zijn opmerkelijke prestaties te kunnen leveren.

Er is echter één belangrijke beperking: de hersenen zijn gebonden aan een vastgesteld ‘energiebudget’ wat niet overschreden mag worden. Vanwege deze beperking heeft het brein zich door de tijden heen aangepast om zo effciënt mogelijk met deze energie om te gaan. Het is juist in deze effciëncyslag dat het “mentale” verschil  tussen  stervelingen zich openbaart.

De hersenen zijn erop ingesteld om taken zo snel mogelijk uit te voeren, want tijd is energie en daarom moet het verwerken van informatie zo effciënt mogelijk gebeuren tegen zo laag mogelijke energiekosten. Daartoe zal het brein alle mogelijke shortcuts nemen om die effciëncy te bereiken. Eén belangrijke truuk waarvan onze hersenen zich bedienen is het teruggrijpen op oude ervaringen om informatie zo snel mogelijk te verwerken. Bij een alledaagse bezigheid als zien gebeurt dit supersnel en zo effciënt dat we ons niet eens bewust zijn van dit proces.

De hersenen gebruiken naast de visuele input allerlei andere bronnen van informatie om het plaatje zo snel mogelijk compleet te krijgen. Wat je uiteindelijk ‘ziet’ is een subjectieve weergave van de realiteit, het is namelijk het product van wat je hersenen er in een ijltempo van gemaakt hebben.

Het teruggrijpen op reeds aanwezige ervaringen helpt je om zaken sneller in je op te nemen omdat je niet telkens vanaf nul alle dingen hoeft waar te nemen. Het mag duidelijk zijn dat de waarde van deze techniek, die ons behoedt voor overvoering door onze zintuigen en ervoor zorgt dat de continue stroom informatie waarmee we dagelijks gebombardeerd worden wordt beteugeld zodat we niet gillend gek worden, tegelijkertijd nefast is voor het onderscheiden van bepaalde details en het met “frisse ogen” kijken naar iets wat we als reeds bekend ervaren. Juist dat laatste is een belangrijke eigenschap waarin sommigemensen zich onderscheiden van anderen 

De techniek die het brein gebruikt om zaken razendsnel in-/aan te vullen tot een subjectief geheel is het categoriseren van informatie. Door informatie in allerlei categorieën onder te brengen heb je sneller toegang tot de informatie die je helpt om zaken waar te nemen en zodoende het plaatje compleet te krijgen. Vergelijk het met de oude index-kaartenbak in de bibliotheek die je vertelt in welke kast en op welke plank een bepaald boek staat.

Eenmaal ondergebracht in een categorie zal het brein minder energie verbruiken als het de volgende keer die zelfde informatie zal moeten aanspreken en zo heeft het alweer een slag behaald op het gebied van effciëncy.

Samen met het aanleggen van gespecialiseerde neurale netwerken die dit proces verder ondersteunen kom je tot een geoliede machine die telkens weer een voorkeur zal laten zien om via deze energie-effciënte manier zijn informatie te verwerken. Het mag duidelijk zijn dat dit vaste informatieverwerkingspatroon weinig ruimte biedt voor innovatieve manieren om reeds bekende informatie opnieuw te verwerken tot hernieuwde inzichten.

bron: zapruder.nl

0

Molecuul opent de deur naar nieuwe behandelingen voor depressie

Gedurende de afgelopen 30 jaar is er niet heel veel veranderd in de wijze waarop we depressie en angst behandelen. Een recente studie van de Ecole Polytechnique Federale de Lausanne (EPFL), kan de deur openen voor nieuwe strategieën. In een artikel dat online is gepubliceerd in Molecular Psychiatry, leggen onderzoekers uit twee laboratoria in het Brain Mind Institute van EPFL uit hoe de kennis van de werking van een molecuul, MIF of macrofaag migratie-remmende factor is, de manier waarop we omgaan met depressie kan veranderen.

Volgens de World Health Organization (WHO) beïnvloedt klinische depressie wereldwijd 121 miljoen mensen en worden maar zo’n 60% tot 80% van de gevallen effectief behandeld met de huidige medicatie en psychotherapie. “Deze bevindingen onderstrepen MIF als een potentieel relevant, moleculair doelwit voor de ontwikkeling van behandelingen in verband met tekorten in neurogenese[1], en ook bij problemen die in verband staan met angst, depressie en cognitie,” aldus Carmen Sandi van het Laboratory of Behavioral Genetics.

In het algemeen wordt MIF geacht een rol te spelen bij het opzwellen van weefsel en zelfs bij de ontwikkeling van kanker. Tot het onderzoek van Sandi bleef de precieze locatie en functie in de hersenen een mysterie. Sandi’s team ontdekte eerst een concentratie van MIF-eiwit in stamcellen in de hippocampus, een sleutelgebied voor geheugenvorming en het genereren van neuronen bij volwassenen. Er wordt verondersteld dat nieuwe neuronen gekoppeld zijn aan het creëren van nieuwe herinneringen, maar zij kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het terugdringen van angst. Eerdere studies toonden aan dat bij langdurige periodes van stress de neurogenese vermindert, en dat het gebruik van veel anti-depressiva de productie van nieuwe neuronen stimuleert.

 
Door het genetisch en farmaceutisch manipuleren van MIF-niveau in de hippocampus van ratten, ontdekten de onderzoekers dat het ontbreken van MIF de productie van neuronen aanzienlijk vermindert en terwijl het angstgevoel toeneemt. Zij constateerden ook dat het gebrek aan MIF ook een negatieve werking heeft op het stimuleren van neurogenese door anti-depressiva.

Deze bevindingen hebben ertoe geleid dat de onderzoekers tot de conclusie kwamen dat de MIF een belangrijke rol bij neurogenese speelt en daarmee, ook de toestand van angst en depressie beïnvloedt. De Hilal Lashuel groep, van het Laboratorium voor Moleculaire Neurobiologie en Functionele Neuroproteomics van EPFL’s Brain Mind Institute, was al geïnteresseerd in de MIF, maar deze ontdekking heeft ertoe geleid dat het team nieuwe mogelijkheden verkent voor behandelingen gericht op de MIF-molecuul.


[1] Noot: Neurogenese is de benaming voor het ontstaan van nieuwe neuronen (zenuwcellen) bij volwassen zoogdieren en vogels. Vroeger werd gedacht dat neurogenese alleen voorkwam in jonge zoogdieren en vogels. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat neurogenese zich ook voordoet bij volwassen individuen, onder meer in de hippocampus bij de mens en andere zoogdieren. (bron: Wikipedia)

bron: EFPL
0

Max Wildschut

Max Wildschut (1967) is cognitief psycholoog. Hij studeerde in 1994 af op de effecten van stress op het geheugen en houd zich sindsdien bezig met vraagstukken rond motivatie, prestatie en welzijn. Zijn uitgangspunt daarbij is daarbij vaak de cognitieve en evolutionaire psychologie.

Max Wildschut werkte bij onderzoeksinstituten en in het bedrijfsleven, onder andere als consultant en projectmanager. In 2003 is hij zijn kennis en ervaring gaan bundelen in FlowQ: een bureau dat onderzoek doet en advies geeft over de factor mens in werk. Binnen FlowQ ontwikkelde hij diverse onderzoeksinstrumenten als de flowmonitor, HPC en mindsetscan.

Max Wildschut schreef Optimum punt (Scriptum, 2008) en Darwin voor managers (Haystack, 2009). Regelmatig verschijnen nieuwe artikelen van zijn hand op www.flowq.nl/blog

darwin_voor_managers
Darwin voor managers

Max Wildschut
optimum_punt
Optimum punt

Max Wildschut

E: MaxWildschut
S: www.flowq.nl

0

Door beleving meer inzicht in prestatie

Om inzicht in prestaties te krijgen, kijken we meestal naar resultaten. Resultaten liegen niet, maar ze zeggen ook weinig over hoe optimaal een prestatie is. Zit iemand op 70% of 90% van zijn kunnen? Resultaten zeggen alleen iets over hoe iemand het doet ten opzichte van anderen of ten opzichte van een externe maatstaf. Het zegt niets over hoe goed iemand het doet ten opzichte van zijn of haar potentieel. Dit artikel beschrijft hoe hier inzicht in te krijgen.

Uniek potentieel

Hoe hoog iemand kan presteren wordt bepaald door zijn genetische bagage en de unieke ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt. Er is echter geen enkele manier om direct inzicht in te krijgen in menselijk potentieel. Geen enkele test kan voorspellen hoe hoog iemand kan presteren in de toekomst. Daarom is het onmogelijk vast te stellen in welke mate iemand zijn potentieel aanspreekt, of iemand op 70% of 90% presteert. Dit soort verschillen doen er echter wel toe. In de meeste commerciële organisaties heeft productiviteit een hefboomwerking op de winst. 10% toename in productiviteit vertaalt zich makkelijk naar 20-30% toename in winst. De vraag hoe optimaal mensen functioneren in een organisatie is daarom een belangrijke. Maar hoe krijg je hier inzicht in?

Het optimum punt

Zo’n honderd jaar geleden werd voor het eerst het verband tussen prestatie en spanningsniveau blootgelegd. Wanneer je lekker onderuitgezakt voor de TV hangt is dit spanningsniveau laag. Ben je zojuist ternauwernood aan een auto-ongeluk ontkomen, dan is je spanningsniveau waarschijnlijk erg hoog. Elke activiteit heeft een optimaal spanningsniveau, elke toename van spanning boven of afname onder dat punt leidt tot een afname van de prestatie. In de figuur hier onder wordt deze relatie weergegeven door de omgekeerde U curve.

 

Deze wetmatigheid wordt ook wel de Yerkes–Dodson wet genoemd, naar de beide ontdekkers. In de afgelopen honderd jaar is deze wet door duizenden experimenten bevestigd. De wet gaat op voor alle fysieke en mentale systemen, van de werking van het geheugen tot de lichamelijke coördinatie. De wet gaat daardoor voor elke activiteit op, van basketballen en kruiswoordpuzzels tot bergbeklimmen en boekhouden.

De effecten zijn echter niet altijd zichtbaar. Wanneer spanning te hoog is, kan iemand druk en gemotiveerd lijken. Zijn inspanning is echter minder effectief en de objectieve prestatie lager. Mensen presteren optimaal wanneer ze bovenaan de curve zitten (B), op dat punt haalt iemand het beste uit zichzelf. Elke afwijking naar links of rechts vanaf dit punt betekent een afname van prestatie. Bij de punten A en C in het plaatje wordt op 70% van het potentieel gepresteerd.

Werkbeleving

Hoe komen we er dan achter waar iemand zit op de curve? Het onderzoek van de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi biedt hier een oplossing. Gedurende meer dan 30 jaar onderzocht Csikszentmihalyi hoe mensen verschillende soorten activiteiten beleven. Hier kwam een duidelijk beeld uit naar voren: mensen die op hun top presteren ervaren wat hij flow noemt. Flow is het gevoel helemaal op te gaan in wat je doet, je vergeet de tijd en bent volledig geconcentreerd. Flow ervaar je wanneer je op de top van de curve zit en het beste uit jezelf haalt. Onderzoek in zowel sport als op kantoor laat zien dat mensen die flow ervaren beter presteren.

Csikszentmihalyi kreeg ook andere punten op de curve beter in beeld. Bewegen we naar links in de grafiek, richting lage spanning, dan zien we eerst routine ontstaat en vervolgens verveling en apathie. In de richting van hoge spanning zien we eerst gespannenheid ontstaan, wat over gaat in stress en angst. Met behulp van vragenlijsten is het mogelijk al deze aspecten in kaart te brengen. Op deze wijze kan inzicht worden verkregen in hoe optimaal mensen functioneren. Een voorbeeld van een onderzoek waar dit mee gedaan wordt is de HPC (Human Performance Contextscan). In onderzoek met de HPC bij bedrijven worden zowel verschillen tussen mensen, als tussen teams en afdelingen gevonden. Op sommige plekken functioneren mensen duidelijk optimaler dan op andere.

Prestaties verbeteren

Met het inzicht in beleving is het mogelijk te bepalen waar in de organisatie kansen liggen of problemen zijn. Daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. De volgende vraag is hoe mensen meer optimaal te laten functioneren. Ook hier kan het onderzoek van Csikszentmihalyi ons verder helpen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat flow ontstaat onder een aantal zeer specifieke omstandigheden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de wijze waarop doelen worden geformuleerd, de kwaliteit van feedback en hoe de aansluiting tussen uitdagingen en vaardigheden wordt gemaakt. Ook deze omstandigheden worden met de HPC in kaart gebracht. Statistische analyse van onderzoeksresultaten laat zien dat in organisaties of teams waar de omstandigheden goed zijn ingevuld, mensen ook meer optimaal functioneren. Waar de omstandigheden slecht zijn ingevuld, kan door middel van gerichte interventies verbeteringen worden gerealiseerd. In Optimum Punt (Scriptum, 2008) beschrijf ik de relatie tussen beleving en prestatie en hoe prestatie kan worden geoptimaliseerd. Het is zo niet alleen mogelijk inzicht te krijgen in hoe optimaal mensen presteren, maar ook om mensen te helpen meer uit zichzelf te halen.

Max Wildschut

Max Wildschut (1967) is cognitief psycholoog. Hij studeerde in 1994 af op de effecten van stress op het geheugen en houd zich sindsdien bezig met vraagstukken rond motivatie, prestatie en welzijn. Zijn uitgangspunt daarbij is daarbij vaak de cognitieve en evolutionaire psychologie.

Max Wildschut werkte bij onderzoeksinstituten en in het bedrijfsleven, onder andere als consultant en projectmanager. In 2003 is hij zijn kennis en ervaring gaan bundelen in FlowQ: een bureau dat onderzoek doet en advies geeft over de factor mens in werk. Binnen FlowQ ontwikkelde hij diverse onderzoeksinstrumenten als de flowmonitor, HPC en mindsetscan.

Max Wildschut schreef Optimum punt (Scriptum, 2008) en Darwin voor managers (Haystack, 2009). Regelmatig verschijnen nieuwe artikelen van zijn hand op www.flowq.nl/blog

darwin_voor_managers
Darwin voor managers

Max Wildschut
optimum_punt
Optimum punt

Max Wildschut

E: MaxWildschut
S: www.flowq.nl

0

Autisme en beweging & geluid

Kinderen met autisme lijken zich vooral te richten op de combinatie van beweging en geluid. Ze zijn vooral geïnteresseerd als beweging en geluid synchroon lopen. Het kan verklaren waarom autistische kinderen zich vooral naar de mond richten van de verzorger wanneer die spreekt, en dat ze niet naar zijn ogen kijken. Onderzoekers kijken nu of deze neiging gebruikt kan worden om de aandacht van de kinderen te kunnen richten op stimuli van hun omgeving.

New Scientist, 202,  04/2009

0

Eet je slim

Oud worden en toch jong van geest blijven. Wie droomt daar niet van? De nieuwste gezondheidstrend springt daar helemaal op in: voeding die de hersenen stimuleert. Maar kan voedsel je werkelijk slimmer maken? “Junkfood verandert ons brein. Het zorgt ervoor dat we agressief worden en last krijgen van stemmingswisselingen.” Met deze opmerkelijke uitspraak liet de Amerikaanse arts en onderzoeker Joseph Hibbeln onlangs van zich horen. Volgens de Amerikaan heeft een groot deel van de Westerse bevolking een tekort aan essentiële vetten die nodig zijn voor een goede werking van de hersenen.

0

Dagelijks joints roken schaadt hersenen

Jarenlang dagelijks 5 of meer joint roken schaadt het brein. De hippocampus en de amygdala, twee belangrijke hersendelen krimpen door het dagelijks gebruik van cannabis. Veel gebruikers scoren hierdoor slechter bij geheugentesten. Dit concludeert M. Yücel van de universiteit van Melbourne in het vakblad Archives of General Psychiatrie op grond van onderzoek onder 15 mannen die twintig jaar dagelijks minstens 5 joints rookten.

0

Autisten extra gevoelig voor emoties

Autisten kunnen prima gevoelens van iemands gezicht aflezen. Het blijkt dat zij er juist gevoeliger voor zijn, dan andere mensen. Dit ontdekten Myriam Vandenbroucke en Maurice Magnee, twee Utrechtse promovendi. Uit hersenonderzoek bij dertig hoogopgeleide jongeren met autisme concluderen zij het probleem met sociale interactie niet zit in een onvermogen zich in te verplaatsen in andermans emoties. De waarneming van de gezichtuitdrukkingen van een andere blijkt volgens hen verstoord te worden.

0

tv op achtergrond schadelijk voor kind

Volgens een publicatie van Amerikaanse wetenschappers in het tijdschrift Child Development leren jongeren zich niet te concentreren als er op de achtergrond constant een tv aanstaat. Daarbij maakt het niet uit of ze hier aandacht aan besteden of niet.

0

Honger is te zien in de hersenen

Verzadiging is in de hersenen zichtbaar te maken via een MRI-scanner, o­ntdekte promovendus Paul Smeets. Hij zag dat de activiteit in de hypothalamus afneemt bij mensen die suikerwater drinken, terwijl dat niet gebeurt als de proefpersonen een zoetstof en calorieën gebruiken. De activatie is ook lager als mensen het suikerwater direct in de bloedbaan ingespoten krijgen en signalen van de mond en de maag de hersenen dus niet bereiken. Het o­nderzoek verschaft inzicht in de sturing van voedselinname door de hersenen, dit kan helpen bij de preventie en behandeling van overgewicht.